calendar tag arrow download print
Image

Veelgestelde vragen

Balans van de wetenschap 2018
Wat zijn de drie ambities uit de Wetenschapsvisie?

De Wetenschapsvisie 2025 heeft drie ambities. De Nederlandse wetenschap:

  • is van wereldformaat;
  • heeft maximale impact; en
  • is een broedplaats voor talent.
Hoe zijn de ambities in dit onderzoek gemeten?

In de Balans van de wetenschap zijn de drie ambities van de overheid vertaald naar specifiekere beleidsdoelen. Die zijn omgezet in meetbare indicatoren. Zo is voor elke ambitie een ‘doelenboom’ opgesteld die de ambities vertaalt naar beleidsdoelen en indicatoren.

Een voorbeeld: Wil Nederland een broedplaats voor talent zijn, dan moeten we dat talent aantrekken, opleiden en de ruimte geven. Om talent aan te trekken en op te leiden, is het belangrijk dat er goede promotieopleidingen zijn en dat Nederland aantrekkelijk is voor buitenlands talent. Dat onderzoeken we door te kijken naar het aantal promoties aan Nederlandse universiteiten, het aantal buitenlandse onderzoekers en de plek van Nederlandse universiteiten in internationale rankings.

Soms maken we ook gebruik van ‘proxy-indicatoren’: indicatoren die indirect iets zeggen over het beleidsdoel.

De impact van wetenschappelijk onderzoek op economie en maatschappij bijvoorbeeld, wordt steeds belangrijker – maar is moeilijk meetbaar. In welke mate is het bewustzijn van een maatschappelijk probleem vergroot door een tv-optreden of een tentoonstelling in een museum? Hoeveel winst is er gemaakt door bedrijven als gevolg van een nieuwe technologie? Om impact meetbaar te maken, kijken we naar indicatoren van de samenwerking tussen wetenschappers, overheden en bedrijven, indicatoren van de toegankelijkheid van onderzoeksresultaten en indicatoren van de maatschappelijke interesse in wetenschap. Dat doen we omdat we verwachten dat meer samenwerking, toegankelijkheid en maatschappelijke interesse leiden tot een grotere impact van wetenschappelijk onderzoek.

Hoe vaak worden de gegevens geactualiseerd?

De Balans van de wetenschap wordt elke twee jaar gepubliceerd – en bevat de op dat moment meest recent beschikbare gegevens.

Veel gegevens uit de Balans van de wetenschap zijn ook te vinden op onze website onder Wetenschap in cijfers. Wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar komen, werken we deze op de website bij. In de Balans staan links naar deze gegevens, zo kunt u tijdens het lezen kijken of er nieuwe informatie beschikbaar is.

Waar komen de data uit de Balans van de wetenschap vandaan?

Het Rathenau Instituut maakt voornamelijk gebruik van data die door derden geleverd worden. Belangrijke dataleveranciers zijn de Nederlandse universiteiten (via de VSNU) en hogescholen (via de Vereniging Hogescholen), NWO, het CBS, het CWTS (Centrum voor Wetenschap en Technologiestudies, Universiteit Leiden), de Europese Commissie en de OESO.

Daarnaast voeren we ook eigen studies uit, waarbij we door middel van een enquête gegevens verzamelen. Dat deden we in 2018 bijvoorbeeld rondom de onderwerpen ‘Vertrouwen in de wetenschap’ en ‘Drijfveren van onderzoekers’. Ook de resultaten uit deze studies zijn meegenomen in de Balans van de wetenschap.

Hoe staat de Nederlandse wetenschap er voor?

De indicatoren in de Balans van de Wetenschap laten zien dat de Nederlandse wetenschap er goed voor staat. De kwaliteit van de wetenschap is hoog. Het Nederlandse onderzoek wordt in de breedte als internationaal competitief tot excellent beoordeeld, de impact van Nederlandse publicaties is hoog en Nederlandse onderzoekers zijn zeer succesvol in het verkrijgen van middelen uit de Europese kaderprogramma’s.

Ook de voorwaarden voor het creëren van impact zijn goed. Kennisinstellingen werken veel samen met het bedrijfsleven, de toegankelijkheid van wetenschappelijke output wordt groter en de maatschappelijke interesse in de wetenschap neemt toe.

Tot slot wordt in Nederland veel talent opgeleid en aangetrokken uit binnen- en buitenland. Het aantal promoties groeit ieder jaar en een steeds groter deel van de wetenschappers op de universiteiten komt uit het buitenland. Hoewel het perspectief van het wetenschappelijk talent niet altijd binnen de wetenschap ligt (70% van hen komt buiten de wetenschap terecht), is er voor hen genoeg ruimte op de Nederlandse arbeidsmarkt. De groep net gepromoveerde wetenschappers kent bijna geen werkloosheid en doet ook wanneer zij buiten de wetenschap werkzaam zijn nog onderzoek – waarvoor zij evenveel of meer verdienen als hun collega’s aan de universiteiten.

Wat zijn uitdagingen voor de Nederlandse wetenschap?

Toch zien we op basis van de gegevens in de Balans van de wetenschap 2018 ook een aantal uitdagingen voor de Nederlandse wetenschap. De manier waarop de beschikbare financiering voor de wetenschap wordt verdeeld en ingezet, sluit niet altijd goed aan bij de wensen en verwachtingen die aan de wetenschap worden gesteld:

  • Hoewel de vraag om wetenschap met impact toeneemt, zien we dat de financiering voor de organisaties die gericht zijn op het uitvoeren van toepassingsgericht onderzoek afneemt.
  • De inkomsten van de universiteiten groeien wel, maar wetenschappers ervaren toch een tekort. Dit is deels te verklaren doordat zij voor dat geld steeds meer studenten opleiden, promovendi begeleiden en er hogere eisen worden gesteld aan de kwaliteit en maatschappelijke impact van onderzoeksresultaten.
  • Ook veroorzaakt de matching van in competitie verkregen beurzen met middelen uit de eerste geldstroom spanning voor zowel het onderwijs als het onderzoek aan universiteiten.
  • Daarnaast zien we dat het ziekteverzuim onder wetenschappers aan vrijwel alle universiteiten toeneemt. Dit duidt op een verslechterend arbeidsklimaat.