Innovatiebeleid
Innovatiebeleid heeft nauwe relaties met wetenschapsbeleid. In veel innovaties en vernieuwingen speelt kennis een belangrijke rol, kennis die uit verschillende bronnen kan komen, waaronder wetenschappelijk onderzoek.
De verantwoordelijkheid van het ministerie EZ
Het ministerie van Economische Zaken (EZ) is eerstverantwoordelijke voor het innovatiebeleid in Nederland. Het richt zich op het bevorderen van kennisontwikkeling door bedrijven en samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven. Innovatie door bedrijven bepaalt in belangrijke mate welvaartsgroei, nu en in de toekomst.
Van specifiek naar generiek beleid
In het Regeerakkoord van oktober 2010 hebben de coalitiepartijen afgesproken om de bestaande themagerichte innovatiesubsidies op het terrein van het ministerie van Economische Zaken af te bouwen. Generiek beleid komt in de plaats van specifiek beleid. De bestaande fiscale faciliteit via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) wordt uitgebreid, komt er een nieuwe fiscale faciliteit en er komt een innovatiefonds voor het MKB.
Bedrijfslevenbrief / Topsectorenbeleid
Als uitvloeisel van het Regeerakkoord van oktober 2010 heeft het Kabinet in februari 2011 een nota uitgebracht met de hoofdlijnen van een nieuw bedrijfslevenbeleid. Kern van deze nota is dat het Kabinet gericht wil investeren in negen topsectoren van de economie. Het is de bedoeling om knelpunten aan te pakken die de groei van deze sectoren belemmeren. Dit topsectorenbeleid is herbevestigd in het Regeerakkoord van oktober 2012. De samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen, regio's en overheid wordt voortgezet en in nieuwe financiële kaders ingepast.
Het Kabinet heeft gekozen voor negen sectoren waar Nederland door zijn ligging en geschiedenis sterk in is:
• water
• agrofood
• tuinbouw
• hightech
• life sciences
• chemie
• energie
• logistiek en
• creatieve industrie
Het kabinet wil de komende jaren bestuurlijke knelpunten aanpakken, zoals de verbetering van het vakonderwijs, handelsbelemmeringen wegnemen, de infrastructuur versterken, onnodige regels afschaffen en een soepeler instroom van kenniswerkers bevorderen. Over de gehele breedte van de rijksbegroting wordt 1,5 miljard euro aan onderzoeksmiddelen gericht ingezet op de negen topsectoren. Per sector hebben ondernemers, overheid en kennisinstellingen een agenda opgesteld. Deze agenda’s zijn op 17 juni 2011 aangeboden aan de minister van EL&I. Het kabinet heeft hierop een reactie geschreven in de vorm van een nota aan de Tweede Kamer: 'Naar de Top, het bedrijvenbeleid in actie(s)'.
Op 2 april 2012 is de uitvoering van het bedrijvenbeleid gestart. Tussen de overheid, vertegenwoordigers van de Topsectoren en kennisinstellingen zijn kennis- en innovatiecontracten gesloten. Via deze innovatiecontracten geven bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid samen vorm aan hun activiteiten op de keten van fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en valorisatie. De brief “bedrijvenbeleid in uitvoering” van 2 april 2012 bevatte het Nederlandse Kennis- en Innovatiecontract en de Human Capital Agenda’s van de topsectoren. Doel van het Kennis- en Innovatiecontract is dat bedrijven, kennisinstellingen en overheden voortaan samen investeren in R&D en innovatie. De Human Capital Agenda’s (HCA) zijn er op gericht om leerlingen beter op te leiden voor die beroepen waar de arbeidsmarkt om vraagt.
De samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid vindt plaats in zgn. Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's) met onderzoeksinitiatieven over de hele keten van fundamenteel onderzoek tot dicht bij de markt staande innovaties. Het is de ambitie van het kabinet dat in 2015 minimaal € 500 miljoen omgaat in de TKI's, waarvan 40% privaat gefinancierd. De financiering van de overheid vindt plaats via de zgn. TKI-toeslag. Naar verwachting is de private bijdrage ongeveer € 320 miljoen, de TKI-toeslag van de overheid iets meer dan € 80 m miljoen, zoals blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer (d.d. 14-12-2012). Het budget voor de TKI-toeslag loopt vanaf 2014 op tot € 200 miljoen per jaar.
Veel van de instrumenten van het innovatiebeleid worden ingepast in het topsectorenbeleid. Daanaast lopen andere instrumenten af, zoals de innovatieprogramma's en innovatievouchers (waarbij een onderneming in het midden- en kleinbedrijf een onderzoeksvraag kon voorleggen aan een kennisinstelling of om de kosten van een Nederlandse of Europese octrooiaanvraag te betalen) of zijn inmiddels stopgezet.
Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk
Ook is het ministerie EZ verantwoordelijk voor de uitvoering van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk), die sinds 1994 bestaat. De WBSO is een fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk, vergelijkbaar met Research and Development, compenseert. Het budget van de WBSO bedroeg in 2010 € 1.037 miljoen (inclusief een eenmalig verhoging met € 150 miljoen).
De WBSO kent drie faciliteiten:
- Een tegemoetkoming in de loonkosten die gemoeid zijn met S&O in de vorm van een vermindering van de af te dragen loonheffing
- Een aftrek S&O voor zelfstandige ondernemers
- Een extra tegemoetkoming voor startende ondernemers of ondernemingen
Zie voor meer informatie over de WBSO Agentschap NL (voormalig SenterNovem). Agentschap NL voert de regeling uit voor het ministerie van EZ.
R&D Aftrek (RDA)
Naast de WBSO is er een nieuwe fiscale faciliteit geïntroduceerd: de Research and Development Aftrek (RDA). Deze faciliteit is bedoeld voor ondernemers die aan R&D doen. De RDA is bedoeld om financiële lasten voor R&D te verlagen. Waar de WBSO gericht is op de aftrek van loonkosten, is de RDA er voor andere kosten en uitgaven van R&D-projecten. De RDA biedt fiscaal voordeel bij de aangifte voor inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. De verrekening van het daadwerkelijke voordeel vindt plaats via uw aangifte bij de Belastingdienst. Agentschap NL voert de RDA uit.
Meer informatie?
Voor meer informatie over innovatiebeleid in Nederland, zie het ministerie van EZ
Overige relevante documenten
- CBS Monitor Topsector (eerste meting)
- Bedrijvenbeleid in cijfers 2012 (publicatie van Agentschap NL)