• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Valorisatie: onderzoekers doen al veel meer dan ze denken

Longread geschreven door Leonie van Drooge en Stefan de Jong.

Valorisatie is voor velen een vaag begrip. Onderzoekers doen wel aan valorisatie, maar vaak herkennen of benoemen ze het niet. En voor beleidsmedewerkers en ambtenaren is het vaak niet duidelijk wat er in de praktijk gebeurt. Onderzoekers van het Rathenau Instituut voerden de afgelopen jaren talloze gesprekken, gaven trainingen en workshops en zetten in deze e-publicatie de zaken rond valorisatie op een rij.

Het gaat om vier hoofdlijnen:

1. Valorisatie: een woud van definities, met gelukkig een gemene deler

Er zijn veel verschillende definities van valorisatie in omloop. Het ministerie van OCW legt de nadruk op het proces en op diversiteit. Het ministerie van EZ benadrukt het belang voor het bedrijfsleven. De VSNU en de Vereniging Hogescholen ontwikkelen indicatoren. NWO vindt kennisbenutting (haar term voor valorisatie) ook goed als er uitwisseling met wetenschappers van andere vakgebieden plaatsvindt. Het Standaard Evaluatie Protocol gaat in op maatschappelijke relevantie. En de KNAW ontwikkelt indicatoren voor specifieke gebieden.

Kennisvalorisatie is het proces van waardecreatie uit kennis, door kennis geschikt en/of beschikbaar te maken voor economische en/of maatschappelijke benutting en te vertalen in concurrerende producten, diensten, processen en nieuwe bedrijvigheid.

 

De definitie hierboven vat valorisatie mooi samen. Hij wordt gehanteerd door de overheid sinds 2009. Het ministerie van OCW schrapte in 2011 het woord ‘concurrerend’.

Zo op het eerste gezicht, lijkt ‘valorisatie’ een ongrijpbaar begrip. Maar als je door het woud van definities heenkijkt, zie je dat de verschillende definities eigenlijk allemaal op hetzelfde neer komen.

Valorisatie:
• is een proces
• betreft maatschappelijke impact in brede zin
• is mogelijk in alle vakgebieden
• heeft veel verschijningsvormen

Valorisatie is dus een interactief proces en géén lineaire hink-stap-sprong. Het is economisch én maatschappelijk en je kunt het op maat inrichten voor het eigen vakgebied. En die drieslag ‘kennis, kunde, kassa’ dan? Die vertelt maar een klein deel van het verhaal.

 Lees meer over definities en beleid (pdf).


2. Leren van voorbeelden

Valorisatie is er dus in alle soorten en maten. We kunnen er lang of kort over praten, maar voorbeelden werken gewoon vaak het best. We delen de voorbeelden onder in drie categorieën: doelgroeppraktijk en kennis.

Vechten tegen windmolens
In 2006 meldt een groep Groningers zich bij de wetenschapswinkel van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Ze balen van het lawaai van de grote windturbines. De wetenschappers en studenten van de RUG duiken in de regels en de modellen. Wat blijkt? De modellen zijn gemaakt voor lage molens, maar ze werken helemaal niet goed om geluidsoverlast te berekenen voor hoge molens. De overheid past het model aan.

 

In dit windmolenvoorbeeld gaat het om de doelgroep. Dat is hier een belangengroepering. Er zijn ook andere doelgroepen van valorisatie. Denk aan een opvoedboek voor ouders en hulpverleners over irritante tieners, aan een kieskompas voor twijfelende kiezers of aanICT-hulp voor natuurkundigen.

ICT-hulp voor natuurkundigen
Het is 2011. De software van de LHC-deeltjesversneller bij CERN vertoont kuren. De programmeurs van CERN kunnen de fouten niet achterhalen en schakelen gespecialiseerde ICT-onderzoekers in. Jeroen Keiren van de TU/e licht de besturingssoftware door. Het is een mooie win-winsituatie: Keiren kan zijn modellen voor veilige systemen in de praktijk testen en CERN krijgt een stabieler systeem.

 

Als wetenschappers over hun onderzoek spreken, dan lijkt het soms of ze de dagelijkse praktijk uit het oog verliezen, maar achter het abstracte onderzoek zit vaak een schat aan praktijkvoorbeelden.

Jeuk verhelpen met aardappelen
Immunoloog Jon Laman (Rijksuniversiteit Groningen) onderzoekt perianale dermatitis, een vervelende, uitzichtloze vorm van huidirritatie. Laman ontwikkelt een crème. Daar moeten veel proteaseremmers in. En laat nou net aardappelverwerker AVEBE die remmers kunnen leveren. Een samenwerking is een feit.

 

Dit voorbeeld illustreert hoe onderzoek bijdraagt aan de verbetering van een bestaande situatie of praktijk. In het algemeen gaat valorisatie over een bijdrage aan een reële praktijk. Zo maakte een onderzoeker een prentenboek met sterke, grote en slimme helden om kleuters met het abstracte begrip ‘gezond eten’ kennis te laten maken. Zo liet een Maya-expert via een tentoonstelling, een boek en interviews mensen inzien dat de Maya’s nooit het einde van de wereld hebben voorspeld. En zo zorgde een hoogleraar tekstontwerp en communicatie er via workshops en samenwerkingen voor dat banken, verzekeraars en de farmaceutische industrie beter nadenken over hun bijsluiters, brochures en brieven.

