• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Financiering en uitvoering van R&D in Nederland

De Nederlandse R&D wordt uitgevoerd door verschillende soorten organisaties en gefinancierd uit verschillende bronnen. In 2016 had de in Nederland uitgevoerde R&D een omvang van 14,3 miljard euro.

In onderstaande tabel wordt aangegeven wie in 2016 de financiers zijn van R&D in Nederland, wat ze hebben uitgegeven en door welke type organisatie deze R&D is uitgevoerd.

R&D-uitgaven in Nederland per uitvoerende sector naar financieringsbron, 2016, in miljoenen euro

Uitvoerende sectorenFinancieringsbron: BedrijvenFinancieringsbron: OverheidFinancieringsbron: Overige Nationale bronnenFinancieringsbron: BuitenlandTotaal per Uitvoerende sector
Bedrijven64271562115278131
Hoger onderwijs35034753003754500
Researchinstellingen266987753211649
Totaal per Financieringsbron70434618396222314280
Gegevens: Download als csv bestand
Bron: CBS, Statline; bewerking: Rathenau Instituut.
Notities: De 2016 cijfers zijn voorlopig. Overige nationale bronnen omvat private non-profit organisaties en eigen geld van hoger onderwijsinstellingen.

Financiering van R&D

De uitgaven voor R&D in Nederland worden gefinancierd uit verschillende bronnen: de Rijksoverheid, bedrijven, overige nationale bronnen en het buitenland.

Bedrijven

Bedrijven financieren ongeveer de helft van het totaal aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingswerk (R&D) in Nederland. Financiering van bedrijven richt zich vooral op R&D binnen het eigen bedrijf en binnen de eigen sector (circa 80 procent). Daarnaast financieren Nederlandse bedrijven wetenschappelijk onderzoek bij universiteiten en researchinstellingen. Internationaal gezien financieren Nederlandse bedrijven relatief veel onderzoek bij onderzoeksinstellingen. Overigens financieren Nederlandse bedrijven ook R&D in het buitenland: daaraan besteden ze 2,1 miljard euro, volgens de cijfers voor 2016 van het CBS.

De rijksoverheid

De rijksoverheid financiert ongeveer een derde van de Nederlandse R&D. Overheidsfinanciering van wetenschappelijk onderzoek vindt op verschillende manieren plaats.

-    Directe overheidsfinanciering

Dit gebeurt via:

  • Vaste bijdragen aan instellingen (zogenaamde institutionele financiering of basisfinanciering). Daarnaast het financieren van onderzoek via intermediaire organisaties, zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO: instrumenten), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO: subsidies & financiering)
  • Het financieren van onderzoek in eigen (kennis)instituten, zoals het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie of het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu
  • Het rechtstreeks financieren van beleidsgericht onderzoek (via de financiering van projecten of programma's)

-    Fiscale steun

Fiscale steun is een belangrijk instrument binnen het innovatiebeleid van de overheid. Dit instrument heeft aan belang gewonnen sinds het Kabinet Rutte de omslag heeft gemaakt van specifieke financiering (via programma’s en subsidies) naar generieke fiscale steun van innovatie.
Fiscale stimulering is geregeld in de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), een regeling bedoeld voor bedrijven waarmee de Nederlandse overheid een deel van de kosten voor onderzoek en ontwikkelingswerk compenseert. De WBSO, die vanaf 1994 bestaat, heeft door de jaren heen een gestage groei doorgemaakt in budget en aantallen projecten. De omvang van de WBSO bedroeg in 2015 €769 miljoen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen Agentschap NL) voert namens de overheid de WBSO uit. De WBSO kent drie faciliteiten:

  • Een tegemoetkoming in de loonkosten van onderzoek en ontwikkelingswerk in de vorm van een vermindering van de af te dragen loonheffing
  • Een aftrek S&O (speur- en ontwikkelingswerk) voor zelfstandige ondernemers
  • Een extra tegemoetkoming voor startende ondernemers of ondernemingen

Vanaf 2012 is, als aanvulling op de WBSO, een nieuw fiscaal instrument in het leven geroepen, de Research & Development Aftrek (RDA). Waar de WBSO wordt gebruikt voor de personele kosten, is de RDA bedoeld voor de andere kosten die in het kader van R&D-projecten worden gemaakt (R&D-investeringen en R&D-exploitatiekosten). De omvang van de RDA in 2015 was € 238 miljoen. Per 2016 is de RDA samengevoegd met de WBSO (zie hierover de Kabinetsbrief van 7 juli 2015).

Meer over de directe overheidsfinanciering en de fiscale steun voor R&D is te lezen in de datapublicatie over de ontwikkeling van de directe en indirecte overheidssteun voor R&D in Nederland.

