calendar tag arrow download print

De man die Nederland aan de computer kreeg

Gerhart Rathenau (1911-1989) is een van de grondleggers van het Nederlandse wetenschaps- en technologiebeleid. Hij bedacht oplossingen voordat anderen doorhadden dat er een probleem was. Een verhaal over de man die heel Holland aan de computer kreeg.

In 1979 krijgt Gerhart Rathenau (‘Gert’ voor vrienden) landelijke bekendheid als hij de Commissie Rathenau leidt. Deze commissie moet de maatschappelijke gevolgen in kaart brengen van revolutionaire technologieën en dan vooral van de micro-elektronica en de computerchip. De chip zal de weg vrijmaken voor de personal computer en een enorme sprong teweegbrengen in de digitalisering van de samenleving. Tenminste, dat is de verwachting.

Rathenau is rond 1979 de juiste man op de juiste plek om het onderzoek te leiden. Hij is, mede dankzij zijn voorkeur voor spectaculaire demonstraties, een geliefd hoogleraar Experimentele Natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Verder is hij voormalig directeur van het Natuurkundig Lab (Natlab) van Philips in Eindhoven. Daarnaast is hij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De mensen die Gert kennen, omschrijven hem als een bevlogen man boordevol kennis, ideeën en passies. Rathenau is gewend om ver over de grenzen van zijn vakgebied heen te kijken. Hij heeft een groot internationaal netwerk, houdt van verrassende vragen en heeft oog voor de maatschappij.

portret gerhart rathenau 1969

Comateuze toestand
Eind jaren ’70 maakt het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen zich zorgen over de comateuze toestand van Nederland op het gebied van micro-elektronica. Er zijn alleen wat maatschappijkritische computerhobbyisten aan de slag met de bouw van personal computers. De hobbyisten willen voorkomen dat de computer een elite-instrument wordt en delen hun kennis via computerclubs en tijdschriften. Een paar grote, innovatieve Nederlandse bedrijven verwerken al wel micro-elektronica in hun producten, maar echt schokkend is het niet. Potentiële Nederlandse gebruikers, en dan vooral de middelgrote en kleine bedrijven, hebben nog te weinig kennis. Volgens het ministerie, kortom, verkeert het land micro-elektronicatechnisch gezien nog in ‘diepe rust’.

Nog meer werkloosheid?
De regering denkt dat informatietechnologie een hoge vlucht zal nemen. Om de internationale concurrentiepositie van het bedrijfsleven veilig te stellen, is het daarom belangrijk dat Nederland mee gaat doen in de race rond computers en informatie. Dat kan ook wel, want er is in potentie veel kennis bij de Nederlandse technische universiteiten, bij TNO en bij bedrijven zoals Philips. Maar er zijn ook zorgen: leidt de automatisering niet tot nog grotere werkloosheid? Kunnen de Nederlanders de snelle veranderingen wel aan? Krijgen we meer arbeidsongeschikten en een hogere inflatie?

Overigens maakt niet iedereen zich zorgen. De CDA’er Ton van Trier, de minister (zonder portefeuille) van wetenschapsbeleid, denkt bijvoorbeeld dat de vele toepassingen van micro-elektronica kunnen bijdragen aan nieuwe arbeidsplaatsen, aan energie- en grondstofbesparing en aan milieuverbetering. Van Trier ziet niets in de automatiseringsheffing op micro-elektronica die bepleit wordt door onder andere oppositieleider Joop den Uyl (PvdA).

Uniek rapport
Het eindrapport van de Commissie Rathenau slaat in 1979 in als een bom. Egbert van Spiegel, directeur-generaal van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen zal later tijdens een terugblik zeggen: “Nederland sliep, Rathenau heeft ons wakker geschud.” Het rapport was volgens Van Spiegel uniek. Het was “een brede en gedegen analyse van de kansen en bedreigingen van nieuwe technologie. Het maakte duidelijk dat wij snel een gedegen technologiebeleid moesten ontwikkelen, wilden we onze achterstand inhalen.”

rapport adviesgroep micro-elektronica rathenau

Het rapport geeft een impuls aan het Nederlandse technologiebeleid en het industriebeleid en plaatst het begrip ‘informatiemaatschappij’ bovenaan de politieke en de maatschappelijke agenda. Door de nationale aandacht voor computertechnologie, wil opeens iedereen met de personal computer aan de slag.

Maagdelijk terrein
Volgens Rathenau is Nederland in 1979 inderdaad nog vrijwel ‘maagdelijk terrein’ voor micro-elektronica. In de woorden van de Commissie: “De meeste bedrijven zien geen aanleiding zich ten opzichte van de nieuwe technologie actief op te stellen. De overheersende mening is dat men geleidelijk, in het tempo van de toeleveranciers, op micro-elektronica zal overschakelen als de ontwikkelingen dat vereisen.”

Hoog tijd voor een nationale bewustwordingscampagne, adviseert Rathenau. Zijn belangrijkste advies luidt dat de samenleving actief moet worden voorbereid op de komst van de nieuwe informatietechnologie. Ondernemers, maatschappelijke groeperingen, scholen, overheden, ngo’s: iedereen moet bekend worden met micro-elektronica. Geef voorlichting, leid mensen op, en, heel belangrijk: laat burgers meepraten én meedenken over de maatschappelijke gevolgen van de technologie, meent Rathenau. Hij pleit daarom bijvoorbeeld voor een massaal pc-privéproject. Een speciale regeling waarmee werkgevers hun personeel financieel kunnen steunen bij de aankoop van een privé-computer. Doel is dat iedereen ‘hands on’ leert omgaan met de nieuwe technologie en beseft welke rol computers krijgen.

Geef voorlichting, leid mensen op, en, heel belangrijk: laat burgers meepraten én meedenken over de maatschappelijke gevolgen van de technologie, meent Rathenau.

Vooraanstaande positie op de wereldmarkt
Ook middelgrote en kleine bedrijven moeten gaan werken met micro-elektronica, constateert de werkgroep die de adviezen van Rathenau gaat uitwerken. Nederland kan een vooraanstaande positie op de wereldmarkt veroveren op een aantal goed gekozen gebieden. Op regionaal niveau moet het mkb de kansen en de bedreigingen van micro-elektronica zien. Ook worden ze gestimuleerd om met micro-elektronica aan de slag te gaan. Dat kan met onafhankelijke voorlichting en adviezen op het technisch vlak. Maar ook de praktische gevolgen van computers voor de organisatie, het personeel en de financiën van bedrijven moeten helder worden. Daarvoor zijn apparatuur en cursussen nodig. Er moet hiervoor worden bemiddeld tussen kennisleveranciers, zoals de technische hogescholen, TNO, Philips en de PTT (het nationale post- en telefoonbedrijf) en het regionale midden- en kleinbedrijf.

De aanbeveling van de Commissie Rathenau om een nationaal centrum voor micro-elektronica op te richten, wordt niet opgevolgd. In plaats daarvan besluit de regering dat er, op regionaal niveau, in Delft, Eindhoven en Twente ‘zwaartepunten’ voor micro-elektronica komen. De oprichting van deze centra moet ervoor zorgen dat zoveel mogelijk Nederlandse bedrijven micro-elektronica gaan toepassen, en dat de kennis van technische hogescholen daarbij beschikbaar komt.

Grote impact
De impact van het rapport van Rathenau is enorm. Computerclubs,  hobbyisten, (staats)bedrijven en televisieprogramma’s ontlenen legitimiteit aan de adviezen. De regering steunt bijvoorbeeld experimenten met publieke informatiediensten van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) en het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT). De NOS ontwikkelt de Nederlandse versie van Teletekst. Een revolutie: voortaan kan er met de afstandsbediening informatie worden opgevraagd via een televisie. De PTT ontwikkelt Viditel: een systeem waarmee mensen thuis, via de telefoonlijn, databanken kunnen raadplegen. Een soort voorloper van het huidige internet.

chriet titulaer viditel

Chriet Titulaer
Ook de educatieve omroep Teleac springt in op Rathenau’s adviezen. De nieuwe cursus ‘Microprocessors’ van Chriet Titulaer wordt in de context van de informatiemaatschappij geplaatst. Zo staat er in het cursusboek: ‘De microprocessor – het hart van de microcomputer – heeft in de korte tijd van zijn bestaan reeds bewezen ingrijpende technische gevolgen te hebben. En zoals dat vaker gaat; gevolgen blijven niet beperkt tot de techniek alleen, maar zij grijpen in toenemende mate in op onze samenleving.’

Verhitte debatten
Rathenau adviseert ook om de maatschappelijke betekenis van technologie voortaan systematisch te bestuderen. Dat moet gaan gebeuren via ‘Technology Assessment’: de zinvolle besturing en bewaking van technologische ontwikkelingen. De urgentie van dit advies wordt versterkt door massademonstraties en verhitte politieke en maatschappelijke debatten over nieuwe technologie als kernenergie en opkomende DNA-technieken. Op 17 juni 1986 stelt minister Wim Deetman van Onderwijs en Wetenschappen de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (NOTA) in. De organisatie krijgt de taak om de maatschappelijke betekenis van technologie voortaan systematisch te bestuderen. Doel is het stimuleren van de oordeelsvorming van zowel politiek als publiek over nieuwe technologie. NOTA zal voortaan gevraagd en ongevraagd adviseren over de integratie van wetenschap en technologie in de samenleving.

technology assessment gerhart rathenau nrc

In 1994 wordt NOTA omgedoopt tot het Rathenau Instituut. Gerhart Rathenau maakt het niet mee. Hij overlijdt in 1989. Bij zijn overlijden wordt Rathenau door zijn collega’s een geleerde genoemd, maar ook een ‘meedenker’, een ‘uitvinder tegen wil en dank’, een ‘leider’ en vooral een ‘raadgever in het land die zich in een vroeg stadium al zorgen maakt over problemen die door anderen (nog) niet als zodanig zijn geïdentificeerd’.

Robot-privéproject
Met zijn advies over micro-elektronica stond Rathenau aan het begin van een automatiseringsgolf die nu nog steeds niet ten einde is. Neem de discussie over robots. Ook nu vrezen mensen, net als in de jaren tachtig, voor hun baan. Als Gerhart Rathenau nog had geleefd, en als zijn commissie nu advies had mogen geven, wat zou er dan gebeurd zijn? Helemaal zeker weten we dat natuurlijk nooit, maar Rathenau vond dat de burger kansen moest zien in technologie en actie moest ondernemen. En hij vond dat de overheid draagvlak moest creëren voor ingrijpende innovaties. In de huidige discussie over robots zou Rathenau hoogstwaarschijnlijk onder andere een robot-privéproject adviseren.

Meer informatie: