calendar tag arrow download print
Image
Rapport Werken op waarde geschat

Veelgestelde vragen

Werken op waarde geschat
Wat is digitale monitoring?

Er is veel politieke en maatschappelijke discussie over in hoeverre banen veranderen, verschijnen en verdwijnen door de introductie van fysieke robots, algoritmen en AI op de werkvloer. Een ander verschijnsel blijft vaak onderbelicht: deze technologieën vormen tegelijkertijd een middel om werkenden digitaal in kaart te brengen en te monitoren. Bijvoorbeeld een operatierobot die bijhoudt hoe lang de chirurg bezig is. Of een online assessment waarbij kunstmatige intelligentie op basis van games de competenties van een sollicitant inschat.

Diverse digitale instrumenten maken het mogelijk om real-time allerlei taken en aspecten van werkenden te meten, te analyseren en feedback te geven aan werkenden en/of organisaties. In de publicatie ‘Opwaarderen’ uit 2017 liet het Rathenau Instituut zien dat de huidige fase van digitalisering zich laat kenmerken door deze constante cyclus van meten, analyseren en toepassen (de zogenaamde cybernetische feedback-loop). In de afgelopen jaren zijn steeds meer bedrijfsonderdelen op deze manier ingericht. Recent zien we dat bedrijven ook hun personeelsbeleid data-gedreven gaan vormgeven. Via digitale technologie kunnen organisaties zaken als emoties, locaties, en lichamelijke bewegingen van werkenden meten. Met behulp van algoritmen kunnen e-mails en chatberichten aspecten als gemoedstoestand, bevlogenheid, werktijden of ziekteverzuim in kaart brengen. Op basis daarvan worden gerichte interventies in het personeelsbeleid mogelijk of in de organisatie van werk.

We onderzochten de recente ontwikkelingen rondom de toepassing van data en digitale technologie om werkenden te monitoren, en wat die betekenen voor de kwaliteit van werk. We spreken van ‘werkenden’ omdat het niet alleen gaat om mensen in loondienst of uitzendconstructies, maar ook om mensen die hun diensten aanbieden als zzp’er, al of niet via een internetplatform.

Is monitoring op de werkvloer nieuw?

Van oudsher proberen werkgevers de potenties en prestaties van (potentiële) medewerkers te monitoren en via gerichte interventies te verbeteren. Monitoring is onderdeel van de moderne arbeidsrelatie; de werkgever wil ondoelmatigheid en wangedrag voorkomen, maar ook voor de werknemer zelf is het behalen goede resultaten belangrijk. Monitoren komt van monitor, een Latijns woord voor waarnemer, adviseur, begeleider (van het werkwoord monēre te vertalen als ‘herinneren aan of waarschuwen’). In de betekenis ‘adviseur en begeleider’ is ‘monitor’ vervangen door ‘mentor’.

Monitoring op de werkvloer is dus geen nieuw fenomeen, maar digitale technologieën verruimen de mogelijkheden om instructies en feedback te geven enorm. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van GPS en versnellingsmeters, microfoons en camera’s, fitnesstrackers en biometrische toegangscontrole, metadata over e-mail- en internetgebruik. Die digitale middelen maken het gemakkelijker en goedkoper om steeds meer activiteiten en persoonlijke kwaliteiten systematisch in kaart te brengen en te kwantificeren.

Ons rapport laat zien dat organisaties monitoringstechnologie niet alleen voor het controleren of aansturen van werkenden gebruiken, maar ook voor het plannen en aannemen van personeel en ter ondersteuning en ontwikkeling van hun personeel. Verder zien we dat monitoring vaak niet meer beperkt is tot de werktijd of werkplek en datgene wat een supervisor van vlees en bloed zou kunnen zien. Slimme algoritmen en kunstmatige intelligentie kunnen inzichten afleiden uit de data die de werkenden mogelijk niet eens van zichzelf weten. De manier van feedback krijgen wordt daarnaast steeds subtieler en invasiever. En er is een nieuwe partij betrokken: de technologieaanbieder. Al deze aspecten zorgen ervoor dat arbeidsverhoudingen op de werkvloer veranderen.

Leidt meer data tot betere besluiten?