Het zijn lang niet altijd de nieuwste inzichten of de resultaten van het meest recente onderzoek die benut worden. Er zijn veel soorten kennis die onderzoekers valoriseren. Soms is bijvoorbeeld het overzichtelijk bij elkaar zetten van grote hoeveelheden kennis en inzichten nog veel nuttiger.

De geboorte van Nederland
Het Huygens ING ontwikkelt in aanloop naar de viering van 200 jaar Nederland de website ‘Koninkrijk in wording‘. De website biedt niet alleen feitelijke informatie, maar leert de gebruiker ook om de eigen geschiedenis te bekijken op een manier waarop geschiedkundigen dat doen.

 

Wetenschappers zijn dan wel vaak expert in één bepaald specialisme, maar ze hebben ook kennis van het grotere vakgebied en kunnen daar met een zekere autoriteit over spreken. Denk aan Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks (Instituut Clingendael) die aanschuift bij 1Vandaag of aan criminoloog Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht) die bij De Wereld Draait Door de achtergronden belicht van terroristische aanslagen in Tunesië. Een ander voorbeeld is de hersenwetenschapper die duiding geeft bij de Nationale IQ-test.

Nationale IQ-test
Margriet Sitskoorn is hoogleraar Klinische Neuropsychologie aan de Universiteit Tilburg. Ze is deskundige bij het tv-programma De nationale IQ-test. Ze legt uit, licht toe en deelt basale psychologische kennis met kijkers, deelnemers en presentatoren. Zo ontzenuwt ze vooroordelen en biedt ze inzicht in wat een IQ-test eigenlijk meet.

 

Onderzoekers bouwen in de loop der jaren een grote schat aan kennis en inzichten op. Ze delen hun expertise vaak en op veel verschillende manieren. Of dat nu een orthopedagoog is die toezicht houdt op de jeugdzorg of een computerwetenschapper die betrokken blijft bij een spin-off.

Lees meer praktijkvoorbeelden (pdf).


3. Hoe regel je valorisatie?

Mooi allemaal, maar hoe organiseer je valorisatie op een succesvolle manier?
Het begint met het opstellen van een visie. De visie beantwoordt vragen als: waartoe, wat, waaraan, voor wie, met wie en hoe?

Vragen voor de visie:
Waartoe?
Wat?
Waaraan?
Voor wie?
Met wie?
Hoe?

 

Maar met alleen een visie ben je er nog niet. Valoriseren is doen. Er moet wat gebeuren.
Onderzoekers hoeven niet alles zelf te doen. Ze kunnen ondersteuning krijgen van valorisatiecentra, grant officers of technology transfer offices. En net zoals er bij een vakgroep, faculteit of instituut afspraken zijn over onderwijs, onderzoek en bestuur, kunnen er ook afspraken worden gemaakt over valorisatie.
Sommige instellingen hebben speciale valorisatietracks ontwikkeld.

Valorisatietrack
Gerard Pasterkamp, hoogleraar experimentele cardiologie aan het UMC Utrecht bedenkt in 2013 de valorisatietrack: ‘Een wetenschapper wordt dan niet alleen beoordeeld op het aantal en de impact van de publicaties, maar we kijken ook hoe hij z’n onderzoek toepasbaar heeft gemaakt. Ook goede onderzoekers met iets minder publicaties, maar met resultaten die leiden tot een klinische toepassing en waarin bedrijven geïnteresseerd zijn, moeten kunnen doorgroeien en hoogleraar kunnen worden.’ Pasterkamp maakt ook een filmpje over de vraag ‘Wat betekent uw werk voor de samenwerking’.

 

Veel onderzoekers werken al samen met maatschappelijke partijen of met onderzoeksgroepen van een ander vakgebied. Soms gebeurt dat in de slipstream van het onderzoek, soms omdat externe partijen interesse tonen en vaak omdat onderzoekers het gewoon motiverend vinden.
Uiteindelijk gaat het erom dat onderzoeksgroepen herkennen wat er al gebeurt aan valorisatie en dat ze bedenken wat er nog meer gedaan kan worden. En dan is het natuurlijk zaak dat er ondersteuning komt, een taakverdeling, en heel belangrijk, waardering.

Lees meer over valorisatie organiseren (pdf).


4. Het Droste-effect: onderzoek náár valorisatie

Valorisatie zelf is ook onderwerp van wetenschappelijk onderzoek, onder andere door Het Rathenau Instituut (deze e-publicatie is dan weer een voorbeeld van de valorisatie van ons onderzoek naar valorisatie). We lopen een aantal opmerkelijke inzichten en conclusies uit het valorisatieonderzoek langs.

  • Onderzoekers hebben vaak het idee dat ze worden afgerekend op ‘geld verdienen’ als het gaat om valorisatie. Desondanks kiezen ze uit een palet van activiteiten die vorm die ze het meest geschikt vinden voor valorisatie, of die nu tot inkomsten leidt of niet.
  • Kennisuitwisseling gebeurt via directe en indirecte contacten tussen onderzoekers en kennisgebruikers. Direct, via persoonlijke contacten zoals een lidmaatschap van een commissie of een adviseurschap. Indirect, via een publicatie gericht op gebruikers zoals een annotatie, een behandelprotocol of een lesboek. Of indirect via een artefact zoals een prototype, een tentoonstelling, een procedure of een film.

Evalueren van valorisatie: nadruk op interacties en niet op het uiteindelijke effect

De nadruk leggen op het proces van interacties in plaats van op het uiteindelijke effect heeft drie voordelen:

  1. Het maakt voor onderzoekers én bestuurders duidelijk welke investeringen onderzoekers doen om hun kennis maatschappelijke waarde te geven.
  2. Het geeft inzicht in het proces dat tot de impact leidt.
  3. Het biedt bij evaluaties een oplossing voor het probleem van tijd en toewijzing.

 

  • Veel onderzoekers in de sociale en geesteswetenschappen hebben informele samenwerkingsverbanden met kennisgebruikers. De ervaring leert dat deze informele contacten vaak over het hoofd worden gezien, terwijl ze een belangrijke rol hebben in valorisatie.
Samenwerking niet geformaliseerd
De redenen om samenwerking niet formeel te bevestigen zijn divers. Soms is er te weinig geld. Dat was het geval toen antropologen onderzoek deden in een wijk bij een oude verlate gevangenis. Soms is er geen nieuw onderzoek nodig, maar vinden onderzoekers het gewoon belangrijk. Dat gebeurde toen een taalkundige hielp bij forensisch onderzoek. En soms staat zo’n samenwerking aan de basis van jarenlang onderzoek. Bijvoorbeeld toen musicologen en musici de handen ineen sloegen bij een studie naar Spaanse partituren.

 

  • In tegenstelling tot wat wel wordt gedacht, gaan opdrachtonderzoek, popularisering en bijdragen aan maatschappelijke praktijken goed samen met excellentie.
  • Octrooien spelen maar een bescheiden rol bij kennisoverdracht. Een focus op octrooien alleen, zelfs in gebieden waar octrooien een rol kunnen spelen, leidt tot een uitermate beperkt en gefragmenteerd beeld van wat er aan valorisatie in praktijk gebeurt.
  • Een bonus voor valorisatie motiveert slechts een klein deel van de onderzoekers. Beleid om valorisatie te stimuleren, motiveert veel meer onderzoekers.
  • Als een onderzoeker bij beleid betrokken raakt, dus als onderzoek of expertise wordt gebruikt bij de ontwikkeling van beleid, dan zijn er verschillende manieren om daarmee om te gaan. De keuze is onder andere afhankelijk van de mate van consensus in het beleidsveld.

Lees meer over onderzoek over valorisatie (pdf)

Lees ook het proefschrift van Stefan de Jong: Engaging scientists: organising valorisation in the Netherlands (2015)


Tot slot

Valorisatie. Als onderzoekers van het Rathenau Instituut zeggen dat ze zich daarmee bezighouden, krijgen ze gemengde reacties van wetenschappers en beleidsmedewerkers. Sommigen reageren lauw en afwachtend. Sommigen vragen hoopvol of we kunnen uitleggen wat nou toch de bedoeling is van valorisatie.

Een aantal vragen hoorden wij steeds weer: Wat is valorisatie? Zijn er voorbeelden? Is het te organiseren?

Tijdens onze gesprekken, trainingen, workshops en heisessies merkten we dat valorisatie voor velen onbekend is. Onderzoekers doen wel aan valorisatie, maar herkennen of benoemen dat niet. We hebben de afgelopen jaren ontelbaar vaak gezegd: “Kijk, dát is dus valorisatie!”

Via deze e-publicatie deelt het Rathenau Instituut de antwoorden op de vragen: wat is valorisatie, zijn er voorbeelden en is het te organiseren? Die antwoorden zijn overigens voor het grootste deel aangedragen door onze gesprekspartners en deelnemers. Dank daarvoor!

En we hopen dat de wetenschappers en de beleidsmedewerkers, net als wij, na het lezen van deze e-publicatie valorisatie zien als kans in plaats van bedreiging.


Colofon

Deze e-publicatie is een initiatief van het Rathenau Instituut in het kader van de projecten 'Valorisatie als kennisproces' en 'Valorisatie in de sociale en geesteswetenschappen'.

Auteurs: Leonie van Drooge en Stefan de Jong
Web-ontwerp: Herbert Boland
Afbeeldingen: via de geïnterviewden en via Wikimedia
Bij voorkeur citeren als: Leonie van Drooge en Stefan de Jong. Valorisatie: onderzoekers dan al veel meer dan ze denken - e-publicatie met voorbeelden en handvatten om zelf valorisatie te organiseren. Den Haag: Rathenau Instituut, 2015.
Rathenau Instituut | Anna van Saksenlaan 51, 2593 HW Den Haag | Tel: 070-34 215 42 | E-mail: info@rathenau.nl