Nieuws
Kabinet wijst naar Brussel voor aanpak risico’s nanomaterialen
Volgens het Kabinet is Nederland afhankelijk van internationale afspraken om de risico’s van nanomaterialen te beheersen. Maar het tempo waarin die afspraken worden gemaakt, verloopt traag. Gaat de Nederlandse strategie werken?
“Wij zijn Europa”, sprak minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) nog tijdens het vorige Kamerdebat over nanotechnologie. Maar ‘Brussel’ moet opschieten, zo blijkt uit de brief die staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het Kabinet laat er geen misverstand over bestaan: op Europees niveau verloopt de afstemming over een definitie, risico-analyse en regulering van nanomaterialen te traag.
Zonder deze afspraken is het niet mogelijk om mogelijke risico’s te kunnen beheersen, schrijft het Kabinet. Nanomaterialen -en producten worden immers voor een groot deel in het buitenland geproduceerd. Daarom wil het Kabinet er bij de Europese Commissie op aandringen het proces van internationale afstemming te versnellen. Dit jaar nog moet een definitie worden vastgesteld, volgend jaar een overzicht van producenten en toepassingen van nanomaterialen en in 2014 een systeem om (de belangrijkste) nanomaterialen daadwerkelijk op mogelijke risico’s te beoordelen.
Het wordt inderdaad hard tijd dat de acties die het Kabinet voorstelt worden gerealiseerd. Maar zoals het Kabinet zelf al aangeeft in de bijlage, is het nog maar de vraag of het allemaal zo snel zal gaan. Zo verwacht de Europese Commissie voor eind 2011 een notitie uit te brengen over de mogelijkheden voor het registreren van nanoproducten. Nederland wil dat uiterlijk een jaar later die registratie is afgerond. Dat roept de vraag op wat er, naast druk uitoefenen, nog meer nodig is om snel een adequaat functionerend systeem voor productregistratie te realiseren.
De Nederlandse strategie in Europa is daarmee een belangrijke zaak voor de nationale politiek. De afhankelijkheid van ‘Europa’ vertoont namelijk een merkwaardige paradox. Enerzijds zou het aan kennis en Europese afstemming ontbreken om vast te stellen in welke gevallen voorzorg moet worden toegepast. Anderzijds wordt een groot aantal nanomaterialen al toegepast. Blijkbaar is het gebrek aan kennis en afstemming in Europa daarvoor geen belemmering geweest. Maar om de huidige situatie te doorbreken verwijst het Kabinet naar nationale initiatieven in Frankrijk, Italië, België en Duitsland. Het lijkt dan ook niet alleen denkbaar dat Nederland de mogelijkheden voor regelgeving verkent en aanbiedt, zoals het Kabinet schrijft, maar zelfs een belangrijke voorwaarde om de bescherming van Nederlandse werknemers, consumenten en milieu niet teveel afhankelijk te maken van de Europese belangenstrijd.