Waterzuivering
Waterzuivering als ontwikkelingshulp?
Schoon drinkwater is een eerste levensbehoefte. In Nederland komt water gewoon uit de kraan. In veel ontwikkelingslanden is dit niet het geval. Jaarlijks sterven duizenden mensen na het drinken van vervuild water. Nanotechnologie kan zuivering makkelijker en goedkoper maken. Toch is het de vraag wie van deze ontwikkeling zullen profiteren.
Voorbeeld: arseenvergiftiging
In Bangladesh en India vormen grote hoeveelheden natuurlijk arseen in het oppervlaktewater een groot probleem. Opgelost in drink- en irrigatiewater heeft het metaalachtige element smaak noch kleur. Een sluipmoordenaar dus. Arseenvergiftiging kan leiden tot huidkanker, blaaskanker, longziekten, voortplantingsproblemen en afwijkingen in de hersenontwikkeling. In 2005 berekende de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat ruim negentig procent van de Bengalen vervuild grondwater drinkt: ‘de grootste massavergiftiging in de geschiedenis’.
Nanotechnologie zou hier een oplossing kunnen bieden. Onderzoekers van het Amerikaanse CBEN claimen bijvoorbeeld dat ze arseen op een makkelijke en goedkope manier uit het drinkwater kunnen verwijderen. In mei 2009 werd de nieuwe techniek voor het eerst op grote schaal getest in Guanajuato, Mexico.
Hoe werkt het?
Vanuit de scheikunde was al bekend dat ijzer zich bindt met arseen. Onlangs ontdekte men dat op nanoschaal bijzondere regels gelden wat betreft magnetische interactie. Het CBEN ontwikkelde hierop nanodeeltjes ijzerroest. Gemengd met besmet drinkwater trekt de nanoroest arseen aan (adsorptie). De ontstane combinatiedeeltjes blijken gemakkelijk uit het water te verwijderen. Een simpele handmagneet volstaat.
Nog een lange weg te gaan
De toepassing van nanotechnologie voor drinkwaterzuivering is veelbelovend. Toch is onzeker of ook ontwikkelingslanden hiervan zullen profiteren. Geld speelt een belangrijke rol. Niet alle gemeenschappen kunnen de nieuwe technieken betalen. Daarbij ontbreekt in veel landen de kennis om zelf te innoveren. Men blijft zo afhankelijk van producten uit de ontwikkelde economieën.
Tenslotte staat ook het gezondheidsrisico van nanodeeltjes nog ter discussie. Dit geeft aanleiding tot ethische vragen. Wat als het middel erger blijkt te zijn dan de kwaal? En mogen producenten ontwikkelingslanden wel als proeftuin gebruiken? Internationale afspraken ontbreken nog