calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Onze buitenlandse partners (3): het Portugese observatorium OAT

Artikel
Over Rathenau
12 november 2021
EPTA-voorzitterschap jubileum

Het OAT adviseert het Portugese parlement (foto: Jose Manuel, CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons)

Image
Het parlementsgebouw in Lissabon (Palácio de São Bento)

Het Rathenau Instituut is al 35 jaar uniek in Nederland. Wereldwijd bestaan er nog minstens 22 soortgelijke instituten die volksvertegenwoordigers en burgers adviseren over de mogelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen voor de samenleving. In het netwerk van het European Parliamentary Technology Assessment werken ze samen en proberen ze van elkaar te leren. Nu Nederland dit jaar EPTA-voorzitter is, willen we met een aantal van hen nader kennismaken via deze serie. In aflevering drie: António Moniz van het Portugese Observatorium voor technologieassessment.

In het kort:

  • Portugal kent geen cultuur waarin politici voor informatie aankloppen bij onafhankelijke wetenschappers, zegt hoogleraar António Moniz.
  • Aan het Observatorium voor technologieassessment (OAT) zijn zo’n 25 onderzoekers verbonden.
  • Oprichtingsplannen voor een instituut voor technologieassessment liggen al jaren kant-en-klaar in de la.

António Moniz is hoogleraar sociologie aan de NOVA Universiteit in de Portugese hoofdstad Lissabon. In een blauwe trui zit hij thuis achter zijn pc in een kamertje met een laag plafond. Hij waarschuwt dat er elk moment een enorm lawaai kan losbarsten omdat elders in het pand gewerkt wordt. Dat blijft uit. Wel piept zijn computer regelmatig als er weer een mail binnenkomt van zijn studenten: ‘Ze moeten vandaag iets inleveren’.

Wat is dat eigenlijk een observatorium?

Binnen het onderzoekscentrum voor sociale wetenschappen aan de NOVA universiteit hebben we onderzoeksgroepen rond thema’s als arbeid en technologie, gezondheid en cultuur. Daarnaast zijn er observatoria voor bijvoorbeeld klimaatverandering en gendergerelateerd geweld. Het observatorium voor technologieassessment werd in 2015 opgericht. Er zijn zo’n 25 wetenschappers aan verbonden, veelal mensen die net gepromoveerd zijn of nog bezig zijn met hun promotieonderzoek. Ons observatorium heeft op verschillende manieren contact met het Portugese parlement, vooral met de commissie voor wetenschap, onderwijs en cultuur. We sturen onze onderzoeken op en nodigen parlementariërs uit voor presentaties van studenten.

Waarom heeft Portugal geen instituut hiervoor?

Ons parlement heeft geen eigen ondersteuning als het gaat over de invloed van technologie op de samenleving. Plannen om zoiets op te richten, zijn er wel. Al in 2015 lag er een goedgekeurd plan waarin wij ook een duidelijke inbreng hadden gehad. Daarna kwamen er verkiezingen, een nieuwe commissie voor onderwijs en wetenschap en een andere regering die opnieuw van het belang ervan overtuigd moesten worden, opnieuw nieuwe verkiezingen en vervolgens COVID. Nu zijn we bezig om de contacten weer te herstellen. Maar de commissieleden lijken op dit moment meer geïnteresseerd in de problemen in het onderwijs: de arbeidsvoorwaarden voor docenten en de gevolgen van COVID. In Portugal bestaat niet echt een cultuur waarin parlementariërs voor informatie aankloppen bij de wetenschap, ook niet op andere terreinen zoals de gezondheidszorg of economische innovatie. Ze leunen sterk op de instituten die ook de regering van informatie voorzien.

Ik spoor mijn studenten vaak aan om te kijken naar wat het Rathenau Instituut doet.

Wat zijn de thema’s in Portugal als het gaat om technologieassessment?

We zijn met verschillende onderwerpen bezig, zoals de uitrol van het 5G-netwerk. Door de straling zitten daar gezondheidsrisico’s aan waarvoor in Portugal nauwelijks aandacht bestaat. Andere landen hebben daar meer aandacht voor. België en Finland hebben zelfs gemeenten die 5G hebben verboden. Onze promovendus die daar op dit moment onderzoek naar doet, zou een goede adviseur kunnen zijn van ons parlement. Ook zijn we bezig met nanotechnologie. Welke nieuwe producten kunnen we daarmee ontwikkelen? Wat zijn de gevaren? En hoe interacteren die kleine deeltjes eigenlijk met het menselijk lichaam? Daar weten we nog te weinig van.

Verder wordt hier in Portugal de winning van lithium steeds belangrijker. Lithium wordt gebruikt voor het maken van oplaadbare batterijen voor bijvoorbeeld elektrische auto’s. In het noorden van ons land zit een groot deel van de Europese voorraden, vooral in natuurgebieden. De winning daarvan kan het landschap enorm aantasten. Er is sterke weerstand vanuit de milieubeweging en van omwonenden.

Wat kunt u van Nederland leren?

Ik spoor mijn studenten vaak aan om te kijken naar wat het Rathenau Instituut doet. Als het gaat om technologieassessment zijn jullie een van de meest geavanceerde instituten ter wereld. Ook zijn jullie goed in wetenschapscommunicatie. Jullie hebben contacten met vakbonden, werkgeversorganisatie en andere stakeholders. Wij hebben niet zo’n traditie, bij ons zijn die contacten echt op minimaal niveau, meestal gebaseerd op toevallige persoonlijke relaties. Ook kunnen onze rapporten beter leesbaar worden voor beleidsmakers. We maken nu vooral proefschriften van wel 300 pagina’s. Die zouden we moeten inkorten tot documenten die alleen antwoord geven op de belangrijkste vragen plus de namen van mensen bij wie ze terecht kunnen voor vervolginformatie. Het blijkt lastig om dat soort folders te maken

Wat kan Nederland van Portugal leren?

Misschien het belang van het hoger onderwijs voor ons werk. Onze grote kracht zijn de promovendi die bij ons werken. Als studenten hun masterscriptie schrijven, moeten ze laten zien dat ze de methodologie beheersen en met bronnen kunnen omgaan. Voor het schrijven van een proefschrift moeten ze ook innovatief zijn, een nieuw onderwerp oppakken dat er echt toe doet.

We hebben ook advies gegeven aan de Spanjaarden. Op het Iberisch schiereiland hadden we lange tijd maar een volwaardig EPTA-lid. Dat zetelt in Barcelona en ondersteunt het Catalaanse deelstaatsparlement. Voor het Spaanse parlement in Madrid was er helemaal niks. Een groep Spaanse wetenschappers heeft toen met ons contact opgenomen om te zien wat wij deden. Sinds kort heeft het parlement in Madrid een eenheid voor technologieassessment waar drie mensen werken. Ondanks dat dat klein is, liggen de Spanjaarden ons nu weer voor. Dat laten we nu ook weten aan onze eigen parlementariërs, in de hoop dat we hier ook weer wat kunnen versnellen.

Gerelateerde artikelen: