Detectiemethoden
Veiligheid versus privacy
Sinds de aanslagen van 11 september is binnenlandse veiligheid een belangrijke drijfveer om betere detectiemiddelen te ontwikkelen. Er worden al systemen getest die explosieven, zenuwgas en biologische wapens kunnen opsporen. Nanotechnologie speelt hierbij een belangrijke rol. Toch is niet gezegd dat betere opsporingsmethoden ook altijd tot meer veiligheid leiden.
Voorbeeld: luchthavenbeveiliging
Snelheid en precisie, daar draait het om bij routinecontroles. Op luchthaven Schiphol halen douaniers dagelijks tienduizenden koffers door een röntgenapparaat. Dit systeem is echter niet waterdicht. Vaak is het tweedimensionale röntgenbeeld onduidelijk. Nanotechnologie kan hier verandering in brengen.
Hoe werkt het?
Röntgenapparatuur bestaat grofweg uit twee onderdelen: een stralingsbron en een ontvanger. Koolstof nanobuisjes zitten in kathodes, die constante en zeer precieze stralingsbronnen aansturen. De bronnen zijn klein en energiezuinig.
Het Amerikaanse XINTEK Inc past deze techniek toe in een röntgenscanner die een object met vijf pulsen bestraalt. Doordat elke puls vanuit een andere hoek komt, is een driedimensionaal beeld op te maken. Volgens de fabrikant maakt dit snellere en meer precieze controle van bagage mogelijk.
Een stap verder
Bagagecontrole en detectiepoortjes zijn zichtbare vormen van luchthavenbeveiliging. Achter de schermen worden echter meer gedaan. De ‘slimme omgeving’ is in opkomst. Dit gaat een stap verder dan bijvoorbeeld camerabewaking. Nanosensoren speuren de omgeving af.
De sensoren zijn onzichtbaar verwerkt in de omgeving. Ze meten geluidsoverlast of detecteren bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen. Op het vliegveld van Hongkong bepalen sensoren automatisch de lichaamstemperatuur van arriverende reizigers. Het vliegveldpersoneel onderwerpt mensen met een te hoge temperatuur aan medisch onderzoek.
Risico’s
Nanosensoren en detectiesystemen zijn niet zaligmakend. Ze kunnen een vals gevoel van veiligheid creëren. Kwaadwillenden zullen op zoek gaan naar mogelijkheden om detectie te omzeilen. Ook kan laksheid ontstaan, bijvoorbeeld vanwege een groot aantal valse meldingen.
Daarnaast is de privacy in het geding. Sensoren in een slimme omgeving verzamelen ongevraagd gegevens van passanten. Het is de vraag wie toegang heeft tot deze gegevens en voor welke doeleinden ze worden gebruikt. Het Rathenau Instituut pleit daarom voor transparantie en stimuleert het debat over privacy versus opsporing.