calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Onze buitenlandse partners (5): Spiral uit Wallonië

Artikel
Over Rathenau
09 december 2021
EPTA-voorzitterschap jubileum

Het Waalse parlement aan de voet van de citadel in Namen (foto: Zairon via Wikimedia Commons)

Image
Het Waalse parlement onderaan de citadel van Namen.

Het Rathenau Instituut is al 35 jaar uniek in Nederland. Wereldwijd bestaan er nog minstens 24 soortgelijke instituten die volksvertegenwoordigers en burgers adviseren over de mogelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen voor de samenleving. In het netwerk van het European Parliamentary Technology Assessment werken ze samen en proberen ze van elkaar te leren. Nu Nederland dit jaar EPTA-voorzitter is, willen we met een aantal van hen nader kennismaken via deze serie. In aflevering vijf: Pierre Delvenne van het Waalse Spiral.

In het kort:

  • Onze zusterorganisatie in België adviseert het Waalse parlement in Namen.
  • Uitdagingen voor Wallonië: verouderde industriegebieden, afscheid van kernenergie en overstromingen.
  • Spiral traint lokale bestuurders voor het omgaan met crisissen.

De dichtstbijzijnde zusterinstelling van het Rathenau Instituut ligt op zo’n 25 kilometer over de grens in België. Spiral is een instituut voor onderzoek en onderwijs van de Universiteit van Luik waar zo’n 25 sociale-wetenschappers werken, vooral politicologen. Directeur Pierre Delvenne werkt er al sinds 2006.

Waarom richt u zich niet op het parlement in Brussel?

‘België is een gedecentraliseerd land. Veel van de onderwerpen op het terrein van technologieassessment zijn in de afgelopen jaren overgeheveld naar de gewesten: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Onze federale overheid doet eigenlijk alleen nog de nucleaire zaken, het ruimtelijkbeleid, klimaat en een deel van het zorgbeleid. Wij richten ons dan ook vooral op dat regioparlement.’

Wat is in uw land het belangrijkste thema op het gebied van technologie en samenleving?

‘Het inzetten van technologie bij het aanpakken van de coronapandemie. Daar heeft de overheid middelen ingezet met grote gevolgen voor mensen waarvoor vaak de juridische basis ontbrak. Ze rechtvaardigde dat door te zeggen dat het een uitzonderingssituatie was, maar die uitzonderingssituatie duurde wel heel lang. Er werden data verzameld van burgers, drones ingezet om in een Brussels park te kijken hoeveel mensen zich daar hadden verzameld. De privacy van burgers heeft daar flink onder geleden, grondwettelijke rechten werden geschonden. Daarnaast hebben we hier natuurlijk ook de energietransitie. Die is in België verknoopt met het streven van de regering om in 2025 te stoppen met kernenergie. Daar zullen gascentrales voor in de plaats moeten komen’

Na de overstroming van augustus moeten we meer doen dan alleen herbouwen. Zoals de Amerikaanse president Biden zegt: 'We have to built back better'.

En wat zijn de grote maatschappelijke uitdagingen voor Wallonië?

‘We zitten hier ook nog met het ontmantelen van de industriële infrastructuur. Dat zijn verouderde chemische fabrieken, metaalindustrie. Die moeten worden afgebroken, terreinen moeten worden schoongemaakt. Daarnaast hadden we hier in augustus natuurlijk een grote overstroming. We moeten nu meer doen alleen herbouwen. We have to build back better, om de Amerikaanse president Biden te citeren. Dat betekent onder andere een goede afstemming van wat de bouwsector doet, de ruimtelijke planning en de economische steun aan de getroffen gemeenten.’

Wat doet Spiral daar aan?

‘We hebben geen formele positie als adviseur bij het parlement. Wel worden we betrokken. Het parlement houdt nu een publieksconsulatie over energie en klimaat. Wij helpen om burgers daarvoor te selecteren en ze op een zinvolle manier in te zetten. We hebben meegewerkt aan een rapport over wat er beleidsmatig is misgegaan bij de overstroming. Een collega sprak in de hoorzitting hierover. Daarnaast organiseren we twee keer per jaar sessies voor lokale bestuurders, politie en brandweermensen over hoe ze moeten optreden in crisissituaties zoals terroristische aanslagen, maar dus ook overstromingen. Een paar jaar geleden organiseerden we TA-lunches voor parlementariërs van alle belangrijke partijen over bijvoorbeeld de toekomst van ons voedsel. Daarnaast doen we natuurlijk wetenschappelijk onderzoek en geven we onderwijs.’

Was u niet liever een adviesinstituut geweest zoals veel andere EPTA-leden

‘Het is jammer dat wij hier geen aan het parlement verbonden instituut hebben dat zich met technologieassessment bezighoudt. Er spelen zoveel belangrijke onderwerpen waarvoor we parlementariërs van kennis zouden kunnen voorzien. Vlaanderen had een dergelijk instituut, maar dat is 2011 opgeheven. Hier hadden we vergevorderde plannen om zo’n instituut op te richten. Eerst liep het stuk op de vraag of dat instituut zich alleen op Wallonië zou moeten richten of op de gehele Franssprekende gemeenschap, dus ook op Brussel. Toen de betrokken ministers het eens waren en er een parlementaire meerderheid was, kwamen er verkiezingen en keerden veel voorstanders niet terug. De plannen liggen nu in de la.’

In vergelijking met veel andere landen wordt het onderzoek hier minder gedreven door kwantitatieve productiviteitsindicatoren.

Wat kunnen Nederland en Wallonië van elkaar leren?

‘Ik denk dat jullie in Nederland verder zijn wat betreft het aanpassen aan klimaatverandering. Nederland ligt lager en is waarschijnlijk daarom al langer bezig met maatregelen om met hoog water om te gaan. Hier in Wallonië zijn we sterk in logistiek en biotechnologie. Dat zijn twee sectoren waar we internationaal goed presteren. Daarnaast wordt het onderzoek hier nog steeds minder gedreven door kwantitatieve productiviteitsindicatoren. Niet alleen in vergelijking met veel andere landen, maar ook in vergelijking met Vlaanderen. Dat zorgt ervoor dat veel Vlaamse onderzoekers naar Wallonië komen voor een meer kwalitatieve werkomgeving. Maar of we echt van elkaar kunnen leren? Ik heb net een wetenschappelijk artikel geschreven over hoe we in Europa van elkaar kunnen leren als het gaat om technologieassessment. Een van de conclusies is dat het moeilijk is om good practices in het ene land succesvol over te plaatsen naar het andere.’

Gerelateerde publicaties: