Wetenschapsbeleid
Het wetenschapsbeleid van de overheid wordt ééns per vier jaar op papier gezet. Na eerdere Wetenschapsbudgetten verscheen er in 2007 een gecombineerde strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid. In 2011 is de tweede strategische agenda verschenen.
Kernboodschap Strategische Agenda
Kern van de agenda, die is gericht op het stelsel in 2025, is de ambitie om Nederland toe te rusten voor een positie in de voorhoede van de kenniseconomieën. Het streven is naar een hogeronderwijsstelsel van internationale allure, onderzoek van wereldklasse en versterking van de internationale positie van het bedrijfsleven. De rode draad is: ondernemers, onderzoekers, docenten en studenten worden meer uitgedaagd om te excelleren. Doel is te komen tot meer profiel en impact voor het onderzoek.
Toekomstbeeld van de wetenschap
- Het onderzoekslandschap kent in 2025 een aantal internationaal erkende en concurrerende onderzoekszwaartepunten, die goed in staat zijn om Europese fondsen te verwerven, omdat zij goed zijn ingebed in sterke Europese allianties.
- Wetenschappelijke kwaliteit en impact zijn de belangrijkste criteria voor het vormen van deze zwaartepunten. Binnen de zwaartepunten wordt nauw samengewerkt met bedrijven uit de Nederlandse topsectoren en met maatschapelijke organisaties voor de antwoorden op de grote uitdagingen van deze eeuw.
- De verbindingen tussen fundamenteel onderzoek, praktijkgericht onderzoek, toegepast onderzoek, innovaties in bedrijven en maatschappelijke vernieuwing zijn in 2025 veel hechter en steviger ingebed. Naast wetenschappelijke kwaliteit en het criterium van excellentie zijn economische en maatschappelijke impact centrale waarden in het wetenschapssysteem.
Uitwerking van het wetenschapsbeleid
Om het toekomstbeeld te realiseren komen er o.a. bestuurlijke afspraken met de universiteiten over de zwaartepunten in hun wetenschappelijk onderzoek, bestuurlijke afspraken met NWO en de KNAW over hun alliantie- en institutenbeleid in relatie tot de profileringsplannen van de universiteiten, vindt er reallocatie van middelen plaats, wordt valorisatie als taak van kennisinstellingen verankerd en vindt er meer vraagsturing plaats.
Overheidsinstrumenten
De overheid kan op drie manieren een rol in het wetenschapsbeleid spelen, via:
- Financiering
- Wet- en regelgeving
- Dialoog met betrokkenen
Lees verder over deze instrumenten
Meer informatie?