• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Stimulering publiek-private samenwerking via de PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie

Het Rathenau Instituut presenteert in dit factsheet een aantal gegevens over projecten gefinancierd door de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI's) in de periode 2013-2016. Onderdeel van deze financiering is de PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie (vóór 1 februari 2017 genaamd TKI-toeslag). In de uitvoering van deze toeslag spelen de TKI's een belangrijke rol. Voor elke euro die de private sector cash investeert in een publiek-privaat R&D-project, ontvangt het TKI van de overheid een toeslag van € 0,25. Het TKI financiert daarmee weer nieuw publiek-privaat onderzoek in zogenaamde inzetprojecten, met aanvullende cash en natura bijdragen van private en publieke organisaties. De PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie is het belangrijkste instrument van het Ministerie van Economische Zaken om publiek-private samenwerking in onderzoek te stimuleren als onderdeel van het topsectorenbeleid.

Bij de introductie van de PPS-toeslag in 2013 had het kabinet als doelstelling om in 2015 publieke en private partijen voor tenminste € 500 miljoen in TKI-projecten te laten participeren, waarvan tenminste 40% door het bedrijfsleven wordt gefinancierd. Deze doelstelling is in de begroting 2016 opwaarts bijgesteld naar € 800 miljoen in het jaar 2020. In de tussenevaluatie van de PPS-toeslag (2016) geeft Dialogic aan dat deze - tussentijds bijgestelde - doelstelling al is bereikt, en geeft daarnaast aanbevelingen voor het continueren en verbeteren van de PPS-toeslag. Het Ministerie van Economische Zaken heeft bij de aanbieding van het Dialogic rapport met de tussenevaluatie van de TKI-toeslag aan de Tweede Kamer op 7 oktober 2016 aangegeven de TKI-toeslag te zullen voortzetten met waar nodig aanpassingen. 

Het Ministerie van Economische Zaken heeft het Rathenau Instituut gevraagd om in een factsheet resultaten te presenteren over de PPS-toeslag, met name gericht op de vraag waar deze toeslag terecht komt. In dit factsheet kijken we vooral naar de verdeling van de PPS-toeslag naar verschillende categorieën van organisaties, en specifiek naar de categorie kennisinstellingen. Hiervoor worden de gegevens gebruikt over de PPS-toeslag die RVO.nl in een database heeft opgeslagen. Deze gegevens zijn niet exact hetzelfde als opgenomen in eerdere rapportages, zoals het hierboven genoemde rapport van Dialogic en de Rapportage Bedrijvenbeleid 2017, omdat de database continu wordt uitgebreid en verbeterd.

Op basis van de nu beschikbare cijfers over de periode 2013-2016 laat de analyse in dit factsheet de volgende resultaten zien:

  • Het jaarlijks toegekende aantal TKI-projecten, het aantal projectdeelnemers, de omvang van de PPS-toeslag en de private commitments voor cash bijdragen nemen over de periode 2013-2015 toe, gevolgd door een lichte daling in 2016. 
  • Het grootste deel van de PPS-toeslag (93%) komt terecht bij de categorie "kennisinstellingen". Een groot deel daarvan (41%) gaat naar de TO2-instituten. Wel zijn er grote verschillen tussen de ontvangende instellingen.
  • Ondanks dat een groot deel van de PPS-toeslag naar de TO2-instituten gaat, laten de TO-2 instituten gezamenlijk een dalende omzet zien.
  • Bij alle projecten samen ligt de grootste nadruk op toegepast onderzoek met 60,5%, gevolgd door fundamenteel onderzoek met 34,6%, en een klein deel bestaat uit experimentele ontwikkeling (4,9%). Opvallend is dat de verdeling over fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en experimentele ontwikkelen sterk verschilt per topsector/TKI. Bij de TKI Chemie is het percentage fundamenteel onderzoek bijvoorbeeld 99%, terwijl het bij de TKI Tuinbouw & Uitgangsmaterialen 100% toegepast onderzoek betreft. 