De digitale monitoringstechnologie sluit aan bij de wens van veel organisaties om meer ‘datagedreven’ te gaan werken: om op basis van feiten beter onderbouwde besluiten te nemen. Deze wens legt een dominante logica bloot waarbij organisaties data inzetten om mensen te doorgronden. We bewegen richting een arbeidsmarkt waarbij kwantitatieve data bepalend worden voor het voorspellen van gedrag en voor besluiten die kansen op arbeidsparticipatie beïnvloeden. Organisaties dienen zich echter te realiseren dat de waarde van werk ook met behulp van digitale instrumenten, algoritmen en kunstmatige intelligentie lastig te meten is. De instrumenten worden vaak ingezet om iets te kunnen zeggen over complexe zaken als geschiktheid, motivatie, gezondheid en productiviteit. Sommige instrumenten leggen daarbij twijfelachtige verbanden, bijvoorbeeld tussen gezichtsuitdrukking en persoonlijkheid, of tussen DNA en competenties. Ook voorspellingen over individueel menselijk gedrag hebben vaak geen solide wetenschappelijke basis. Daarnaast bestaat er het risico dat er enkel aandacht is voor hetgeen dat meetbaar is. De onderliggende opvatting dat de mens in data te vangen is, levert een te beperkt beeld op van wat waardevol werk is. De nieuwe instrumenten slagen er dus maar ten dele in om beter zicht te krijgen op werkenden. Het Rathenau Instituut roept daarom op tot een brede maatschappelijke en politieke discussie over de wenselijke inzet van monitoringstechnologie en waardevol werk (zie ook het blok met de aanbevelingen elders op de webpagina).

Waarom deed het Rathenau Instituut dit onderzoek?

Het Rathenau Instituut heeft de afgelopen dertig jaar de invloed van automatisering en digitalisering in allerlei domeinen van de samenleving bestudeerd. Technologische ontwikkelingen gaan snel en hebben ook impact op de kwaliteit van werk. Dit vraagt om dialoog en geïnformeerde politieke keuzes. Binnen het thema Digitale samenleving brengen we in kaart wat de samenleving nodig heeft om zelf richting te geven aan de digitale toekomst.

Het rapport Werken op waarde geschat - Grenzen aan digitale monitoring op de werkvloer door middel van data, algoritmen en AI is geschreven op verzoek van de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) van de Tweede Kamer. Het onderzoek is uitgevoerd van juni 2019 tot maart 2020. Het onderzoek maakt deel uit van het thema ‘Veranderende arbeidsmarkt’ van de kennisagenda van de commissie SZW, die met dit rapport de gemeenschappelijke kennis op genoemd thema verder kan uitbreiden.

Dit onderzoek is een vervolg op eerder onderzoek van het Rathenau Instituut, waaronder:

Waarom roept het Rathenau Instituut op tot een brede maatschappelijke en politieke discussie?

De inzet van monitoringstechnologie kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van werk. Digitale instrumenten kunnen raken aan de privacy van werkenden, kunnen leiden tot discriminatie in werving en selectieprocessen, en kunnen bijdragen aan toenemende werkdruk. Maar de discussie over een verantwoorde inzet van digitale monitoringstechnologie dient verder te gaan. Een digitaal instrument verandert namelijk de arbeidsverhoudingen, zowel tussen een werkende en een organisatie als tussen collega’s, toeleveranciers, klanten of toezichthouders. Digitale instrumenten kunnen daardoor leiden tot een uitholling van werktaken en werkrelaties. We roepen daarom sociale partners, platformen, werkenden en technologie-aanbieders op om gezamenlijk tot uitgangspunten te komen over de wenselijke inzet van data op de werkvloer en waardevol werk.

Hoe voerde het Rathenau Instituut dit onderzoek uit?

Voor dit rapport deden we onderzoek op basis van deskresearch, literatuuronderzoek en interviews. We spraken met technologie-aanbieders, werkgevers, wetenschappelijke experts, vakbonden, een werkgeversorganisatie en een platform. We onderzochten welke nieuwe mogelijkheden op de markt zijn om werkenden digitaal in kaart te brengen, de wetenschappelijke basis daarvan, en wat deze instrumenten betekenen voor de kwaliteit van werk. We keken daarbij naar centrale dimensies van dit begrip (inkomsten, arbeidsmarktzekerheid en werkomgeving) en naar bredere maatschappelijke en ethische aspecten, zoals de betekenis voor privacy, diversiteit en inclusiviteit op de werkvloer.

Daarbij keken we ook naar de continue zoektocht naar een balans tussen de belangen van organisaties en werkenden, en de toenemende aandacht voor ‘kwaliteit van werk’ in huidige beleidsdiscussies. Een juridische analyse van relevante wettelijke kaders is uitgevoerd door advocaat Joost Gerritsen (Legal Beetle).