Internationalisering
Wetenschappelijk onderzoek heeft van oudsher een belangrijke internationale dimensie.
Die internationale dimensie toont zich op verschillende manieren:
- Onderzoekers produceren kennis en leggen die - vaak via wetenschappelijke producten - voor aan het internationale forum van wetenschappers.
- Onderzoekers uit verschillende landen werken ook vaak met elkaar samen. Uit cijfers van de National Science Foundation blijkt dat Nederlandse onderzoekers gezamenlijke publicaties kennen met onderzoekers uit meer dan 100 andere landen. In veel landen ligt het aandeel wetenschappelijke publicaties die zijn gepubliceerd met onderzoekers uit andere landen op ongeveer de helft. Deze publicaties blijken hogere citatiescores te hebben dan wetenschappelijke publicaties die niet op basis van internationale samenwerking tot stand komen. Een factor die met name in Europa heeft geleid tot grotere internationale samenwerking is de uitvoering van de EU Kaderprogramma's, die deze samenwerking mede tot doel hebben.
- Internationalisering vindt plaats via de mobiliteit van onderzoekers die voor kortere of langere tijd naar een andere land vertrekken. Zo financiert NWO het Rubicon-programma, waarbij recent gepromoveerde wetenschappers de mogelijkheid krijgen om maximaal twee jaar ervaring op te doen aan een buitenlands topinstituut.
- Via internationale onderzoekorganisaties, die onderzoeksinfrastructuren financieren en beheren, die de slagkracht en financiële draagkracht van een enkel land overstijgen. Voorbeelden zijn CERN (deeltjesversneller), ESO (telescoop) en ITER (kernfusiereactor). De deelnemende lidstaten financieren deze infrastructuren en doen er - gezamenlijk - onderzoek.
Internationaliseringsagenda 'Het Grenzeloze Goed'
De overheid hecht belang aan internationalisering van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. In november 2008 is er een internationaliseringsagenda uitgebracht onder de titel 'Het Grenzeloze Goed'. Zie de Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De belangrijkste doelen:
- Vergroten van de mobiliteit van Nederlandse studenten
- Stimuleren van een meer internationale oriëntatie van onderwijsinstellingen
- Vergroten van de zogenoemde brain circulation
- Verbeteren van het vestigingsklimaat voor onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten
Rol van koepelorganisaties
Het stimuleren van internationale samenwerking vindt ook plaats vanuit de koepelorganisaties VSNU, NWO en KNAW. Voor meer informatie over de activiteiten, zie: