Nanodisplays
Dun, flexibel en zuinig

- Een superdun nanodisplay. Foto: Sony.
Belangrijk onderdeel van mobiele telefoons, laptops en televisies is het beeldscherm. Dat is bepalend voor de beeldkwaliteit en het energieverbruik. Dominante technologieën zijn OP dit moment LCD en plasma. Op nanotechnologie gebaseerde concurrenten veroveren echter steeds meer terrein.
Drie types
Nanotechnologie in beeldschermen kent grofweg drie toepassingsgebieden. Organic light emitting diodes (OLED), field emission displays (FED) en surface-conduction electron-emitter display (SED).
OLED heeft al tot commerciële toepassingen geleid. Enkele voorbeelden: marktleider Samsung gebruikt de techniek in mobiele telefoons, Kodak in digitale fotolijstjes, Sony in een televisie. Philips verwerkte het in sfeerverlichting. Het bedrijf noemt OLEDs zelfs “de lichtbron van de 21ste eeuw.”
Hoe werkt het?
OLEDs bestaan uit dunne laagjes organisch materiaal (100 tot 500 nanometer), die tussen twee geleidende oppervlaktes zijn geplaatst. Onder invloed van een elektrisch veld zenden de laagjes licht uit. De kleur en kwaliteit zijn afhankelijk van de samenstelling van het gekozen materiaal.
Beeldschermen met OLEDs zijn dun, flexibel en bijzonder energiezuinig. Dit maakt ze interessant voor toepassing in draagbare apparatuur. Nadeel is de beperkte levensduur en hoge productiekosten.
Toekomst
De Europese Unie stelde in 2008 geld beschikbaar om de ontwikkeling van OLEDs te stimuleren. De energiezuinige techniek kan helpen om de CO2-uitstoot te verminderen. Sommige onderzoekers verwachten in de toekomst zelfs totaal nieuwe producten. Voorbeelden zijn een oprolbare elektronische krant en plastic gloeilampen gemaakt van OLEDs.