Biobrandstof
Nanotechnologie biedt kansen en nieuwe dilemma’s
Het Nederlandse kabinet wil het gebruik van biobrandstof stimuleren om de CO2-uitstoot te verminderen. Biobrandstof bestaat uit plantaardig of dierlijk materiaal. Het kan een duurzaam alternatief vormen voor fossiele energiebronnen als olie en kolen. Nanotechnologie helpt de opbrengst uit biomassa te verbeteren. Oude discussies laaien hierdoor op.
Er zijn verschillende manieren om biobrandstof te verkrijgen. Uit voedsel als maïs, soja en suikerbieten wordt biodiesel en bio-ethanol gemaakt. Houtsnippers, GFT-afval en ingezameld papier gebruikt men bij de opwekking van groene stroom. Zelfs oud frituurvet kan na behandeling als biobrandstof dienen. Recent krijgt ook het gebruik van algen steeds meer aandacht.
Het ‘groene goud’
Sommige microalgen bestaan voor meer dan de helft uit olie. Ze kunnen zich snel vermenigvuldigen. En ze gebruiken CO2 uit de lucht om te groeien. Een interessant product dus om biobrandstof van te maken. Microalgen worden dan ook wel het ‘groene goud’ genoemd.
Nadeel is echter dat de opwekking van energie uit algen duur is. Het is arbeidsintensief om de algen te laten groeien. En bij het uitpersen van de olie gaan de opgekweekte algen dood en moet het proces opnieuw beginnen. Amerikaanse nanowetenschappers zeggen hier een oplossing voor te hebben gevonden.
Hoe werkt het?
In het Ames Laboratory zijn poreuze nanodeeltjes ontwikkeld. Deze kunnen als kleine sponzen de olie uit microalgen zuigen, zonder dat de algen kapot gaan. De volgezogen nanodeeltjes worden uit het water verwijderd. Gepatenteerde enzymen scheiden de deeltjes vervolgens in biodiesel en een glycerineachtig bijproduct. Doordat de algenpopulatie kan worden hergebruikt, denkt Ames Laboratory de productiekosten van deze biobrandstof drastisch te kunnen verlagen.
Discussie
Het gebruik van biobrandstof is controversieel. Zo waarschuwde de Wereldbank in 2008 dat biobrandstof de voedselprijs in arme landen opdrijft. Maïs, soja en suikerriet worden massaal opgekocht om bio-ethanol van te maken. Voor de lokale bevolking kan dit een ramp betekenen. Ook komt de biodiversiteit in gevaar. Bij de aanleg van palmolieplantages worden volgens Milieudefensie bijvoorbeeld miljoenen hectares regenwoud gekapt.
Ook biobrandstof uit microalgen kent een keerzijde. Er is bijzonder veel water nodig om de algen goed te laten groeien. Een groot deel van dit water verdampt tijdens het proces en gaat dus verloren. Er moet een lastige afweging worden gemaakt. Wat is belangrijker: water of brandstof? Ook is onduidelijk of de sponsachtige nanodeeltjes schadelijk zijn voor gezondheid en milieu.