Per topsector is een eigen aanpak nodig om de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven te stimuleren. De topconsortia voor kennis en innovatie (TKI’s) die deze samenwerking moeten gaan coördineren, pakken dit op uiteenlopende wijzen aan, maar hun benadering kan nog beter worden toegesneden op de specifieke uitdagingen waar hun sector voor staat.
Dit blijkt uit een analyse van de TKI’s van het Rathenau Instituut en Birch Consultants die vandaag wordt gepubliceerd.
Laurens Hessels en Barend van der Meulen (Rathenau Instituut) maakten samen met Jan Peter van den Toren en Chris Eveleens (Birch) een vergelijkende analyse van de plannen van een aantal TKI’s. De onderzoekers vergeleken de investeringen van bedrijven in TKI’s, in relatie tot de ervaring met publiek-private samenwerking in de bijbehorende topsector, het aandeel van grootbedrijf en de organisatiegraad van de sector. Vervolgens vergeleken ze de coördinatiestrategieën van de TKI’s.Het rapport sluit af met de volgende aanbevelingen:
- TKI’s kunnen meer dan nu in hun coördinatiestrategie aansluiten bij de specifieke behoeften van de topsector die ze bedienen.
- Bij de monitoring en evaluatie zal de overheid naast organisatorische en financiële randvoorwaarden ook moeten oordelen over de sectorspecifieke functie die TKI’s vervullen.
- De overheid kan overwegen om een actievere rol op zich te nemen in sectoren met een korte onderzoekstraditie, door meer dan nu het MKB te faciliteren of zich op te stellen als innovatieve aanbesteder.
Van den Toren, J.P., L.K. Hessels, C. Eveleens en B.J.R. van der Meulen. (2012). Coördinatie in de topsectoren. De geplande TKI’s en hun uitdagingen. Den Haag: Rathenau Instituut. SciSA rapport 1226.
