calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Vrouwen in de wetenschap: hoe staan we ervoor?

Foto: Corné Sparidaens/ANP

Image
Vrouwelijke hoogleraar in de stoet voor de opening van het academische jaar in Groningen
Hoe hoger de functie aan de universiteit, hoe kleiner de kans dat een vrouw deze bekleedt. Nederlandse universiteiten hebben relatief weinig vrouwelijke hoogleraren in dienst; 26% van alle hoogleraren is vrouw. Met elke stap op de wetenschappelijke carrièreladder lopen de aantallen tussen mannen en vrouwen meer uiteen. Het Rathenau Instituut biedt een overzicht van de ontwikkeling van vrouwen in de wetenschap.

Zo doen wij onderzoek naar vrouwen in de wetenschap

Wij analyseren cijfers en trends over:

  • Aantallen en percentages vrouwelijke hoogleraren en ontwikkelingen in de tijd;
  • Aantallen en percentages vrouwen per vakgebied, functie en type organisatie.

We plaatsen deze aantallen en percentages in internationaal perspectief.

ontdek meer
Aletta Jacobs, de eerste vrouw die in Nederland afstudeerde.

De start van vrouwen in de wetenschap

Wetenschap was lange tijd het domein van mannen. In 1636 was Anna Maria van Schurman de eerste vrouwelijke student van Europa, maar zij studeerde niet af. Veel mensen kennen feministe Aletta Jacobs. Zij rondde als eerste vrouw een universitaire studie af. In 1871 werd zij de eerste Nederlandse vrouw die officieel werd toegelaten aan een universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen. De afgelopen eeuw hebben vrouwen een inhaalslag gemaakt in de wetenschap, geholpen door voorvechters die streden voor emancipatie van vrouwen en gelijkheid op de werkvloer.

Aantallen en percentages vrouwelijke hoogleraren en ontwikkelingen in de tijd

Wie was de eerste vrouwelijke hoogleraar?

Johanna Westerdijk is een andere bekende vrouw in de wetenschap. Zij werd op 10 februari 1917 de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Op die dag hield zij haar oratie aan de Universiteit Utrecht. Tijdens de opening van het Westerdijkjaar (2017) vierde Nederland 100 jaar vrouwelijke hoogleraren. Bij die gelegenheid sprak Patricia Faasse, voormalig onderzoeker bij het Rathenau Instituut en biograaf van Johanna Westerdijk. Die dag vroeg de minister ook aandacht voor maatregelen om vrouwen meer kansen te geven op een carrière in de wetenschap. Nog steeds zijn dat er relatief weinig.

Nederlandse universiteiten hebben relatief weinig vrouwelijke hoogleraren in dienst; 26% van alle hoogleraren is vrouw.

Welke trends in wetenschappelijke carrières van vrouwen ziet het Rathenau Instituut?

Hoewel het aandeel vrouwelijke hoogleraren stijgt, heeft Nederland relatief weinig vrouwelijke hoogleraren; 26% van alle hoogleraren aan de universiteit is vrouw. Binnen de umc’s is dit 28% (LNVH). 

Nederland wil de diversiteit onder onderzoekers vergroten. In september 2020 is daarom het Nationaal actieplan diversiteit en sociale inclusie gelanceerd met als doel het creëren van een meer diverse en inclusieve hoger onderwijs- en onderzoeksector. Universiteiten hebben streefcijfers voor het aandeel vrouwelijke hoogleraren, namelijk gemiddeld 31% in 2025. Onze cijfers laten zien dat het aandeel van nieuw aangestelde vrouwelijke hoogleraren de laatste jaren toeneemt. Echter zal met dit tempo pas in 2041 een gelijke verdeling worden bereikt volgens berekeningen van het LNVH.

De vraag is hoe het aandeel vrouwelijke hoogleraren zich verder gaat ontwikkelen. 1 op de 8 mannelijke wetenschappers aan de universiteiten is hoogleraar. Dat is de laatste jaren constant gebleven. Bij vrouwen was dat 1 op 34 in 1998 en 1 op 15 in 2020. De genderverhoudingen in de benoemingen van hoogleraren laten zien dat het aandeel vrouwen daar sneller stijgt dan te verwachten op basis van het aandeel vrouwen in de promoties 20 jaar geleden. We kijken hierbij naar de promoties omdat deze de toegangspoort vormen tot een wetenschappelijke carrière.

Onze analyse van de Vernieuwingsimpuls, een beurzenprogramma voor het financieren van talentvolle onderzoekers in Nederland, laat zien dat mannen en vrouwen evenveel kans maken op toekenning van een beurs, maar dat gepromoveerde vrouwen minder vaak een beurs aanvragen dan mannen. Het aandeel vrouwen bij gehonoreerde aanvragen ligt hierdoor lager.

facts and figures

1 op 34 vrouwelijke wetenschappers was hoogleraar in 1998.

1 op 8 mannelijke wetenschappers aan de universiteiten is hoogleraar. Dit is constant gebleven tussen 1998 en 2020.

1 op 15 vrouwelijke wetenschappers was hoogleraar in 2020.

Zijn er grote verschillen tussen de percentages vrouwelijke hoogleraren binnen de Europese Unie?

