Wat is er nodig om de samenleving een stem te geven in ontwikkelingen van wetenschap, technologie en innovatie?

Over Rathenau

Artikel

Het Rathenau Instituut heeft al veertig jaar de opdracht om het maatschappelijk debat te stimuleren over ontwikkelingen in wetenschap, technologie en innovatie. Anno 2026 raast de storm die AI heet over de samenleving en wordt de democratie nationaal en internationaal op de proef gesteld, onder meer door geopolitieke onrust en een relatief laag vertrouwen in politiek. In dit jubileumjaar stellen directeur Eefje Cuppen en adjunct-directeur Jeroen Heres zichzelf en hun omgeving de vraag: 'Wat is er nodig om de samenleving een stem te geven in ontwikkelingen van wetenschap, technologie en innovatie?'

eefje jeroen
Jeroen Heres en Eefje Cuppen (Foto: Rathenau Instituut)

Het veertigjarig jubileum van het Rathenau Instituut staat in het teken van de democratie. Waarom hebben jullie gekozen voor dit thema?
Eefje: We willen ons veertigjarig bestaan gebruiken om opnieuw te reflecteren op onze opdracht. Het Rathenau Instituut is in 1986 opgericht vanuit de overtuiging dat het belangrijk is dat de samenleving kan meepraten en meedenken over ontwikkelingen in wetenschap, technologie en innovatie.

Jeroen: Onze naamgever, Gerhart, zat een commissie voor die de maatschappelijke gevolgen in kaart moest brengen van revolutionaire technologieën. Hij constateerde dat de opkomst van micro-elektronica en de computerchip de samenleving ingrijpend zou veranderen. Ook speelden in die tijd de opkomst van de moderne biotechnologie, en er waren verschillende maatschappelijke controverses rond genetische modificatie en kernenergie. 

Eefje: Nog steeds spelen er verwachtingen rond opkomende technologieën. De snelheid waarmee AI zich ontwikkelt is enorm, en de mogelijkheden en toepassingen ervan lijken met de dag te groeien. Dat biedt enorme kansen voor onze economie en maatschappij, maar tegelijkertijd zien we ook de keerzijdes ervan, zoals verslavende algoritmes of inmengingspraktijken op sociale media rond verkiezingen. 

De ontwikkelingen in de biotechnologie hebben zich ook verder doorgezet. Wetenschappers werken bijvoorbeeld hard aan manieren om erfelijke ziekten beter te kunnen behandelen of te voorkomen, door embryo-modellen te maken in het lab. 

Sommige stemmen worden meer gehoord dan andere. Sommige groepen zijn beter vertegenwoordigd dan andere.

Jeroen: Maar het is ook een andere tijd dan veertig jaar geleden, met andere uitdagingen, zoals voor de internationale veiligheid, het klimaat en de dominantie van grote technologiebedrijven in de samenleving. De samenleving worstelt met fragmentatie en afnemend vertrouwen in de politiek, kennis wordt betwist en verhoudingen in de democratische rechtsstaat zijn zelf onderwerp van maatschappelijk debat geworden. 

Eefje: We willen dit jaar gebruiken om met elkaar en anderen in gesprek te gaan over wat de relatie is tussen democratie en wetenschap, technologie en innovatie. Wat is er voor nodig om democratische besluitvorming over wetenschap, technologie en innovatie te versterken? We zien dit als een zoektocht, die ons en ook anderen kan helpen om na te denken over wat er nodig is om wetenschap, technologie en innovatie te democratiseren. 

Wat bedoelen jullie met democratiseren van wetenschap, technologie en innovatie?
Eefje: We werken aan wetenschap, technologie en innovatie die ten dienste staan van de samenleving. Wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen bieden allerlei voordelen en zijn van grote betekenis om tot oplossingen te komen voor maatschappelijke opgaven. Denk aan hoe met biomedische technologieën erfelijke ziekten kunnen worden voorkomen. Maar innovaties en technologie stellen de samenleving ook voor nieuwe uitdagingen. Hoe zorgen we voor een eerlijke energietransitie? En hoe creëren we inclusieve online omgevingen? Sommige groepen worden online geconfronteerd met onevenredig veel schadelijk gedrag.

Mensen moeten kunnen meepraten over technologische ontwikkelingen die bedoeld zijn hen te helpen; er moet rekening gehouden worden met hun wensen en zorgen daarbij.

