www.rathenau.nl
Contact  /  
Tekstgrootte
-+
  • Home
  • Beleid en advies
  • Financiering
  • Organisaties
  • Onderwerpen
  • Cijfers
  • Nieuws
Zoeken
HomeFinancieringOverheidUitgaven ministeries
Stuur doorVoeg toe aanPrint
  • Bedrijven
  • -Overheid
    • Uitgaven ministeries
    • FES-programma's voor kennis en innovatie
    • Innovatiegerichte Onderzoeks-programma's
    • Platform Bèta Techniek
  • +Intermediaire organisaties
  • Collectebusfondsen
  • Buitenland

Uitgaven ministeries

De overheid is met ongeveer 40 procent van het totaal een belangrijke financier van onderzoek in Nederland. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn binnen de overheid de grootste financiers.

Het meest recente overzicht van de R&D-uitgaven van de departementen is gebaseerd op de begroting 2012 en betreft de periode 2010-2016. Een voorpublicatie van dit overzicht Totale Onderzoek Financiering is februari 2012 opgesteld door het Rathenau Instituut. De definitieve publicatie is in april verschenen.

Download hier drie achterliggende bestanden:
- een excelbestand met de meest recente
cijfers over de R&D-uitgaven van de overheid voor de periode 2010-2016 (op het niveau van begrotingsartikelen). 
- een excelbestand met cijfers over de R&D-uitgaven van de overheid voor de periode 1999-2016, onderverdeeld naar departement (een onderverdeling naar NABS-gebied is in voorbereiding).
- een excelbestand met cijfers over de directe en indirecte overheidsuitgaven voor de periode 2010-2016.


Op basis van het Regeerakkoord van oktober 2010 is het ministerie van Justitie omgevormd tot het ministerie van Veiligheid en Justitie, zijn de ministeries van VROM en V&W samengegaan tot het ministerie van Infrastructuur en Milieu en zijn de ministeries van EZ en LNV samengegaan tot het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Algemene Zaken
Al het onderzoek van het ministerie van AZ heeft de vorm van contractonderzoek. Dit loopt via de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), dat onderdeel is van het ministerie van AZ. De WRR laat de eigen adviezen vaak ondersteunen door extern onderzoek. Bij het opzetten en uitvoeren van communicatieonderzoek kunnen departementen gebruik maken van de dienstverlening van de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) van het ministerie van AZ.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De kennisfunctie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is georganiseerd in een netwerk van kenniseenheden. Ieder directoraat-generaal heeft een eigen groep medewerkers (georganiseerd in een afdeling, dan wel directie) die kennis ontwikkelen voor de directeur-generaal, de directeuren en de beleidsmedewerkers. Deze decentrale kenniseenheden signaleren ook trends en ontwikkelingen die voor het gehele ministerie van belang zijn. De centrale afdeling Kennis & Strategie zorgt voor coördinatie en verbinding tussen de decentrale eenheden en adviseert de ambtelijke leiding van het ministerie.

De taken van de kennisfunctie in de breedte zijn het signaleren van politieke, maatschappelijke en internationale ontwikkelingen ten behoeve van beleidsdossiers, het verbinden van kennisvragen op de diverse beleidsterreinen, het inspireren door middel van kennis en het faciliteren van het gebruik van kennis door de toegankelijkheid en beschikbaarheid van kennis voor beleid te bevorderen en te vergroten.

Het delen van kennis bij BZK gebeurt onder meer door het geven van strategische adviezen; programmeren, begeleiden en (doen) presenteren en verspreiden van wetenschappelijk onderzoek alsmede het leggen en onderhouden van contacten met wetenschap, onderzoekers en andere kennisgedreven organisaties.

Buitenlandse Zaken
Het budget van het ministerie vindt voor een klein deel zijn weg via vaste bijdragen aan drie instituten: Stichting Instituut Clingendael, het Afrika Studiecentrum en het Koninklijk Instituut voor de Tropen. De overige beschikbare middelen voor onderzoek worden - al dan niet via Nederlandse ambassades in het buitenland - besteed in de vorm van bijdragen aan projecten en programma's van instituten.

Defensie
Het ministerie van Defensie bouwt structureel defensiespecifieke kennis op bij haar strategische kennispartners TNO, NLR en MARIN via het overheidsbrede instrument van programmafinanciering. Daarnaast is er een centraal R&D budget dat wordt aangewend voor defensiespecifieke technologieontwikkeling. De verschillende defensieonderdelen, waaronder de operationele commando’s, de bestuursstaf en de Defensie Materieel Organisatie maken vervolgens gebruik van deze met centrale middelen opgebouwde kennis en technologie.

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
Het ministerie van EL&I geeft bijdragen aan onder andere de volgende instituten: het NMI, MARIN, Deltares, TNO, ECN, het NLR, de Technologische Topinstituten, de Stichting Technische Wetenschappen (STW) van NWO, het Holst Centrum, NML en ESA. Ondernemers en wetenschappers gaan in het kader van het topsectorenbeleid samenwerken in zogenoemde Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). Op het gebied van landbouw, ecologie en omgeving wordt onderzoek gefinancierd dat deels institutioneel is belegd bij het Wageningen Universiteit & Researchcentrum (WUR). Het ministerie financiert de 1ste geldstroom aan de Wageningen Universiteit en financiert daarnaast de kennisbasis, be-leidsondersteunend onderzoek en wettelijke onderzoekstaken bij de specialistische instituten van WUR (de instituten van de Stichting DLO). Daarnaast staan er op de begroting twee bureaus die niet primair een onderzoekstaak hebben, maar waar wel sprake is van enige mate van instituutsgebonden onderzoek, namelijk het CBS en het CPB.

Veel projecten en programma’s van EL&I lopen via intermediaire organisaties zoals NSO en NWO/STW. De dienst Agentschap NL van EL&I is verantwoordelijk voor de uitvoering van fiscale regelingen zoals de WBSO en de RDA.  

Veiligheid en Justitie 
H
et ministerie van Veiligheid en Justitie kent een eigen intern onderzoeksinstituut, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Het WODC is zowel verantwoordelijk voor de uitvoering van het interne onderzoek binnen Justitie als voor de uitbesteding van onderzoek bij universiteiten en onderzoeksinstituten. De programmering van het WODC-onderzoek vindt plaats via een tweejaarlijks plan, dat door de ambtelijke top van het ministerie wordt vastgesteld.

Daarnaast voert door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), dat ook onderdeel is van Justitie, een deel van de R&D-activiteiten van het ministerie uit.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft een brede politiek-bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor het publieke onderzoek in Nederland. Het grootste deel van het budget heeft de vorm van een institutionele of basisfinanciering. Het ministerie financiert en voert het beleid van de grote onderzoeksorganisaties in Nederland en het buitenland en coördineert het wetenschapsbeleid van de rijksoverheid.

Binnen de rijksoverheid heeft OCW het grootste budget voor onderzoek (ongeveer tweederde van het totaal). Een belangrijk deel van dit budget heeft de vorm van institutionele financiering of financiering via intermediaire organisaties, waarvoor OCW beheersmatige verantwoordelijkheid heeft:

  • De eerste geldstroom financiering van de universiteiten, als onderdeel van de lumpsumfinanciering
  • NWO en haar instituten, KNAW en haar instituten
  • Instituten op het terrein van cultuur: RKD en RCE

Er vindt ook institutionele financiering plaats aan:

  • GTI's
  • De Boekmanstichting
  • Internationale onderzoeksorganisaties CERN, ESA, ESO en EMBL/BC (de bijdragen zijn gebaseerd op internationale verdragen)


Daarnaast heeft een deel van de OCW-middelen de vorm van geoormerkte programmagelden (FES-gelden, Vernieuwingsimpuls, genomics). In beperkte mate wordt er onderzoek uitbesteed ten behoeve van het eigen beleid in de vorm van projectfinanciering. 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kent voornamelijk opdrachtonderzoek ten behoeve van het beleid. SZW draagt bij aan de financiering van TNO.

Infrastructuur en Milieu
Het onderzoek van Infrastructuur en Milieu (I&M) dient zowel de ondersteuning van de kennisinfrastructuur op de beleidsterreinen van het ministerie als kennisontwikkeling ten behoeve van de kerntaken van het ministerie. I&M kent enkele interne kennisinstellingen:

  • De vier landelijke diensten (die in 2007 zijn gevormd vanuit de specialistische diensten van Rijkswaterstaat)
  • Het agentschap KNMI als nationaal instituut voor weer, klimaat en seismologie
  • Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), in 2006 opgericht als zelfstandig instituut binnen V&W
  • Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), een samenvoeging van het Ruimtelijk Planbureau en het Natuur en Milieu Planbureau

    Daarnaast heeft I&M relaties met:
  • De andere planbureaus, waarbij input wordt geleverd voor de werkprogramma's
  • De meeste universiteiten en sommige hogescholen, voor de universiteiten via onder andere de subsidiëring van leerstoelen en opdrachtfinanciering
  • TNO, via het leveren van een bijdrage aan de vraaggestuurde programmering en institutionele financiering
  • de GTI's: institutionele financiering van Deltares (een samenwerkingsverband van WL | Hydraulics, GeoDelft, delen van TNO en de specialistische diensten van Rijkswaterstaat), NLR en MARIN
  • Diverse andere kennisinstellingen op wisselende basis (onder andere WRR, SWOV, Connekt, CROW)

Een belangrijk deel van het onderzoek betreft projectfinanciering. Een gedeelte hiervan wordt uitbesteed door de landelijke diensten (voorheen de specialistische diensten), een ander deel wordt uitbesteed door de directoraten-generaal. Sinds de reorganisatie van Rijkswaterstaat zijn de landelijke diensten verantwoordelijk voor advies en ondersteuning, en niet (meer) voor de ontwikkeling van nieuwe kennis. De landelijke diensten vormen dus wel een belangrijke rol binnen I&M op kennisgebied, maar niet in de rol van onderzoeksinstituut.
Daarnaast zijn er bijdragen aan zelfstandige organisaties, uitbesteding door het ministerie zelf en programmatisch onderzoek via intermediaire organisaties zoals NWO, Agentschap NL en het RIVM.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kent institutionele financiering van een aantal zelfstandige instituten, zoals het NKI en het NIVEL VWS kent twee 'eigen' instituten: het RIVM en het SCP. Het RIVM kan deels als intern kenniscentrum van VWS worden beschouwd. Het SCP is minder te zien als VWS kenniscentrum. Het SCP heeft namelijk ook een interdepartementale doelstelling. Vanuit de programma-uitgaven wordt een deel van het onderzoek op het terrein van zorg als beleidsonderbouwend onderzoek uitgezet. Een deel van het zorgonderzoek verloopt via de intermediaire organisatie ZonMw. Het onderzoek op het terrein van welzijn wordt uitbesteed in de vorm van opdrachtonderzoek.

www.rathenau.nl
  • Sitemap / 
  • Disclaimer / 
  • Colofon / 
  • Links
R&D bedrijven Nationale statistieken internationale statistieken onderzoeksorganisaties KNAW + instituten NWO + instituten rijksoverheid financiering collectebusfondsen intermediaire organisaties innovatiebeleid CBS-cijfers science system assessment kerncijfers internationalisering wetenschapsverkenningen onderzoeksevaluatie universitair onderzoek NWO-programma’s adviesorganen wetenschapsbeleid