Rijkskennisinstellingen
Deze factsheet geeft een overzicht van de verschillende Rijkskennisinstellingen (RKI's) van Nederland en de uiteenlopende taken waarvoor zij verantwoordelijk zijn. In verschillende publicaties van het Rathenau Instituut, waaronder de jaarlijkse TWIN-rapportage en de factsheet over de financiering van publieke kennisorganisaties, is informatie te vinden over de RKI's. Deze publicaties geven beperkte informatie over de RKI's vanuit een specifiek perspectief. Zo is de TWIN-rapportage specifiek gericht op de onderzoeksfinanciering van de rijksoverheid.
In deze factsheet lichten we daarom verschillende aspecten uit van de RKI's aan de hand van een set van kerncijfers die is samengesteld in overleg met de RKI's. Op basis van inschattingen van de instellingen zelf, geven we hiermee inzicht in hun kerntaken, wetenschappelijke en maatschappelijke bijdragen, de verhouding tussen onderzoek en innovatieactiviteiten, en overige activiteiten. Daarnaast hebben we gevraagd naar de ontwikkeling van de inkomsten vanuit verschillende financieringsbronnen.
In het kort
- Rijkskennisinstellingen (RKI's) voorzien de overheid in haar structurele kennisbehoefte op hun expertisegebied.
- Het grootste deel van de inkomsten van het RKI-netwerk is afkomstig van de rijksoverheid.
- De inkomsten van het RKI-netwerk zijn sinds 2021 ongeveer meegegroeid met de inflatie, waardoor de reële inkomsten gelijk blijven.
Ministeries hebben voor hun beleids- en uitvoerende taken behoefte aan uiteenlopende vormen van kennis en informatie. Een deel daarvan verkrijgen zij via externe onderzoeksopdrachten, adviescommissies of universiteiten. Op beleidsterreinen als volksgezondheid, veiligheid, mobiliteit, leefomgeving, weer, klimaat, economie en cultuur is een structurele behoefte aan wetenschappelijke kennis, gespecialiseerde expertise en institutioneel geheugen, bijvoorbeeld voor langdurige monitoring, het uitvoeren van kennisintensieve wettelijke taken of de voorbereiding op crises en maatschappelijke transities.
De Rijkskennisinstellingen (RKI's) voorzien in deze behoefte. Dit is de groep publieke kennisinstellingen die zich hebben verenigd in het RKI-netwerk. Rijkskennisinstellingen delen bepaalde kenmerken die maken dat zij een herkenbare plek innemen in het kennislandschap.
RKI's onderscheiden zich van andere kennisorganisaties door hun positie op het snijvlak van overheid, wetenschap en samenleving. Zij zijn vaak organisatorisch onderdeel van, of nauw verbonden aan, een ministerie, maar verrichten tegelijkertijd onafhankelijk onderzoek. Die combinatie van nabijheid tot beleid en onafhankelijkheid in kennisproductie vormt de kern van het RKI-netwerk: een samenwerkingsverband van veertien organisaties van uiteenlopend karakter (niet alle kennisorganisaties die zich bezighouden met beleidsondersteunend onderzoek zijn lid van dit netwerk).
RKI's werken in zijn algemeenheid in opdracht van de overheid, worden grotendeels publiek gefinancierd en hun onderzoek moet aansluiten bij beleidsvragen en maatschappelijke opgaven. Tegelijkertijd mogen de uitkomsten niet worden gestuurd door politieke of bestuurlijke belangen. Ons rapport Met gepaste afstand (2018) gaat dieper in op deze spanning.
RKI's kennen uiteenlopende juridische en organisatorische vormen: als (verzelfstandigd) onderdeel van een ministerie, zbo, of als zelfstandige stichting. Zij hebben gemeenschappelijk dat zij publiek onderzoek combineren met andere beleidsuitvoerende taken en andere activiteiten.
Een overzicht van de RKI's en hun wettelijke basis is onderaan deze publicatie te vinden.
Kerntaken
Rijkskennisinstellingen vervullen uiteenlopende taken binnen de publieke kennisinfrastructuur. Hoewel de precieze rol per instelling verschilt, hebben de meeste RKI's kennisintensieve publieke taken wat betekent dat zij ook onderzoek doen.
Een belangrijke kernactiviteit is (toegepast) wetenschappelijk onderzoek. RKI's doen onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken op gebieden zoals volksgezondheid, veiligheid, mobiliteit, weer, klimaat, economie, leefomgeving en cultureel erfgoed. Het onderzoek vormt een belangrijke kennisbron voor beleidsontwikkeling of voor de samenleving. Dit onderzoek vindt plaats in verschillende vormen. Van meer fundamenteel wetenschappelijk onderzoek tot onderzoek gericht op actualiteit en praktijk.
Daarnaast spelen veel instellingen een rol in het monitoren en signaleren van maatschappelijk-relevante ontwikkelingen. Zij verzamelen en analyseren data over ontwikkelingen in de samenleving en wetenschap, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, klimaat, mobiliteit of criminaliteit. Op basis hiervan signaleren zij trends en risico's en geven zij informatie en waarschuwingen. RKI's leveren ook beleidsadvies en ondersteuning. Zij vertalen onderzoeksresultaten en data naar analyses, scenario's en handelingsperspectieven. Zo voorziet Rijkswaterstaat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van advies over de Nederlandse publieke infrastructuur.
Veel instellingen vervullen daarnaast taken op het gebied van data- en informatiebeheer. Voor hun publieke taken verzamelen, beheren en ontsluiten zij datasets en kennisbronnen die (her-)gebruikt worden door beleidsmakers, onderzoekers, burgers, bedrijven en andere professionals. Ook spelen RKI's een rol in kennisdeling en professionalisering, bijvoorbeeld via publicaties, trainingen en samenwerking met universiteiten, hogescholen en maatschappelijke organisaties.
Tenslotte vervullen RKI's kennisintensieve uitvoerende taken zoals het verzorgen van weersverwachtingen, het uitvoeren van bevolkingsonderzoeken of forensisch onderzoek.
Minder cijfers over RWS en planbureaus
Rijkswaterstaat is met afstand de grootste instelling binnen het RKI-netwerk, door de grote omvang van haar beleidsuitvoerende taak. Het is moeilijk om goed af te bakenen welk deel van RWS als kennisinstelling kan worden gezien. Om deze reden zijn er minder cijfers beschikbaar van RWS. Voor de planbureaus is het moeilijk om data te construeren met betrekking tot activiteiten en inkomsten in het kader van hun rol als rijkskennisinstelling. In veel grafieken zijn de planbureaus daarom niet meegenomen.
De verhouding tussen verschillende activiteiten verschilt sterk tussen instellingen. Sommige organisaties richten zich vooral op onderzoek en analyse, terwijl bij andere instellingen kennisontwikkeling nauw verweven is met uitvoerende taken. Omdat instellingen verschillende definities hanteren en het vaak niet eenduidig is welk deel van een uitgave of activiteit als welk type wetenschappelijke activiteit gezien moet worden, is de data in deze publicatie gebaseerd op inschattingen om een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de RKI's.
Wetenschappelijke activiteiten van RKI's
De manier waarop RKI's opereren, verschilt onderling. Er is een grof onderscheid te maken tussen onderzoek en innovatie aan de ene kant en kennisintensieve uitvoering aan de andere kant. Bij onderzoek en innovatie worden nieuwe kennis en producten ontwikkeld. Kennisintensieve uitvoering (of uitvoerende taken niet zijnde onderzoek en innovatie) gaat meer over uitvoerende taken die de expertise vereisen die een specifieke instelling in huis heeft, zoals de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma door het RIVM. Activiteiten die niet binnen deze categorieën vallen, zijn overige activiteiten. De typen activiteiten kunnen in elkaar overlopen. Op basis van inschattingen van de instellingen zelf, geven we hier inzicht in de verdeling van onderzoek- en innovatieactiviteiten, uitvoerende activiteiten niet zijnde onderzoek en innovatie, en overige activiteiten.
| Overig | Uitvoerende taken niet zijnde onderzoek en innovatie | Onderzoek & innovatie | |
| WODC | 0 | 0 | 1 |
| KiM | 0,1 | 0 | 0,9 |
| KNMI | 0,218401932 | 0 | 0,781598068 |
| CBS | 0,068683583 | 0,220585538 | 0,710730879 |
| RIVM | 0,027210203 | 0,334502748 | 0,636858478 |
| NIPV | 0,041175272 | 0,623499708 | 0,33532502 |
| Naturalis | 0,251428571 | 0,434285714 | 0,314285714 |
| RCE | 0,305714286 | 0,408571429 | 0,287142857 |
| NFI | 0,041903533 | 0,769317597 | 0,188778871 |
| RKD | 0,334571429 | 0,665428571 | 0 |
RKI's dragen op verschillende manieren bij aan de ontwikkeling en verspreiding van wetenschappelijke kennis. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van rapporten voor beleidsondersteuning, met wetenschappelijke publicaties of via het verzorgen van (hoger) onderwijs. Veel instellingen hebben onderzoekers in dienst en werken samen met universiteiten, hogescholen en andere kennisorganisaties. Medewerkers van RKI's kunnen verschillende rollen vervullen binnen de wetenschap. Zij bekleden bijvoorbeeld leerstoelen en lectoraten, begeleiden promovendi en publiceren wetenschappelijke artikelen en rapporten. Daarnaast leveren veel instellingen bijdragen aan hoger onderwijs, in de vorm van onder meer gastcolleges, stages of gezamenlijke onderzoeksprojecten.