Jeroen: Daarvoor hebben ze onafhankelijke kennis en informatie nodig, om zich over die ontwikkelingen een oordeel te kunnen vormen. Wie praat er mee en wie beslist over de sturing van onderzoek, de financiering van wetenschap en het innovatiebeleid? Democratiseren gaat ook over het aanreiken van die informatie.

Hoe doet het Rathenau Instituut dat dan? 
Eefje: Door onderzoek te doen en dialogen te voeren. Onze dialogen hebben twee functies. Ten eerste kun je ze beschouwen als een speldenprik in het maatschappelijk debat: we zetten de deelnemers aan om na te denken over een specifiek onderwerp en geven hen letterlijk een stem. Bijvoorbeeld over wat ze vinden van nieuwe genomische technieken in voedingsgewassen, of over het gebruik van digitale technologie in de samenleving. 

Ten tweede vormen de dialogen een belangrijke bron van informatie over wat er voor verschillende groepen burgers op het spel staat bij een specifieke technologische ontwikkeling. Zo komen we te weten onder welke voorwaarden een technologische toepassing voor burgers acceptabel is. 

Jeroen: Die inzichten moeten natuurlijk ook terecht komen op de plekken waar het onderzoek gebeurt en innovaties worden ontwikkeld. Bij wetenschappers die in het lab werken aan nieuwe biotechnologie, bijvoorbeeld, zodat zij in een vroeg stadium rekening kunnen houden met de publieke waarden die in hun werk op het spel staan. Of bij onderzoeksfinanciers die de calls uitzetten: zij zijn bepalend voor welk onderzoek er gedaan gaat worden. Wat gebeurt er als je bijvoorbeeld bij de programmering van waterstofonderzoek de vraag naar een rechtvaardige energietransitie leidend laat zijn? Het Rathenau Instituut liet onlangs zien dat je dan tot een ander soort onderzoeksprogrammering komt, waarbij maatschappelijke organisaties – en niet alleen de industrie – betrokken worden.

Eefje: En natuurlijk zorgen we dat de inzichten uit ons werk terecht komen bij beleidsmakers en het parlement. Het doel is de democratische besluitvorming over wetenschap, technologie en innovatie te versterken door het maatschappelijk perspectief in debat en besluitvorming in te brengen. 

Maar mensen hebben uiteenlopende belangen en opvattingen. Ze wegen waarden verschillend tegen elkaar af. De samenleving heeft toch niet één stem? 
Eefje: Precies, dat is de kern van democratie! Het bestaan en botsen van verschillende perspectieven en belangen, inclusief maatschappelijke wrijving en conflict – dat is inherent aan een democratie. Het vermogen om het vreedzaam oneens met elkaar te zijn is een eigenschap van de democratie die we moeten koesteren. 

Economie, veiligheid en strategische autonomie zijn belangrijk. Maar er staat bij innovatie meer op het spel dat van waarde is.

Een conflict kan ook bijzonder waardevol zijn. Een constructief conflict laat zien wat er op het spel staat voor mensen en is in die zin ook een bron van informatie. Ook vanuit mijn wetenschappelijke achtergrond in de besluitvorming over verduurzaming zeg ik: ‘Omarm het conflict.’

Het punt is alleen dat sommige meer gehoord worden dan andere, en dat sommige groepen beter vertegenwoordigd zijn en een sterkere machtspositie hebben dan andere. Wij duiden technologische ontwikkelingen en besluitvorming over innovatie en wetenschap vanuit een breed maatschappelijk perspectief, dus ook vanuit het perspectief van groepen die niet vanzelfsprekend gehoord worden. Wat vinden jongeren van besluitvorming over radioactief afval? Hoe kunnen burgers beter betrokken worden bij wetenschap? Wat houdt maatschappelijk verantwoorde medische biotechnologie in, als ook het perspectief van toekomstige patiënten wordt meegenomen? 

Kan dat wel, met Jan en alleman praten over ingewikkelde onderwerpen uit de wetenschap en technologie?
Jeroen: Jazeker, dat kan. Het politieke debat gaat vaak over uitersten: je bent of vóór of tegen verruiming van de veertiendagengrens voor embryo-onderzoek, bijvoorbeeld. Maar uit onze dialogen blijkt vaak dat veel burgers genuanceerder over dit soort vraagstukken praten. Hun opvattingen hangen af van allerlei factoren: de voorwaarden voor het verrichten van onderzoek, of het doel van beleid bijvoorbeeld. Vaak zijn mensen dan niet uitgesproken vóór of tegen.