TKI’s en de PPS-toeslag

In de volgende tabel staan het aantal inzetprojecten (projecten die voor een deel gefinancierd worden met PPS-toeslag) in de periode 2013-2016 en de toegekende PPS-toeslag, uitgesplitst naar de twaalf onderscheiden TKI's.

Kerngegevens TKI's, 2013-2016

TopsectorTKIAantal projectenPPS-toeslag (euro)In % van totaal TKI-toeslag
Agri & FoodTKI Agrifood9128.528.84310,7
ChemieTKI Chemie4610.094.9113,8
Creatieve industrieTKI CLICKNL61.072.5610,4
EnergieTKI Energie9920.493.2877,7
HTSMTKI HTSM284105.634.69339,8
LogistiekTKI Dinalog152.303.8940,9
LSHTKI LSH13134.270.26012,9
Tuinbouw & UitgangsmaterialenTKI T&U7129.171.48511,0
Water & MaritiemTKI Watertechnologie12815.268.1675,7
TKI Maritiem243.744.8561,4
TKI Deltatechnologie848.696.5953,3
Topsector doorsnijdendTKI BBE246.254.8882,4
Totaal1003265.534.439100,0
Gegevens: Download als csv bestand
Bron: TKI-database RVO.nl


In de periode 2013-2016 zijn in totaal 1003 inzetprojecten gestart met een PPS-toeslag. Meer dan de helft van het aantal inzetprojecten loopt via de TKI’s HTSM, LSH en Watertechnologie. De toegekende PPS-toeslag is het grootst bij de TKI HTSM, gevolgd door de TKI LSH. De gemiddelde PPS-toeslag per inzetproject is € 268.217 (ter toelichting: de totale PPS-toeslag is gedeeld door 990 in plaats van 1003, omdat er 13 projecten in de database staan zonder begroting). 

 

Totaaloverzicht 2013-2016

De volgende tabel geeft een samenvatting van een aantal gegevens over de inzetprojecten en participaties die betrekking hebben op de inzetprojecten in 2013, 2014, 2015 en 2016.

Overzichtsgegevens voor de TKI inzetprojecten, 2013-2016

Aantal projectenAantal participatiesOmvang projecten (begroot in euro's)TKI-toeslag (in euro's)Private cash bijdrage (in euro's)Private bijdrage in natura (in euro's)
2013139686277.432.67127.016.38454.338.57572.974.620
20142321242219.455.09152.955.87062.711.66545.072.307
20153331728406.791.244103.340.554158.030.29042.889.283
20162991216283.728.37882.221.63285.700.66830.981.178
Totaal100348721.187.407.384265.534.439360.781.198191.917.388
Gegevens: Download als csv bestand
Bron: TKI-database RVO.nl
Notities: De PPS-toeslag die in een bepaald jaar wordt toegekend heeft een meerjarige doorwerking en is niet alleen aan het toekenningsjaar gekoppeld.

 

In de tabel is te zien dat van 2013 tot en met 2015 er een toename was van het aantal projecten, aantal participaties (d.w.z. het aantal projectdeelnemers), de omvang van de toegekende PPS-toeslag en de private cash bijdrage. In 2016 is voor eerst een daling te zien. 

Per project participeren er gemiddeld 4,9 projectpartners. De projectpartners hebben verschillende rollen, zoals die van financier, uitvoerder, partner of projectleider. De inzetprojecten zijn goed voor een totale omvang van meer dan € 1.187 miljoen, wat een gemiddelde omvang per project van bijna € 1,2 miljoen betekent. Die omvang loopt overigens sterk uiteen: van rond de € 5.000 per project tot enkele projecten van € 30 à € 40 miljoen.

Bij alle projecten samen ligt de grootste nadruk op toegepast onderzoek met 60,5%, gevolgd door fundamenteel onderzoek met 34,6%, terwijl een klein deel bestaat uit experimentele ontwikkeling (4,9%). Van 1,2% is het type onbekend. Wat vooral opvalt is dat de verdeling over fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en experimentele ontwikkelen sterk verschilt per topsector. Bij de TKI Chemie is het percentage fundamenteel onderzoek 99%. Verder is er in de TKI's HTSM en LSH veel fundamenteel onderzoek: 42% respectievelijk 46%. Bij de TKI's Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, Deltatechnologie en Agrifood ligt de nadruk juist veel meer op toegepast onderzoek: respectivelijk 100%, 89% en 79%. 

De financiering van de inzetprojecten komt uit verschillende bronnen: 

  • De TKI-toeslag is goed voor 22,4% van de financiering;
  • Bedrijven, zowel het MKB als grote bedrijven, financieren 46,5% (30,4% cash en 16,2% in natura);
  • 11,9% is afkomstig van kennisinstellingen (0,7% cash en 11,2% in natura);
  • De overige subsidies zijn goed voor 18,6%;
  • De overige bijdragen bedragen 0,6%.

In de volgende tabel is de verdeling van de PPS-toeslag uitgesplitst naar verschillende categorieën van ontvangende organisaties. Tevens laat de tabel het aantal participaties zien waarbij de betreffende categorie van organisaties is betrokken.

De tabel laat het volgende zien:

  • Het grootste deel van de PPS-toeslag (93,4%) komt terecht bij kennisinstellingen.
  • Voor een klein deel komt de toeslag terecht bij het MKB (3,5%) en nauwelijks (< 1,5% per categorie) bij andere partijen.
  • Grote bedrijven kennen het grootste aantal participaties, zowel als financier als uitvoerder van projecten, gevolgd door de kennisinstellingen, die vooral de rol van uitvoerder hebben, en het MKB, dat meer de rol van financier dan van uitvoerder heeft.

Omvang PPS-toeslag en participaties, naar categorie van ontvangende organisatie, 2013-2016

2013 (euro)2014 (euro)2015 (euro)2016 (euro)2013-2016 (euro)2013-2016 (in %)Aantal participaties
ANBI0069.250069.2500,03%37
Grote bedrijven556.500440.368281.311375.6301.653.8090,62%1581
Kennisinstellingen25.478.30448.168.288100.870.63373.383.950247.901.17793,44%1433
MKB828.1693.727.9023.163.6491.563.7299.283.4493,50%1339
Overheid84.09165.0001.559.600678.3632.387.0540,90%140
Overig310.254686.1801.024.1351.450.8093.471.3781,31%211
Onbekend0129.980132.126274.151536.2570,20%131
Totaal27.257.31853.217.719107.100.70577.726.632265.302.373100,00%4872
Gegevens: Download als csv bestand
Bron: TKI-database RVO.nl
Notities: De totale PPS-toeslag is in deze tabel iets lager dan in de tabel met kerngegevens per TKI, omdat van sommige projecten in de database niet is aangegeven wie de ontvangers zijn van de TKI-toeslag.


In onderstaande figuur zijn alle Nederlandse organisaties weergegeven die PPS-toeslag ontvangen. Des te meer PPS-toeslag een organisatie ontvangt, des te groter het bolletje op de kaart is. In de figuur is ook goed bovenstaande conclusie te zien dat met name kennisinstellingen PPS-toeslag ontvangen. In de figuur hebben alle kennisinstellingen een paarse kleur: de Nederlandse universiteiten donker paars, de TO2-instellingen midden paars en de overige kennisinstellingen (KI overig) lichtpaars. Na de kennisinstellingen ontvangt het MKB (oranje bollen op de kaart) de meeste PPS-toeslag. 

 

In onderstaande figuur zijn alle Nederlandse organisaties weergegeven die participeren binnen de inzetprojecten. Des te vaker een organisatie participeert, des te groter het bolletje is. In de figuur is ook goed bovenstaande conclusie te zien dat met name grote bedrijven (in figuur: GRB), kennisinstellingen (in figuur: KI) en MKB participeren in de inzetprojecten.

Toelichting: de kaarten zijn gemaakt met Tableau Public. Gebruikte afkortingen: Algemeen nut beogende instellingen (ANBI); Grote bedrijven (GRB); Kennisinstellingen (KI); Midden- en kleinbedrijf (MKB); en Organisatietype onbekend (ONB).

Kennisinstellingen en de PPS-toeslag 2013-2016

De volgende figuur zoomt in op de kennisinstellingen als ontvangende partij van de PPS-toeslag met een indeling naar type kennisinstelling. De figuur laat zien dat de TO2-instellingen zo'n 40% van de PPS-toeslag ontvangen, de universiteiten iets meer dan een kwart, en de categorie ”overig” ook bijna een kwart van de PPS-toeslag. De categorie "overig" bestaat voor een groot deel (>70%) uit de instellingen KWR, Holst, M2i, FOM, Wetsus en TIFN. Een klein deel van de PPS-toeslag gaat naar de UMC’s (6%), een nog kleiner deel gaat naar buitenlandse kennisinstellingen (1%), terwijl deze laatste groep wel een aanzienlijk aandeel participaties kent (12%).

Omvang PPS-toeslag, naar cluster van kennisinstellingen, 2013-2016 (in miljoenen euro's)

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: TKI-database RVO.nl


Binnen de verschillende groepen van kennisinstellingen zien we grote verschillen.

Bij de TO2-instituten zijn DLO en TNO de grootste ontvangers (samen bijna 79%). De grootste universitaire ontvangers van de TKI-toeslag zijn de drie technische universiteiten en Wageningen Universiteit. Samen nemen ze 78% van de PPS-toeslag bij de universiteiten voor hun rekening. Bij de universitair medische centra is het VU medisch centrum de grootste ontvanger met bijna 25%. Bij de universitair medische centra is opvallend dat ze in 2016 dubbel zoveel PPS-toeslag ontvangen als in 2015. In de categorie “overig” zijn instituten als Wetsus, M2I, Holst, TIFN en het KWR, sterk aanwezig. Ze ontvangen samen meer dan 70% van de PPS-toeslag in de groep "overige kennisinstellingen".

In de volgende figuur wordt de omvang van de PPS-toeslag getoond binnen de grootste groep kennisinstellingen, de TO2-instituten. De figuur laat duidelijk zien dat DLO en TNO de belangrijkste spelers zijn binnen het verband van de TO2-instituten met 79% van het totaal aan TKI-toeslag.

Omvang PPS-toeslag uitgesplitst naar de TO2-instituten, 2013-2016 (in miljoenen euro's)

Gegevens: Download als csv bestand
Bron: TKI-database RVO.nl

De toeslag voor TO2-instituten in context

Als we de cijfers van de TO2-instituten in een bredere financiële context zetten, dan zien we een daling van het aandeel van de Rijksbijdrage in de financiering van de kennisbasis van deze instituten. Dit is ook na te lezen in de rapporten over de evaluatie van de TO2-instituten die in 2017 verschenen zijn en sluit tevens aan bij de analyses van het Rathenau Instituut over de positie van de publieke kennisorganisaties (Feiten & Cijfers 17: De publieke kennisorganisaties - 2016 en het factsheet over publieke kennisorganisaties). Deze daling past bij de bekostigingsfilosofie van het kabinet, waarbij de inzet van het onderzoek binnen publiek-private programma's zoveel mogelijk wordt gebundeld. Via extra onderzoekmiddelen als de PPS-toeslag, private bijdragen en door het verkrijgen van nationale en internationale subsidies zouden de TO2-instituten een belangrijk deel van de dalende Rijksbijdrage terug kunnen verdienen (zie de Kabinetsreactie aan de Tweede Kamer op het strategisch kader van de TO2-federatie).

In totaal zouden de TO2-instituten in de periode 2013-2015 € 78 miljoen euro verkregen hebben uit de PPS-toeslag. Echter, doordat de toeslag over meerdere jaren verdeeld wordt hebben de instituten in de periode 2013-2016 hiervan gedeeltelijk geprofiteerd.  We zien bij de feitelijk ontvangen PPS-toeslag (beschreven in de TO2-evaluatie) een toename in de periode 2013-2015 van € 7 naar € 11 en € 16 miljoen (totaal € 34 miljoen). Het bedrag kan iets hoger zijn, doordat de NLR-cijfers over de feitelijk ontvangen TKI-toeslag slechts beschikbaar zijn voor 2015.

Als gekeken wordt naar de jaarrekeningcijfers van de TO2-instituten dan is er een dalende trend in inkomsten voor de groep als geheel. Kijken we naar de individuele instellingen, dan zien we de inkomsten bij TNO en Deltares in de periode 2015-2016 licht stijgen (2,8% en 1%). Bij Deltares komt dit door een stijging van de projectfinanciering. De institutionele financiering daalt juist. Bij TNO stijgen beide bronnen van inkomsten. Uit de jaarverslagen is niet op te maken in hoeverre de stijging in projectfinanciering te danken is aan de ontvangen PPS-toeslag. Bij de overige TO2-instellingen dalen de inkomsten in de periode 2015-2016. Zie voor meer informatie de factsheet over publieke kennisorganisaties.  

RVO.nl geeft aan dat in 2017 de totaal verleende PPS-toeslag  € 143 miljoen bedraagt, een flinke stijging ten opzichte van 2016. Gezien deze commitments en de bijbehorende private cash-bijdragen zou je mogen verwachten dat de effecten op de omzet van de TO2-instellingen de komende jaren beter zichtbaar worden. Het is afwachten hoe deze cijfers zich in de komende jaren verder zullen ontwikkelen.

Over de data

  •  Jaarlijks moeten de TKI’s – per 1 mei - een rapportage opleveren, die onder andere bestaat uit een aantal kwantitatieve gegevens van het voorbije jaar. Op basis van deze kwantitatieve gegevens heeft RVO.nl een database ontwikkeld. Dit is gedaan voor de TKI gefinancierde projecten in 2013, 2014, 2015 en 2016. De database bevat gegevens over (inzet)projecten en gegevens over de bij deze projecten betrokken organisaties (de participaties), welke gegevens gebaseerd zijn op de TKI-rapportages.
  • De cijfers in dit factsheet zijn gebaseerd op de database d.d. 12 oktober 2017 die door RVO.nl ter beschikking is gesteld aan het Rathenau Instituut. De database bevat gegevens over de inzetprojecten voor de jaren 2013, 2014, 2015 en 2016, de zogenaamde portfoliojaren. Het gaat enerzijds om gegevens over de inzetprojecten (de projecten die voor een deel gefinancierd worden met PPS-toeslag) met een aantal kenmerken, en anderzijds om de participaties bij die projecten (welke organisaties zijn betrokken bij de projecten en ontvangen PPS-toeslag). Het belangrijkste kenmerk waarvan gebruik is gemaakt voor de analyse is de “te ontvangen toeslag tijdens de looptijd van het project”. Sinds de gegevens in het rapport van Dialogic over de tussentijdse evaluatie van de TKI-toeslagregeling is de database uitgebreid en verbeterd.
  • De cijfers over de ontwikkelingen van de omzet bij de TO2-instituten komen uit het factsheet "Publieke kennisorganisaties" en de database die daaraan ten grondslag ligt. Deze database is op zijn beurt weer gebaseerd op de jaarrekeningen van deze organisaties. 

Voor meer gedetailleerde gegevens over de TKI-toeslag bij de kennisinstellingen, download de achterliggende spreadsheet.