Fondsen

Een deel van de Nederlandse R&D wordt gefinancierd door private non-profit fondsen. De grootste bijdrage voor wetenschappelijk onderzoek komt van de gezondheidsfondsen. Nederland kent een aantal ’gezondheidsfondsen’, die zich richten op bepaalde aandoeningen of groepen van aandoeningen. De jaarverslagen van de fondsen laten zien dat ze in 2016 in totaal ruim € 171 miljoen aan wetenschappelijk onderzoek financierden. De twee grootste financiers van onderzoek zijn KWF Kankerbestrijding en de Nederlandse Hartstichting.
Negentien van deze fondsen bundelen hun krachten in de vereniging Samenwerkende GezondheidsFondsen (SGF). Er is een aparte datapublicatie over de ontwikkeling van de onderzoeksuitgaven van de gezondheidsfondsen.

Het buitenland

Naast financiering uit Nederlandse bronnen vindt de financiering van het onderzoek in Nederland ook plaats via buitenlandse bedrijven en onderzoeksmiddelen van de Europese Unie, met name vanuit de Kaderprogramma's. Buitenlandse financiering is in de loop der jaren een steeds belangrijkere bron geworden voor de Nederlandse R&D: vanaf 1994 is de financiering vanuit het buitenland geleidelijk gegroeid van € 497 miljoen tot € 2.223 miljoen in 2016. De buitenlandse financiering komt van:

  • Buitenlandse bedrijven, die vooral onderzoek in Nederlandse bedrijven financieren.
  • De onderzoeksprogramma's van de Europese Unie, met name de EU-Kaderprogramma's. Het Zevende EU-Kaderprogramma (KP7) had een looptijd van 2007-2013 met een totaalbudget van ruim € 50 miljard. Nederlandse onderzoekers wisten in deze periode 3,4 miljard euro binnen te halen, een aandeel van 7,4 procent van de totaal beschikbare middelen. Horizon 2020, de opvolger van KP7, heeft een looptijd van 2014-2020 en een totaalbudget van ruim 70 miljard euro.

In de datapublicaties over de EU-kaderprogramma's zijn ontwikkelingen te zien in de positie van Nederland in de Kaderprogramma's en het aandeel financiering van de EU-kaderprogramma's ten opzichte van de overheidsfinanciering voor R&D in Nederland.

Ontwikkelingen in de Nederlandse R&D-financiering

Onderstaande figuur laat de onderlinge verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen zien. Nederlandse bedrijven financieren ongeveer de helft van de in Nederland uitgevoerde R&D. De financiering van de overheid steeg van bijna € 3 miljard in 2001 tot € 4,6 miljard in 2016. Als aandeel van het totaal schommelt de overheidsfinanciering voor R&D rond de 40 procent, met een uitschieter tot 44 procent in 2009. Het aandeel van het buitenland schommelt vanaf 1997 tussen 10 en 13 procent, en neemt in 2016 verder toe naar bijna 16 procent.

Ontwikkeling R&D-uitgaven in Nederland naar financieringsbron, in miljoenen euro

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: CBS, Statline. Bewerking: Rathenau Instituut
Notities: De cijfers voor 2016 zijn voorlopig. De publieke researchinstellingen, het Rijk en lagere overheden, middelen uit NWO, en lumpsum financiering van de overheid worden als financier van R&D ingedeeld bij de overheid. Overig nationaal bestaat uit hoger onderwijs (universiteiten, universitair medische centra en hoger beroepsonderwijs instellingen) en de PNP -sector (privaat non profit). In het buitenland gevestigde bedrijven en instellingen (ook in het buitenland gevestigde dochterondernemingen van een Nederlandse multinationale onderneming) en de Europese Unie worden tot het buitenland gerekend.

Uitvoering van R&D

De totale omvang van de R&D-uitgaven zijn geleidelijk gegroeid, van € 5.041 miljoen in 1990 tot € 14.280 miljoen in 2016. In 2011 zien we een sprong in de uitgaven door bedrijven. Dit komt door een verandering in de berekening. Het CBS hanteert een ruimere definitie van R&D en heeft bedrijven met minder dan 10 werknemers ook opgenomen in deze statistiek.

Het aandeel van het bedrijfsleven als uitvoerder van R&D is het grootst met 57% in 2016; daarna volgen het hoger onderwijs met 32% en uiteindelijk de researchinstellingen met 12%.

Ontwikkeling R&D-uitgaven in Nederland naar uitvoerende sector, in procenten bbp

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: CBS, Statline. Bewerking: Rathenau Instituut.
Notities: Researchinstellingen bestaan uit onderzoeksinstellingen, rijksdiensten, instellingen voor zorg en welzijn en overige instellingen. Hoger onderwijs omvat het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (universiteiten en universitair medische centra). De cijfers voor 2016 zijn voorlopig.

Over de data

  • Het Centraal Bureau voor de Statistiek verzamelt en publiceert gegevens over de R&D in Nederland (zie ook een zestal vragen en antwoorden over cijfers over R&D).
  • De OESO Frascati Manual is de erkende wereldwijde standaard voor het verzamelen en rapporteren van internationaal vergelijkbare statistieken over de financiële en personele middelen voor onderzoek en experimentele ontwikkeling, beter bekend als R&D (in het Nederlands: Onderzoek en Ontwikkeling – O&O). De Frascati Manual vormt de basis voor een gemeenschappelijke taal voor discussies over R&D en de resultaten ervan.