calendar tag arrow download print
Image
factsheet
25 maart 2020

Promoties en masters in Nederland

Goed opgeleide professionals zijn een belangrijke opbrengst van het wetenschappelijk onderzoek. Voor bedrijven en instellingen zijn goed opgeleide academische professionals van groot belang. We zagen de afgelopen jaren een toename in de aantallen afgestudeerde masterstudenten. Ook de aantallen gepromoveerden namen jaarlijks toe, met een kleine daling in 2017.

Masters

Het aantal studenten dat een masterdiploma haalt is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. De man/vrouw verdeling is kenmerkend: mannen hebben de overhand bij techniek, natuur en economie, vrouwen bij de andere studierichtingen en zijn het sterkst vertegenwoordigd bij sociale wetenschappen, talen en de gezondheidszorg. 

Het aantal masterdiploma’s is in 2018 (data van DUO, incl. sectoroverstijgende disciplines) 45.873; dat is 42 procent hoger dan in 2009. Als we kijken naar de CBS cijfers van eerdere jaren dan zien we sinds het begin van deze eeuw zelfs een stijging van meer dan 100 procent (masters en “oude doctoraal” cijfers opgeteld). De output van de universiteiten is daarmee fors toegenomen.

In de onderstaande figuur is de verdeling van al deze diploma’s over de afzonderlijke wetenschapsgebieden zichtbaar. Sociale wetenschappen en economie zijn op afstand de studierichtingen met de meeste gediplomeerde masters. In alle wetenschapsgebieden is sprake van een toename in het aantal gediplomeerde masters sinds 2009. De procentueel sterkste stijgers sinds 2009 zijn Landbouw, Natuurwetenschappen, Economie en Techniek. 

Het genderverschil is duidelijk merkbaar bij de studierichtingen. Mannen hebben de overhand bij techniek (28% vrouwen in 2018), natuurwetenschappen (41% vrouwen) en economie (42% vrouwen). Daar verandert in deze periode ook niet veel aan, met uitzondering van Techniek. Daar stijgt het aandeel vrouwen van 23% in 2013 naar 28% in 2018. Bij alle andere studierichtingen zijn vrouwen in de meerderheid: sociale wetenschappen (73%), gezondheidszorg (69%), taalwetenschappen (65%). In totaal wordt 55% van alle masterdiploma’s in Nederland uitgereikt aan vrouwen (dit aandeel blijft vrij stabiel over de periode 2009-2018).

Promoties

De belangstelling voor promoveren is groeiende. Sinds de ontwikkeling van het zogeheten AIO-stelsel in het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw is er sprake van een gestage groei van het aantal promoties. Waren er 25 jaar geleden minder dan 2.000 promoties per jaar, in 2019 is dit aantal de 4.900 gepasseerd. We zien hier een duidelijk gender effect. Waren de gepromoveerde vrouwen nog relatief schaars in het begin van deze tijdsreeks, anno 2019 is hun aantal bijna gelijk aan het aantal gepromoveerde mannen.

Voor een deel zijn dit promoties voortgekomen uit een aanstelling als assistent in opleiding bij een universiteit of universitair medisch centrum, maar er zijn ook externe promoties. Exacte cijfers over de verhouding tussen de verschillende categorieën gepromoveerden zijn niet beschikbaar.

Wel weten we dat het aandeel aangestelde promovendi voor een steeds groter deel bestaat uit onderzoekers met een niet-Nederlands paspoort (meer dan 44%, exclusief gezondheidszorg; bron VSNU: WOPI 2015).

Onderstaande figuur laat de ontwikkeling zien van het aantal promoties per cluster van wetenschapsgebieden. Als we de periode vanaf 1990 in ogenschouw nemen, dan zien we dat vooral de gezondheidszorg (+278%), landbouw en diergeneeskunde (+209%) en techniek, industrie en bouwkunde (+134%) sterk bijdragen aan de groei. In absolute aantallen zijn de cijfers van de gezondheidszorg het meest in het oog springend met 36% van het totaal aantal promoties in 2019.

Ontwikkeling aantal promoties naar wetenschapsgebied
Bron: CBS
Notities: Vanaf 2017 gebruikt het CBS een andere ISCED-indeling. Hierdoor lijkt het alsof het aantal promoties in de Techniek, industrie, bouwkunde, zeer zijn gedaald. De promoties zijn echter anders verdeeld. Van twee promoties in 2017 en een promotie in 2019 is het wetenschapsgebied onbekend en daarom niet in bovenstaande figuur opgenomen.

Het genderverschil is bij de gepromoveerden vergelijkbaar met de masters. Mannen vinden we vooral bij techniek en natuurwetenschappen, vrouwen in de meerderheid bij gezondheidszorg en de sociale wetenschappen.

In onderstaande figuur is per cohort het percentage promovendi (met een arbeidsovereenkomst) te zien dat gepromoveerd is. De gegevens tot en met de jaaropgaven 2018 zijn meegenomen. Verwacht wordt dat de percentages gepromoveerden van de latere jaren nog zullen stijgen. De VSNU meldt, mede op basis van gegevens van eerdere jaren, dat uiteindelijk ongeveer 75% van de promovendi in dienstverband de promotie succesvol afrondt. In het achterliggende bestand (kader rechtsboven) is ook het promotierendement naar de verschillende wetenschapsgebieden uitgesplitst. Hierin is te zien dat het promotierendement per wetenschapsgebied verschilt. Als over meerdere jaren gekeken wordt dan is het rendement bij de Landbouw, Techniek en Natuurwetenschappen het hoogst, rond de 80%. Binnen de rechtswetenschappen is het rendement lager, rond de 60%.

Promotierendement-NL
Bron: VSNU. Jaaropgaven promovendi 2018. Notities bij grafiek: De onderliggende data heeft een aantal beperkingen. De gegevens zijn exclusief EUR (2001 en 2002), UU (2001 t/m 2007), en OU. Verder maakt de WUR geen onderscheid tussen standaardpromovendi (promovendi met dienstverband) en contractpromovendi: alle promovendi zijn ingedeeld bij standaardpromovendi.

Bronnen

  • DUO 1-cijfer HO bestand
  • CBS Statline
  • CPB Stay rates of foreign PhD graduates in the Netherlands Den Haag 2015
  • M. de Goede, R. Belder en J. de Jonge (april 2013). Academische carrières en loopbaanbeleid. Den Haag: Rathenau Instituut.
  • VSNU, WOPI-cijfers