Nederland heeft een relatief laag aandeel vrouwelijke hoogleraren, op basis van de laatste cijfers uit 2019. We vergeleken het aandeel vrouwelijke hoogleraren in Nederland en de EU-landen. Alleen Duitsland en België hebben een lager aandeel dan Nederland.

Aantallen en percentages vrouwen per vakgebied, functie en type organisatie

We bekijken de verhouding tussen mannen en vrouwen per vakgebied, functie en type organisatie. Het aandeel vrouwelijke wetenschappers aan universiteiten verschilt sterk per vakgebied en per functie. Bij de bedrijven is het aandeel vrouwelijke onderzoekers lager dan bij onderzoeksinstituten en bij de universiteiten en hogescholen.  

Studeren er tegenwoordig meer mannen of vrouwen in Nederland?

Ten opzichte van 1871, toen Aletta Jacobs ging studeren, is er veel veranderd. Sinds het begin van de 21ste eeuw zijn er zelfs meer vrouwelijke studenten dan mannelijke studenten. Het aandeel vrouwelijke promoties was in 2019 voor het eerst gelijk aan het aandeel mannelijke promoties.

Zijn bepaalde vakgebieden aan de universiteit populairder bij vrouwen?

Er zijn duidelijke man/vrouw-verschillen tussen de wetenschappelijke vakgebieden. Mannen hebben de overhand bij opleidingen op het gebied van techniek, natuur en economie, vrouwen zijn het sterkst vertegenwoordigd bij sociale wetenschappen, talen en de gezondheidszorg. 55% van alle masterdiploma's in Nederland wordt uitgereikt aan vrouwen.

Het aandeel vrouwelijke gepromoveerden laat in elk vakgebied een stijgende trend zien sinds 1991. Het medische cluster is in 2020 het cluster met het grootste aandeel vrouwelijke promoveerden (62%), gevolgd door het gammacluster (57%).

Waren gepromoveerde vrouwen nog schaars in 2009, anno 2020 is hun aandeel gelijk aan dat van gepromoveerde mannen.

In de periode 1999-2003 werd 19,8% van de wetenschappelijke publicaties in Nederland geschreven door vrouwen. In de periode 2014-2018 nam dit percentage toe tot 32,9%. Met een toename van 13,1 procentpunt loopt Nederland internationaal gezien echter nog steeds achter op andere landen. Met uitzondering van Duitsland en Japan is Nederland het land met de minste vrouwelijke auteurs. De grootste toename in vrouwelijke auteurs zien we bij het wetenschapsgebied gezondheidswetenschappen (+ 17,7 procentpunt). Publicaties binnen de gezondheidswetenschappen hebben ook het vaakst een vrouwelijke auteur (42,9%). Het gebied natuurwetenschappen kent de minste vrouwelijke auteurs. In de jaren 2014-2018 was minder dan 20% van de auteurs vrouw.

Verschilt de verhouding tussen mannen en vrouwen per functie binnen de universiteit?

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in wetenschappelijke functies aan universiteiten, met name in de functies van universitair hoofddocent en hoogleraar. Naarmate de functies hoger worden, wordt het aandeel vrouwen lager. 

Anders dan bij de universiteiten werken er aan de umc’s meer vrouwen dan mannen. Dit geldt voor alle wetenschappelijke functies, behalve die van medisch specialist, waar het aandeel vrouwen 49% was in 2020. Echter wordt - met de grotere instroom aan vrouwen en de grotere uitstroom aan mannen - verwacht dat het aantal vrouwelijke medisch specialisten binnen enkele jaren groter zal zijn dan het aantal mannelijke. Zowel voor universiteiten als umc’s geldt dat het aandeel vrouwen toeneemt in alle functies. Voor beiden geldt ook: Hoe hoger de leeftijd, hoe groter het aandeel mannen.

Er zijn onderzoeksfuncties buiten de universiteit. Hoe zijn vrouwen daar vertegenwoordigd?

Buiten de universiteit zijn vrouwelijke onderzoekers nog sterker ondervertegenwoordigd. In 2019 was het aandeel vrouwelijke onderzoekers het laagst in het bedrijfsleven met 22,3%. In researchinstellingen zoals kennisinstellingen voor toegepast onderzoek, waartoe TNO behoort en publieke kennisorganisaties zoals het RIVM en het KNMI, was dat 41,4%. Vergeleken met 43,7% bij universiteiten en hogescholen.

facts and figures

22,3 procent van de onderzoekers in het bedrijfsleven is vrouw.

41,4 procent bij researchinstellingen.

43,7 procent aan universiteiten en hogescholen.

In welk land werken de meeste vrouwen in de wetenschap?

Het aandeel vrouwelijke wetenschappers bij bedrijven, researchinstellingen en bij universiteiten en hogescholen verschilt sterk per land. Portugal, Spanje en Noorwegen hebben het hoogste aandeel vrouwelijke onderzoekers. Nederland heeft een relatief laag aandeel vrouwelijke onderzoekers, vooral veroorzaakt door het lage aandeel vrouwen bij bedrijven.

 

Waarom onderzoekt het Rathenau Instituut vrouwen in de wetenschap?

Het Rathenau Instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over wetenschap en technologie. Het instituut doet onderzoek en organiseert debat over wetenschap, innovatie en nieuwe technologieën. Het debat over vrouwen in de wetenschap hoort daarbij.

Opening van het Westerdijkjaar 2017, ter ere van 100 jaar vrouwelijke hoogleraren in Nederland.