Nanotechnologie in Nederland
Plaats in kopgroep behouden
Nederland heeft uitgesproken ambities als het om nanotechnologie gaat. Het streven van het kabinet is “om mee te komen in de wereldwijde ontwikkeling rondom nanotechnologie en een plaats te behouden in de mondiale kopgroep.” Inderdaad een plaats behouden, want Nederland doet het niet zo slecht op het wereldtoneel van de nanotechnologie.
Vooral als het gaat om fundamenteel onderzoek. Nederland is minder goed in innovatie: de ontwikkeling naar producten. Daar scoren we eigenlijk alleen goed als het gaat om nano-elektronica. Met nieuwe investeringen in publiek-private samenwerkingsverbanden, moet daar verandering in komen.
Bovenstaande figuur Nederlands Nanolandschap laat zien dat er verschillende publiek-private samenwerkingsverbanden zijn. Laten we ze even langslopen.
NanoNextNL is een consortium van meer dan honderd bedrijven, universiteiten, kennisinstituten en universitaire medische centra dat zicht richt op onderzoek op het gebied van micro- en nanotechnologie. Het onderzoek binnen NanoNextNL richt zich op tien thema’s: zie de figuur.

NanoNextNL is voortgekomen uit het goedgekeurde programmavoorstel "Towards a Sustainable and Open Innovation Ecosystem". Dit werd ingediend binnen het Fonds Economische Structuurversterking High-Tech Systems & Materials in 2009. De totale omvang van het innovatieprogramma bedraagt 250 miljoen euro. De helft hiervan wordt bijgedragen door de partijen in het consortium en de andere helft door het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie.
Het Nederlands Nano Initiatief (NNI) was de voorloper van NanoNextNL. NNI was een initiatief van NanoNed, de technologiestichting STW en de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM). 117 grote en midden- en kleinbedrijven, 13 universiteiten, 6 academische ziekenhuizen en 9 grote technologische instituten waren er bij aangesloten.
NanoNed is de voorloper van het NNI. Het is een consortium van zeven universiteiten, TNO en Philips. Het voert een gezamenlijk onderzoek- en ontwikkelingsprogramma op het gebied van nanotechnologie uit. NanoNed kent elf verschillende toepassingsgebieden, een technology assessment (TA) onderzoeksprogramma en ook het NanoLab NL. Dat laatste is een consortium-in-een-consortium dat zorg draagt voor goede nationale onderzoeksfaciliteiten zoals elektronenmicroscopen die nano-onderzoekers nodig hebben.
Point-One is een vereniging van bedrijven zoals ASML, Philips en Océ en kennisinstellingen die zich bezighouden met toegepast onderzoek op onder andere de nano-elektronica. Hun innovatieprogramma wordt mede gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken.
Het Holst Centre is een onderzoeks- en innovatiecentrum opgezet door het Vlaamse IMEC en het Nederlandse TNO met hulp van het Ministerie van Economische Zaken en de Vlaamse overheid. Het Holst Centre richt zich de ontwikkeling van elektronica in flexibel materiaal zoals plastic. Ook doet men onderzoek naar draadloze transducers die energie van de ene soort in de andere omzetten.
Het CTMM (Center for Translational Molecular Medicine) en het BMM (Biomedical Material Program) zijn samenwerkingsverbanden die binnen de geneeskunde toegepast onderzoek doen naar de moleculaire geneeskunde en nieuwe biomedische materialen. Nanotechnologie is hierbij onmisbaar. Een ander samenwerkingsverband is Nano4Vitality. Dit programma richt zich uitsluitend op de ontwikkeling van nieuwe nanotoepassingen binnen voeding
Figuur: SRA Nanotechnologie, 2008