Universiteiten en UMC's
Nederland kent binnen de publieke sector 14 universiteiten (inclusief de Open Universiteit) die onderdeel zijn van het systeem van wetenschappelijk onderzoek. Naast het uitvoeren van onderzoek hebben de universiteiten als taak onderwijs te geven en kennis over te dragen aan de maatschappij. Het budget van de universiteiten (exclusief de rijksbijdrage voor de werkplaatsfunctie van de universitaire medische centra) bedraagt bijna 6 miljard euro. De omvang van het onderzoek (aan zowel universiteiten, universitaire medische centra als hogescholen) ligt in de orde van 4,0 miljard euro (2011).
De taken van de universiteit zijn verankerd in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). De overheid is de belangrijkste financier van de universiteiten. De universiteiten hebben zich verenigd in de Verenigde Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU).
Academische ziekenhuizen, UMC's
Er zijn acht universitaire medische centra (Amsterdam 2x, Utrecht, Leiden, Groningen, Rotterdam, Nijmegen en Maastricht). Vanaf 1999 hebben deze medische centra een zekere mate van verzelfstandiging ingezet, waarbij er een integratie heeft plaatsgevonden van de medische faculteit van de universiteit en het medische centrum. Kerntaken van de UMC's zijn onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding en patiëntenzorg. De medische centra zijn verenigd in de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra.
Autonomie universiteiten
Universiteiten hebben binnen het Nederlandse wetenschapssysteem een hoge mate van autonomie. De universiteiten zijn zelf verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaardenbeleid en de kwaliteitszorg voor onderzoek en onderwijs.
Financiering universiteiten
Het budget van universiteiten kent drie hoofdcomponenten:
- De eerste geldstroom: rechtstreeks door de overheid op basis van een lumpsumfinanciering. In de regel komt deze financiering van het ministerie van OCW, maar voor de Wageningen Universiteit komt deze van het ministerie van EZ (voorheen van het ministerie van LNV). De lumpsum is gebaseerd op een bekostigingsmodel dat verschillende parameters voor onderwijs en onderzoek bevat, die tot doel hebben om de totale middelen te verdelen over de universiteiten.
- De tweede geldstroom: de overheidsfinanciering die via NWO en de KNAW wordt verdeeld. Het grootste aandeel heeft de NWO-financiering, die van de KNAW is betrekkelijk gering en betreft met name de financiering van universiteitshoogleraren. De financiering van NWO heeft de vorm van subsidies voor onderzoekers die voor een belangrijk deel in competitie worden verdeeld, en de financiering van onderzoeksfaciliteiten.
- De derde geldstroom: het gaat hierbij om additionele financiering van onderzoek en onderwijs uit publieke en private bronnen. Voor het onderzoeksgedeelte gaat het om opdrachtonderzoek van onder andere overheden, bedrijven, charitatieve fondsen en buitenlandse financieringsbronnen, zoals het Europese Kaderprogramma.
Organisatie van wetenschappelijk onderzoek
In toenemende mate is het onderzoek binnen de universiteiten georganiseerd binnen een variëteit aan institutionele verbanden, zoals universitaire instituten, (top)onderzoekscholen, universitaire graduate schools en zwaartepunten. Er zijn in Nederland ruim honderd erkende onderzoekscholen waarin het merendeel van het universitair wetenschappelijk onderzoek is ondergebracht.
Toponderzoekscholen / NWO-programma Zwaartekracht
Zes onderzoekscholen zijn in 1998 erkend als toponderzoekscholen. De zes toponderzoekscholen ontvangen extra middelen met als doel uit te groeien tot excellente onderzoekscholen van internationale allure. In 2012 zijn bij een nieuwe ronde zes toponderzoekscholen geselecteerd en hebben een bedrag van 167 miljoen euro ontvangen voor een periode van 10 jaar. In 2013 en 2016 vinden nieuwe rondes plaats.
Onderzoekscholen
Deze kunnen zowel interuniversitair, intra-universitair als intrafacultair zijn. Het stelsel van onderzoekscholen is uniek in de wereld. Het buitenland kent geen vergelijkbaar systeem. Wel ontstaan er in toenemende mate ook onderzoekscholen (of graduate schools) binnen een enkele universiteit. Onderzoekscholen zijn opgericht om onderzoekers in Nederland op een gestructureerde manier te kunnen opleiden. Daarnaast voeren ze een samenhangend onderzoeksprogramma uit.
Erkenning onderzoekscholen
De Erkenningscommissie Onderzoekscholen (ECOS) verleent de erkenning aan een onderzoekschool en handelt daarbij op basis van een vastgesteld protocol. De KNAW heeft deze commissie ingesteld in 1992 op verzoek van de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen.
Zie voor meer informatie over de ECOS en de onderzoekscholen, de KNAW.
Kennisoverdracht / Valorisatie
Universiteiten voeren ook activiteiten uit die gericht zijn op in onderzoek verkregen kennis nuttig te maken voor de maatschappij. Naast het opleiden van studenten als kennisdragers en het publiceren van artikelen in wetenschappelijke tijdschriften zijn universiteiten betrokken bij de ontwikkeling van spin-off bedrijven, vragen universiteiten octrooien aan, voeren ze opdrachtonderzoek uit, zijn er personele dubbelfuncties met bedrijven en andere maatschappelijke organisaties en is er aandacht voor ondernemerschap.
Meer informatie?
- Download hier een excelbestand met de meest recente kerngegevens per universiteit (baten onderwijs en onderzoek, tweede geldstroominkomsten, onderzoeksinzet in fte)
- Zie voor een overzicht van alle universiteiten, de VSNU
- Zie voor feiten en cijfers over het onderwijs, onderzoek, personeel en financiën van de universiteiten, de VSNU
- Zie een publicatie uit 2012 van het Rathenau Instituut met feiten en cijfers over de Nederlandse universiteiten