• U moet ingelogd zijn om onderwerpen te kunnen volgen.

    Log-in als u al een account heeft of maak een gratis account aan.

Nederlandse Politie: Technologie noodzakelijk voor aanpassing aan snel veranderende samenleving

Het is belangrijk te experimenteren met nieuwe technologieën, juist op het ingewikkelde terrein van veiligheid en justitie. Alleen zo komen opbrengsten en risico’s helder in beeld. Dit vraagt veel lerend vermogen en transparantie van de Nederlandse Politie. Korpschef Erik Akerboom over de zoektocht naar balans tussen controle en vertrouwen.

Door Erik Akerboom, korpschef van de Nederlandse Politie

 Leestijd 3-4 minuten | Lees ook andere artikelen uit de serie Beschaafde Bits

De maatschappelijke discussie over zelflerende algoritmes heeft zeer terecht vooral betrekking op de mogelijke risico’s van software ‘die we niet meer kunnen controleren’ en tot ongewenste uitkomsten leidt. Denk aan software die er toe kan leiden dat bepaalde gebieden, gemeenschappen of zelfs individuen in de opsporing en handhaving te veel of verkeerde ‘aandacht’ van de politie krijgen, doordat ze worden aangemerkt als risicovol. Of er is juist te weinig aandacht, waar het gaat om gewenste bescherming. Daarbij zijn mensen ook bezorgd dat hun vrijheid ernstig ingeperkt raakt doordat data uit het verleden tot in lengte van dagen bepalen hoe ze vandaag worden gezien.

Opdracht voor de politie

Tegelijkertijd is het maatschappelijk onacceptabel als de politie géén gebruik maakt van technologie die de veiligheid van de burgers kan vergroten. Het is dit spanningsveld waarin de politie zich in een democratische rechtsstaat behoort te bevinden. Het gaat altijd om het vinden van balans; er zijn geen definitieve antwoorden.


Illustraties door Max Kisman

Er zijn veel mogelijke toepassingen van zelflerende algoritmes op het domein van veiligheid en justitie, van het ontdekken van fraude tot het oplossen van zogenoemde cold cases. Tegelijkertijd is er een sterk besef dat toezicht op die algoritmes van groot belang is. Zie bijvoorbeeld het recente rapport Big data in een vrije en veilige samenleving van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Criminaliteit voorspellen dankzij algoritmes?

Een voorbeeld: de Nederlandse politie kwam in het nieuws met het zogenoemde Criminaliteitsanticipatiesysteem (CAS). Dat gebruikt historische data om criminaliteitspatronen te vinden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om woninginbraak, straatroof en overvallen. Die patronen neemt de politie mee om te bepalen waar ze haar capaciteit inzet. Dit leidt dan weer tot nieuwe data en vervolgvragen over de efficiëntie, effectiviteit en legitimiteit van het politieoptreden.

Wat betekent dit voor de rol van de politieagent?

Het CAS zet het oordeel van de professional niet buitenspel. Lokale kennis van de context blijft van belang. Criminaliteitspatronen vinden is niet hetzelfde als weten wat de oorzaken zijn. Op basis van het CAS is bijvoorbeeld niet vanzelf duidelijk dat in bepaalde gevallen actie van de woningbouwcorporatie effectiever kan zijn dan politie-inzet.

Kunnen we in de toekomst elk misdrijf voorspellen?

Mensen passen hun gedrag aan op basis van nieuwe kennis. Gericht politieoptreden kan bijvoorbeeld leiden tot verplaatsing van criminaliteit: andere doelwitten, tijden, plaatsen delicten of werkwijzen. En politieoptreden doet niet alleen iets met de (potentiële) criminelen, maar ook met tal van andere actoren, inclusief burgers. Gedrag verandert en systemen zoals CAS kunnen juist helpen te blijven aanpassen aan maatschappelijke ontwikkelingen.

Blijven doen waar je voor bedoeld bent

De inzet van zelflerende algoritmes is voor de politie geen stap in de richting van een controlestaat met alom aanwezige surveillance. Het beeld is bijna het tegenovergestelde. In een sterk veranderende omgeving is de inzet van technologie vooral belangrijk om je snel te kunnen aanpassen. Zodat je kunt blijven doen waar je voor bedoeld bent: er zijn voor de burgers.  

Deze twee contrasterende beelden hebben alles te maken met het soort politie dat wij – de burgers – in onze samenleving willen hebben. Aan de ene kant willen we dat de politie zorgt dat de staat geordend functioneert. In dit opzicht is de politie in de eerste plaats een instrument van de onpersoonlijke staat en ligt de nadruk op repressie. Aan de andere kant is de politie er om burgers te ondersteunen. Door vrijheid en gelijkwaardigheid mogelijk te maken en te voorkomen dat het recht van de sterkste geldt.

Samenwerken met anderen

De balans vinden, dat is precies de uitdaging waar de politie voor staat. Dit betekent voortdurende en intensieve wisselwerking met vele partijen. En we sluiten zo aan op het maatschappelijke debat dat ook overheidsbreed wordt gevoerd. Zelfs op Europees niveau.

We kunnen ons niet beperken tot bespiegelingen alleen. Het is van belang te experimenteren met nieuwe (informatie-)technologieën, juist op het ingewikkelde terrein van veiligheid en justitie. Omdat daarmee de opbrengsten, risico’s en noodzakelijke voorwaarden – bijvoorbeeld waar het gaat om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer – helder in beeld komen. We richten ons vooral op het verkennen van kansen en doen ook dat samen met anderen, van gemeenten tot startups.

Transparantie en lerend vermogen

De inzet van dit type nieuwe technologieën stelt hoge eisen aan het lerend vermogen en de transparantie van de politie. De politie betrekt in hierbij de academische wereld, publieke en private actoren en georganiseerde (kritische) burgers. Het is zeer noodzakelijk dat er voortdurend genuanceerd en geïnformeerd wordt gedebatteerd over technologie en grondrechten. Het resultaat? Een politie die voldoende vertrouwen wint om ook op het technologische terrein samen met anderen vooruitstrevende stappen te zetten.

Lees ook andere artikelen uit de serie Beschaafde Bits:
Algoritmen moeten zich aan de mensenrechten houden. Door Amnesty International. 
Digivaardige mensen of mensvaardige diensten? Door ICTU.
Digitalisering mag mensen niet uitsluiten. Door de Nationale ombudsman. 
- Gezocht: digitale innovaties met respect voor de mens. Door Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut. 

Meedoen aan deze blogreeks? Reageren kan op LinkedInTwitter en Facebook. Of mail onze onderzoekers Jurriën Hamer of Linda Kool over een gastbijdrage.