Nog te vaak zie ik dat maatschappelijke transities worden geframed als technisch-economische opgaven, en niet als een maatschappelijke transitie. Terwijl ze dat wel zijn.

Eefje: Mensen denken vaak dat deze onderwerpen te ingewikkeld zijn om met “gewone burgers” over in gesprek te gaan. Maar als je de dialoog op de juiste manier voert dan zul je je erover verbazen hoe goed mensen in staat zijn om hun gedachten te vormen. Nieuwe technologie of wetenschappelijke ontwikkelingen zijn dus echt niet alleen voor een selecte groep belanghebbenden of experts. En dat is goed nieuws, aangezien de keuzes die gemaakt worden in dat wetenschappelijk onderzoek en bij de technologie-ontwikkeling ons allemaal aangaan. 

Een reality check. Er wordt volop geïnvesteerd in defensie. Nationaal en internationaal staat innovatie in het teken van veiligheid, strategische autonomie en de versterking van de concurrentiepositie. AI raast als een storm over ons heen. En dan komt het Rathenau Instituut met de boodschap dat burgers moeten kunnen meepraten over wetenschap en technologie. Denken jullie niet dat we de boot missen met dat maatschappelijk perspectief op innovatie? En komt die boodschap niet te laat?
Jeroen: Het innovatiedebat wordt overwegend gevoerd vanuit economisch perspectief. Innovatie gaat over het nastreven van een wereld waarin we willen leven. Hierbij is economie belangrijk, net als veiligheid en strategische autonomie. Maar er staat meer op het spel dat van waarde is. Zoals onze gezondheid, het leven in vrijheid, de kwaliteit van onze leefomgeving en het klimaat. Vanuit ons instituut vinden we het belangrijk om oog te hebben voor verschillende publieke waarden en belangen. Wat is de brede impact van wetenschap en technologie op de wereld waarin we leven? En welke keuzes we hebben als samenleving om daar zelf richting aan te geven?

Eefje: Die keuzes in wetenschap en innovatie zijn bepalend voor hoe onze toekomst eruit ziet. Nog te vaak zie ik dat maatschappelijke transities geframed worden als technisch-economische opgaven, en niet als een maatschappelijke transitie. Terwijl ze dat wel zijn.

Als instituut met een democratische opdracht voelen we ons ook geroepen om beschermer van het democratisch debat en de dialoog te zijn. Of het nu gaat om een populistische retoriek waarin politici claimen dé burger te vertegenwoordigen, een technocratisch debat tussen een handjevol experts, of een publiek debat dat gedomineerd wordt door algoritmen van enkele grote techbedrijven, het Rathenau Instituut heeft de opdracht om te laten zien waar de meerstemmigheid in de samenleving in het gedrang komt.

Dus nee, onze boodschap komt niet te laat – eerder precies op tijd. 

Tot slot: waar hopen jullie op bij deze zoektocht in het jubileumjaar?
Jeroen: Ik hoop dat het jaar ons helpt bij onze opdracht. Het aanreiken van onafhankelijke kennis waarmee mensen zich een oordeel kunnen vormen: dat is geen mooi extraatje in een democratische samenleving, maar een wezenlijk onderdeel ervan. Beschikbaarheid van goede en onafhankelijke informatie is cruciaal voor een vitale democratie, zeker in deze tijd. Waar veertig jaar geleden informatie over de maatschappelijke impact van technologie misschien schaars was, is er in de huidige informatiesamenleving juist eerder een overvloed. Hiermee ontstaat het risico dat mensen door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Als onafhankelijk instituut is het onze opdracht politiek en samenleving te helpen om ontwikkelingen te duiden en zich zelf een oordeel te vormen. 

Eefje: Onze democratie is een groot goed. Instituties, wetten en een set principes zijn van groot belang voor onze democratie. Maar een democratische samenleving is méér dan dat. Die vraagt om burgers die kunnen meepraten en meebeslissen. Die het gesprek voeren, het met elkaar oneens kunnen zijn en naar elkaar kunnen luisteren. Ik hoop dat we met onze zoektocht niet alleen onze eigen bijdrage hieraan kunnen versterken, maar ook anderen prikkelen daaraan een bijdrage te leveren. Wetenschappers, overheden, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven: ieder heeft daarin een eigen rol.

Meer over het jubileumjaar: