calendar tag arrow download print
Image
Rapport
30 mei 2018

Drijfveren van onderzoekers 2018

Goed onderzoek staat nog steeds voorop
Kwaliteit Werkdruk Valorisatie
Voor dit rapport hebben we een enquête herhaald die we in 2013 hebben gehouden onder medewerkers van kennisinstellingen. De hoofdconclusie is dat onderzoekers zich identificeren met hun onderzoekstaak.

Downloads

Downloads

Sluiten

Samenvatting

Dit rapport is gebaseerd op een enquête onder onderzoekers die werken aan een van de universiteiten, universitaire medische centra (UMC’s) of hogescholen in Nederland, in een van de instituten van de NWO of KNAW, of in een publieke kennisorganisatie.  Dit onderzoek is gedaan op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en bouwt voort op een enquête uit 2013. De conclusies hieronder laten zien wat onderzoekers motiveert.

Goed onderzoek doen staat centraal

Onderzoekers worden, ongeacht de missie van hun instituut, sterk gedreven door het doen van goed onderzoek. Doelstellingen met betrekking tot de kwaliteit van onderzoek komen bij alle instellingen duidelijk naar voren. Bij de universiteiten, UMC’s en instituten van NWO en KNAW is de belangrijkste doelstelling van onderzoekers ‘het kunnen uitvoeren van kwalitatief hoogwaardig onderzoek’. Voor onderzoekers aan de hogescholen en bij publieke kennisorganisaties is dat ‘het doen van maatschappelijk relevant onderzoek’.

Kwalitatief hoogwaardig onderzoek is ook een van de belangrijkste drijvers van internationale mobiliteit. Dat geldt voor zowel buitenlandse onderzoekers die momenteel in Nederland werken als Nederlandse onderzoekers die een periode in het buitenland hebben gewerkt.

Overwerk en minder tijd voor onderzoek dan afgesproken

Onderzoekers werken vaak over, gemiddeld ruim een kwart van hun aanstelling. Bij alle organisaties besteden ze naar eigen zeggen minder tijd aan onderzoek dan is afgesproken en meer tijd aan onderwijs en aan management- en organisatietaken. Vrouwen ervaren vaker dan mannen dat ze, ten opzichte van de afspraken, meer tijd kwijt zijn aan onderwijs en minder tijd hebben voor onderzoek.

De disbalans ten opzichte van de afspraken is het grootste bij docenten (UD’s), hoofddocenten (UHD’s) en hoogleraren aan de universiteiten. UD’s zijn vooral meer tijd kwijt aan onderwijstaken, hoogleraren aan management- en organisatietaken. Bij de UHD’s kosten beide taken meer tijd dan afgesproken.

Weinig tijd voor kennisoverdracht

Doelstellingen met betrekking tot onderwijs en kennisoverdracht vinden onderzoekers minder vaak belangrijk voor zichzelf. Ze zien kennisoverdracht naar derden vooral als doelstelling van de organisatie waarvoor ze werken. Ze besteden er slechts een klein deel van hun tijd aan: voor onderzoekers aan hogescholen en publieke kennisorganisaties is dat gemiddeld 8%, voor onderzoekers aan de andere organisaties gemiddeld 4%. Toch blijkt ook dat ze belang hechten aan de maatschappelijke relevantie van hun onderzoek. 42% Van de onderzoekers ziet ‘het doen van maatschappelijk relevant onderzoek’ als een belangrijke doelstelling. 68% Van de onderzoekers geeft aan het belangrijk te vinden dat zijn of haar resultaten gebruikt worden bij bedrijven of maatschappelijke instellingen.

Bij de hogescholen en publieke kennisorganisaties is de aandacht voor kennisoverdracht en de maatschappelijke relevantie van het onderzoek groter dan bij de andere instellingen. Onderzoekers aan deze instellingen kiezen in deze enquête, om te beschrijven wat hun drijfveer is, vaker voor doelstellingen die op kennisoverdracht gericht zijn en hun onderzoekers geven ook vaker aan niet-wetenschappelijke actoren bij hun werk te betrekken. Het daadwerkelijk gebruik van onderzoeksresultaten door deze actoren is (naar eigen inzicht van de onderzoekers) ook groter bij deze organisaties.

Verschillen en overeenkomsten met het vorige onderzoek

Deze resultaten verschillen weinig van het vorige onderzoek uit 2013. Kwalitatief hoogwaardig onderzoek doen is nog steeds de belangrijkste doelstelling van onderzoekers aan universiteiten, UMC’s en de instituten van NWO en KNAW. En net als toen besteden ze er naar eigen beleving te weinig tijd aan. Ook op het gebied van kennisoverdracht is er weinig veranderd: de maatschappelijke relevantie van onderzoek is nog steeds belangrijk, maar onderzoekers besteden er nog steeds weinig tijd aan: zo’n 4%. 

Binnen de universiteiten zien we kleine veranderingen in de tijdsbesteding en de ervaren waardering van de werkgever. Hoogleraren en UHD’s zijn een iets groter deel van hun tijd kwijt aan management- en organisatietaken (3,5% meer). Het aandeel onderwijs in de tijdsbesteding van UD’s groeide met gemiddeld 5% in 2017, bij promovendi groeide dit met 2%. ‘Het geven van onderwijs’ wordt door onderzoekers aan universiteiten ook 5% vaker dan in 2013 als een van de belangrijkste doelstellingen gekozen. Ook is in de ogen van de onderzoekers aan universiteiten het belang van onderwijstaken en de hoeveelheid toepasbare kennis die zij produceren vaker opgenomen als prestatie-indicator.
 

Bij voorkeur citeren als:
Koens, L., R. Hofman en J. de Jonge (2018). Drijfveren van onderzoekers – Goed onderzoek staat nog steeds voorop. Den Haag: Rathenau Instituut.

Sluiten

Conclusies

Tijdsbesteding

  • Tijdsbesteding is vaak niet in overeenstemming met de afspraken. Vooral voor onderwijs en management is meer tijd nodig dan afgesproken.
  • Er is wel tevredenheid over de daadwerkelijke tijdsbesteding, behalve bij de vaste staf van universiteiten (UD’s, UHD’s en hoogleraren). Zij werken ook het meest over.
  • Hier zien we ook een man/vrouw-verschil. Vrouwen zijn meer dan mannen ontevreden over de tijd die ze kunnen besteden aan onderwijs; met name de vrouwelijke UD’s en hoogleraren.

Doelstellingen

  • We zien een duidelijk verschil tussen de doelstellingen van onderzoekers bij hogescholen en PKO’s enerzijds en universiteiten, UMC’s en KNAW- en NWO-instituten anderzijds.
  • De doelstellingen van de organisaties verschillen ook en de onderzoekers worden beoordeeld op andere prestaties. Bij PKO’s en hogescholen ligt het accent veel meer op tevreden opdrachtgevers en toepasbare kennis. Bij de NWO- en KNAW-instituten, UMC’s en de universiteiten zijn kwaliteit en aantallen peer reviewed artikelen de belangrijkste maatstaf.

Kennisoverdracht

  • Het verschil in doelstelling van onderzoekers en organisaties is niet zichtbaar in de gerichtheid op fundamenteel en toegepast onderzoek. In de meeste organisaties zien onderzoekers hun werk vooral als een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek.
  • De verschillen tussen organisaties zijn wel zichtbaar in de mate waarin anderen invloed hebben op het onderzoek en gebruik van de resultaten. Duidelijk is dat de betrokkenheid van stakeholders bij alle instellingen groot is. Maar de invloed van de rijksoverheid is vooral zichtbaar bij de PKO’s en die van professionals in het werkveld is het sterkst bij de hogescholen.

Internationale mobiliteit

  • In alle soorten instellingen zijn er onderzoekers met internationale ervaring, maar bij de universiteiten en de KNAW- en NWO-instituten zien we veel meer mobiele onderzoekers dan elders.
  • Onderzoekers vinden het belangrijk om internationale ervaring op te doen.
  • Het relatief hoge aantal UD’s met internationale ervaring (in vergelijking met UHD’s en hoogleraren) wijst er op dat internationale mobiliteit toeneemt.
  • De belangrijkste redenen om naar het buitenland te gaan zijn de internationale ervaringen, carrièremogelijkheden en werken met toponderzoekers. Dat zijn ook redenen voor buitenlandse onderzoekers om hier te komen.
  • De belangrijkste reden om terug te komen naar Nederland zijn persoonlijke en familieomstandigheden.
Sluiten

Meer lezen

In dit rapport beschrijven we de onderzoeksresultaten van de eerste enquête naar drijfveren van onderzoekers: