calendar tag arrow download print
Image

Veelgestelde vragen

Vertrouwen in de wetenschap 2018
Hoe is vertrouwen gemeten?

Vertrouwen is een woord met verschillende betekenissen en aspecten. We hebben ervoor gekozen om vertrouwen in de wetenschap inzichtelijk te maken door Nederlanders te bevragen op drie karakteristieken van wetenschappers:

  • bekwaamheid;
  • betrouwbaarheid;
  • en integriteit.

In de vragenlijst zijn stellingen opgenomen over deze drie aspecten. Hieruit blijkt dat Nederlanders over het algemeen positief zijn over wetenschappers.

Zo denkt bijna 4 op de 5 (77-79%) Nederlanders dat wetenschappers zorgvuldig werken, op hun gebied deskundig en te vertrouwen zijn, ook al zijn ze het niet altijd met elkaar eens.

Hoe zit het met vertrouwen als wetenschappers samenwerken met overheid of bedrijven?

We zien grote verschuivingen bij de stellingen over integriteit als het gaat om opdrachtonderzoek. Een deel van de Nederlanders denkt dat wetenschappers het onderzoek voor overheid en bedrijven aanpassen om resultaten te krijgen die de overheid (34%) of het bedrijf (41%) wil. Dat is meer dan de 23% die denkt dat onderzoekers de resultaten aanpassen naar wat ze zelf als uitkomsten willen.

Het beeld dat Nederlanders van wetenschappers hebben, verandert op de punten van bekwaamheid en betrouwbaarheid niet erg als zij opdrachtonderzoek doen voor bedrijven of de overheid.

Wie deden aan het onderzoek mee?

Aan de hand van een vragenlijst is een representatieve groep Nederlanders bevraagd. De vragenlijst uit 2012 (uitgevoerd met WRR) vormde ook de basis in 2015 en 2018.

Voor de gegevensverzameling is, in alle drie metingen, gebruik gemaakt van de steekproefbron NIPO-base. Dit is een database van huishoudens die zich bereid hebben verklaard met enige regelmaat aan enquêtes van Kantar Public en Kantar TNS deel te nemen. 

De dataverzameling van het onderzoek is verlopen via een computergestuurde zelfinvul-vragenlijst (Computer Assisted Web Interviewing). Er is een steekproef getrokken van bruto N=1.331 personen waarbij is gestreefd naar representativiteit op de kenmerken geslacht, leeftijd, gezinsgrootte, opleiding, sociale klasse en regio. Voor de steekproeftrekking is gebruik gemaakt van normcijfers die zijn ontleend aan de Gouden Standaard (2017). De steekproef bestond uit personen van 18 jaar en ouder.

De steekproefbron bevat circa 140.000 personen, zo’n 120.000 van hen zijn 18 jaar en ouder. Het invullen van de vragenlijsten vindt plaats op internet. De werving voor het panel geschiedt grotendeels via traditionele onderzoeksinstrumenten. Bij de diverse mondelinge en telefonische onderzoeken van Kantar Public wordt de bereidheid voor deelname aan het panel getoetst. Bij al deze onderzoeken is sprake van random sampling: iedere groep uit de samenleving heeft in principe een even grote kans om in de steekproef te komen. Het is niet mogelijk voor ondervraagden om zichzelf bij NIPObase aan te melden.

Wat antwoordden verschillende groepen?

Net als in voorgaande jaren zien we dat vertrouwen in de wetenschap samenhangt met opleidingsniveau. Bij hoger opgeleiden is er meer vertrouwen dan bij lager opgeleiden.

Bij de analyse van de resultaten van de vragenlijst zagen we een verschil in het vertrouwen tussen mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Het vertrouwen blijkt niet veel te verschillen voor de leeftijdsgroepen tot 50 jaar. Bij de groep ouder dan 50, geven vrouwen gemiddeld genomen een lager cijfer voor vertrouwen in de wetenschap dan mannen van dezelfde leeftijd. Een vergelijkbaar beeld zien we ook in de data van de eerdere Rathenau Instituut-onderzoeken naar vertrouwen in de wetenschap in 2012 en 2015. Dit verschil blijft significant als we corrigeren voor het aanwezige verschil in opleidingsniveau van mannen en vrouwen van die leeftijd, of het verschil in kennis van wetenschap.  

Meer resultaten staan beschreven onder het tabblad 'Conclusie'.