Het Rathenau Instituut heeft gegevens ontvangen over de verschillende vormen van wetenschappelijke impact van tien van de veertien RKI's. Er is hierover geen data beschikbaar van de planbureaus en RWS.
Uit de data blijkt dat in 2024 ongeveer 80 leerstoelen, 17 lectoraten en ruim 200 promovendi verbonden zijn aan deze RKI's. Gezamenlijk produceren deze instellingen jaarlijks ongeveer tussen de 1.400 en 1.500 publicaties in de vorm van bijvoorbeeld wetenschappelijke artikelen en beleidsrapporten. Het merendeel van de instellingen verzorgt één of meer vormen van hoger onderwijs. Voorbeelden daarvan zijn afstudeerstages en samenwerkingen met universiteiten en hogescholen in het verzorgen van colleges. Het type publicatie dat gebruikelijk is, verschilt tussen de RKI's. Sommige instellingen publiceren relatief veel in wetenschappelijke tijdschriften, terwijl andere zich meer richten op bijvoorbeeld beleidsrapporten en openbare datasets. De cijfers zijn daarom vooral bedoeld als een indicatie van de wetenschappelijke activiteiten van de RKI's en hun positie en relevantie in het Nederlandse wetenschapssysteem.
Inkomsten
RKI's worden grotendeels gefinancierd met publieke middelen. Het grootste deel van hun inkomsten is afkomstig van de rijksoverheid, in de vorm van zowel structurele bijdragen en (tijdelijke) opdrachten voor specifieke beleidsvragen of programma's.
De financiële omvang van de instellingen verschilt echter sterk en hangt onder andere samen met hun takenpakket en met de bekostigingsstructuur. Sommige RKI's hebben omvangrijke uitvoerende taken. Andere zijn geheel gericht op toepassingsgericht onderzoek. Sommige zijn volledig gefinancierd door de rijksoverheid. Andere hebben een (gedeeltelijke) structurele bekostiging aangevuld met middelen uit opdrachten van andere partijen. Mede hierdoor kunnen de totale inkomsten tussen instellingen en door de tijd heen aanzienlijk verschillen.
In 2024 bedroegen de gezamenlijke inkomsten van de RKI's, exclusief Rijkswaterstaat, ongeveer 1,6 miljard euro. De inkomsten lopen uiteen van ongeveer 5 miljoen euro voor kleinere instellingen tot meer dan 700 miljoen euro voor de grootste organisaties. Rijkswaterstaat is hier niet meegenomen door de grote omvang van de organisatie (7,5 miljard euro in 2024) in verhouding tot de overige instellingen.
| Jaar | Nominale inkomsten | Reële inkomsten (2024 = 1) |
| 2018 | 869,6825437 | 1124,09 |
| 2019 | 939,5283363 | 1179 |
| 2020 | 1099,634149 | 1347,57 |
| 2021 | 1324,066577 | 1579,95 |
| 2022 | 1320,313605 | 1483,49 |
| 2023 | 1498,253154 | 1583,65 |
| 2024 | 1573,633103 | 1573,63 |
| Totale baten | |
| RIVM | 703,89 |
| CBS | 262,6 |
| NFI | 138,38 |
| KNMI | 116,71 |
| NIPV | 93,38 |
| RCE | 79,68 |
| Naturalis | 57,06 |
| PBL | 47,22 |
| CPB | 25,04 |
| WODC | 19,7 |
| SCP | 17,77 |
| RKD | 7,18 |
| KiM | 5,02 |
| Reëele Groei inkomsten 2018-2014 | |
| RIVM | 64% |
| WODC | 41% |
| CBS | 38% |
| Naturalis | 37% |
| NIPV | 35% |
| NFI | 35% |
| CPB | 17% |
| RCE | 11% |
| PBL | 10% |
| KNMI | 9% |
| SCP | -2% |
| KiM | -15% |
| RKD | -16% |
De inkomsten van het RKI-netwerk (exclusief RWS) zijn vanaf 2018 toegenomen van 870 miljoen euro naar 1.574 miljoen euro in 2024. Rekening houdend met inflatie is dit een (reële) groei van 40,0%. Deze groei is voor een groot deel ontstaan door de toename van de baten van het RIVM. Deze toename is te verklaren door onder andere investeringen in infectieziektebestrijding tijdens de COVID-19-pandemie (inclusief vaccininkoop) en daarna in pandemische paraatheid.
Ondanks de nominale stijging in de periode 2021-2024 (253 miljoen euro, of 18%) zijn in 2024 de reële inkomsten van de RKI's op ongeveer op dezelfde hoogte als in 2021, met een dip in 2022. Voor de meeste individuele instellingen geldt dat hun inkomsten ook gegroeid zijn sinds 2018. Voor het SCP (-1,7%), KiM (-14,9%) en RKD (-15,6%) zijn de inkomsten in reële termen gedaald. Dit zijn in omvang, op basis van inkomsten, de kleinste instellingen in het netwerk. De grotere instellingen hebben hun inkomsten zien stijgen. Stijgende of dalende inkomsten bij individuele RKI's kunnen ontstaan door een uitgebreider takenpakket, bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis, of startende of aflopende programmafinanciering.
Na RWS is het RIVM in omvang de grootste instelling, met 43,1% van de totale inkomsten van het netwerk in 2024 (zonder RWS). Daarna zijn het CBS en het NFI de grootste instellingen op basis van hun totale inkomsten.
| Overige Inkomsten | Private opdrachten | Opdrachten publiek buitenland | Opdrachten publiek anders dan rijksoverheid | Rijksoverheid | |
| KiM | 0% | 0% | 0% | 0% | 100% |
| RCE | 0% | 0% | 0% | 0% | 100% |
| WODC | 0% | 0% | 0% | 0% | 100% |
| NFI | 1% | 0% | 1% | 0% | 97% |
| RIVM | 2% | 0% | 1% | 3% | 93% |
| CBS | 1% | 2% | 2% | 2% | 93% |
| RKD | 5% | 0% | 0% | 10% | 86% |
| KNMI | 1% | 2% | 11% | 18% | 68% |
| Naturalis | 19% | 4% | 7% | 12% | 58% |
| NIPV | 23% | 0% | 0% | 24% | 53% |
Kijken we naar de verdeling van de inkomsten van de RKI's naar inkomstenbron, dan zien we dat het overgrote deel afkomstig is van de rijksoverheid (88,0%). Voor alle RKI's geldt dat meer dan de helft van hun inkomsten afkomstig zijn van de rijksoverheid. Voor veel instellingen geldt dit zelfs voor (bijna) alle inkomsten. Dit kunnen structurele of tijdelijke inkomsten zijn. Voor KNMI, Naturalis en NIPV geldt dat er daarnaast tot de helft van de inkomsten afkomstig zijn uit andere publieke bronnen. Dit varieert van provincies, gemeenten en koepelorganisaties tot Europese organisaties. Over het totaal komt zo'n 5,4% van opdrachten uit andere publieke bronnen.
De overige inkomsten (3,8%) verschillen sterk in soort. Dit omvat bijvoorbeeld inkomsten uit kaartverkoop van het museumdeel van Naturalis, maar ook rentebaten. Private opdrachten vormen een klein deel van de inkomsten van RKI's (0,6%), en kunnen vaak alleen onder strikte regelgeving aangenomen worden.
Conclusie
Rijkskennisinstellingen vervullen een belangrijke rol in de Nederlandse kennisinfrastructuur door wetenschappelijke kennis, data en expertise te verbinden met publieke taken en beleidsontwikkeling. Hoewel de instellingen sterk verschillen in omvang, organisatievorm en takenpakket, delen zij een structurele publieke kennisfunctie en ontvangen zij hun financiering grotendeels van de rijksoverheid. De cijfers in deze factsheet laten zien dat het RKI-netwerk een breed palet aan kennisactiviteiten uitvoert en een belangrijke bijdrage levert aan wetenschap, beleid en samenleving. Tegelijkertijd maken verschillen in taken, definities en registraties het lastig om instellingen onderling rechtstreeks te vergelijken. Verdere harmonisatie van de gegevensverzameling kan in de toekomst bijdragen aan een nog beter inzicht in de rol en ontwikkeling van de Rijkskennisinstellingen.
| Naam | Afkorting | Maatschappelijke impact | Relatie met ministerie | Wettelijke basis |
| Centraal Bureau voor de Statistiek | CBS | Het CBS levert onafhankelijke, actuele en toegankelijke statistische data, waardoor samenleving en beleid worden ondersteund met feitelijke inzichten voor weloverwogen besluitvorming. | EZ | Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek |
| Centraal Planbureau | CPB | Het CPB levert onafhankelijke economische analyses en adviezen ter ondersteuning van regeringsbeleid op sociaal, financieel en economisch gebied ter voorbereiding van een Centraal Economisch Plan. | EZ | Aanwijzingen voor de Planbureaus |
| Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | KiM | Het KiM draagt bij aan kennisrijk mobiliteitsbeleid ten dienste van de maatschappij. | I&W | Protocol KiM 2025 |
| Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut | KNMI | Het KNMI monitort continu het weer, klimaat en seismologie en informeert de samenleving eenduidig. Het deelt open data, waarborgt lange meetreeksen en werkt internationaal samen voor de beste informatie, zonder commerciële of politieke belangen. | I&W | Wet taken meteorologie en seismologie |
| Naturalis Biodiversity Center | Naturalis | Naturalis beheert de rijkscollectie, verricht wetenschappelijk onderzoek naar biodiversiteit en ondersteunt academisch onderwijs. Daarnaast zorgt het voor brede toegankelijkheid van collecties en onderzoeksinfrastructuur. | OCW | Het behouden en beheren van de rijkscollectie van natuurlijke historie |
| Nederlands Forensisch Instituut | NFI | Het NFI voert forensisch onderzoek uit, deelt kennis en innoveert om bij te dragen aan opsporing en waarheidsvinding in strafzaken, zowel nationaal als internationaal. | J&V | Regeling taken NFI |
| Nederlands Instituut Publieke Veiligheid | NIPV | Het NIPV versterkt de publieke veiligheid op het gebied van crisisbeheersing en brandweerzorg met onderzoek, onderwijs en kennisdeling, informatie en ondersteuning en materieelbeheer. Kennis, innovatie en informatievoorziening verbeteren de voorbereiding op incidenten en crises. | J&V | Wet veiligheidsregio's |
| Planbureau voor de Leefomgeving | PBL | Het PBL doet onderzoek naar de leefomgeving en het leefomgevingsbeleid in Nederland en daarbuiten. Denk aan milieu, natuur en ruimtelijke inrichting. Het signaleert maatschappelijke vraagstukken, verkent toekomstige ontwikkelingen en biedt strategische kennis ter ondersteuning van politiek en beleid. | I&W | Aanwijzingen voor de Planbureaus |
| Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | RCE | De RCE beschermt en ontwikkelt cultureel erfgoed door onderzoek, advies, beleidsvorming en uitvoering. Als nationaal kennisinstituut ondersteunt het eigenaren en beleidsmakers met kennis, regelgeving en samenwerking om erfgoed duurzaam te behouden. | OCW | Erfgoedwet |
| Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | RIVM | Het RIVM adviseert over volksgezondheid en milieu op basis van wetenschappelijk onderzoek, voert preventieprogramma's uit, monitort gezondheid en leefomgeving, en beheerst crises | VWS | Wet op het RIVM |
| Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis | RKD | Het RKD onderzoekt, beheert en ontsluit kennis over kunst van de Nederlanden in internationale context. Als nationaal kennisinstituut verbindt het musea, wetenschap en publiek door onderzoek, publicaties en tentoonstellingen. | OCW | Erfgoed |
| Rijkswaterstaat | RWS | Rijkswaterstaat beheert, onderhoudt en ontwikkelt de hoofdinfrastructuur van Nederland, waaronder wegen en waterstaatswerken. Samen met anderen houdt Rijkswaterstaat Nederland veilig, leefbaar en bereikbaar door bij te dragen aan waterveiligheid, mobiliteit, leefomgeving en duurzaamheid, en adviseert de overheid met onderzoek en uitvoerbaarheidstoetsen, op nieuwe wet- en regelgeving. | I&W | Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat 2013 |
| Sociaal Cultureel Planbureau | SCP | Het SCP onderzoekt, duidt, agendeert en adviseert waarbij het perspectief van de burger altijd centraal staat. Het onderzoek van het SCP brengt maatschappelijke kansen en uitdagingen in beeld. | VWS | Aanwijzingen voor de Planbureaus |
| Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum | WODC | Het WODC verricht onderzoek naar justitie en veiligheid, evalueert beleid, beheert data en verspreidt kennis ter ondersteuning van beleid, uitvoering en controle, en de rechtsstaat. | J&V | Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid (artikel 63h), Ministeriele Regeling 25 November 2019, nr. 2710533 Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODC. |