calendar tag arrow download print
Image
PEARL Codarts Rotterdam
Rapport
19 juni 2019

Bouwen aan krachtige onderzoeksgroepen

Eerste ervaringen met het SPRONG-programma van Regieorgaan SIA
Hogescholen Praktijkgericht onderzoek
Studenten van de opleiding Bachelor Dans bij Codarts Rotterdam in actie tijdens de Dance Specific Aerobic Fitness Test, onder begeleiding van een bewegingswetenschapper van PEARL (Performing artist and Athlete Research Lab). PEARL is mede opgericht door Codarts Rotterdam. Foto: Sacha Grootjans
Het praktijkgericht onderzoek aan hogescholen versterken: dat probeert onderzoeksfinancier Regieorgaan SIA met het SPRONG-programma. Met succes, blijkt uit dit onderzoek van het Rathenau Instituut. Het programma draagt bij aan de versterking van lectoraten en stimuleert verdere samenwerking.

Downloads

Downloads

Sluiten

Samenvatting

Aanleiding

 

Regieorgaan SIA, financier voor hogeschoolonderzoek, vroeg het Rathenau Instituut een verdiepende, kwalitatieve studie uit te voeren naar de ontwikkeling van onderzoeksgroepen op hogescholen. Dit gebeurde enige tijd na de start van SPRONG, een nieuwe financieringsregeling voor onderzoekscapaciteit op hogescholen. Met de resultaten van het onderzoek kan Regieorgaan SIA nu een afweging maken welke gerichte activiteiten nodig zijn om onderzoeksgroepen te ondersteunen in de verdere ontwikkeling van hun onderzoekscapaciteit en -kwaliteit.

Het doel van het SPRONG-programma (Stimuleren van PRaktijkgerichte ONderzoeksGroepen) is om focus en massa te creëren binnen het praktijkgericht onderzoek door onderzoeksgroepen te ondersteunen en de randvoorwaarden te versterken waarmee onderzoeksgroepen zich tot krachtige groep kunnen ontwikkelen. De onderzoeksgroepen ontvangen een SPRONG-subsidie tot twee miljoen euro, verspreid over acht jaar, om samenwerkingsverbanden (verder) te ontwikkelen, het onderzoeksprogramma uit te breiden, data te verzamelen en/of datamanagement verder te ontwikkelen, en nieuwe onderzoeksfinanciering te verwerven.

Onderzoeksvragen en aanpak

In dit rapport werd onderzocht hoe het SPRONG-programma kan bijdragen aan de ontwikkeling en behoeften van onderzoeksgroepen binnen hogescholen. Er worden zowel inzichten geboden voor de huidige SPRONG-ronde met reeds toegekende subsidies, als voor toekomstige subsidierondes.

De hoofdvraag is onderverdeeld in vier deelvragen:

  • Met welk idee is het SPRONG-programma ontwikkeld en hoe moet het programma bijdragen aan de ontwikkeling van onderzoeksgroepen en het gehele hogeschoolonderzoek?
  • Hoe heeft het SPRONG-programma de aanvragende groepen in beweging gebracht en welke effecten van het programma zijn zichtbaar?
  • Hoe ervaren betrokkenen de eerste SPRONG-ronde?
  • Welke factoren dragen bij aan de ontwikkeling van onderzoeksgroepen op hogescholen?

Er werden 25 interviews gehouden met 32 respondenten, waaronder de penvoerders van alle aanvragen voor een SPRONG-subsidie en de bestuurders van de penvoerende hogescholen. Ook organiseerde het Rathenau Instituut samen met Regieorgaan SIA een dialoogsessie, waar betrokkenen in gesprek gingen over de ontwikkeling van onderzoeksgroepen op hogescholen. In de analyse werden relevante beleidsdocumenten en literatuur meegenomen.

Bevindingen over de huidige SPRONG-rondes

Rekening houdend met het feit dat de onderzoeksgroepen nog in de startfase van hun subsidietermijn zitten, concluderen we dat het programma al enkele belangrijke effecten heeft gehad. Bij alle groepen die een aanvraag indienden, leidde de aanvraag tot het bundelen van capaciteit binnen een gericht onderzoeksprogramma. Ook indieners wiens aanvraag werd afgewezen, blijken door te gaan met hun plannen. Uit de interviews bleek dat de SPRONG-subsidie inspeelt op de behoefte aan randvoorwaarden en mogelijkheden tot bundeling van krachten; naast het kunnen opzetten van grotere, duurzame consortia.

Voor de vier groepen die nu gebruik maken van de subsidie geldt dat ze:

  • zich sneller en onder betere randvoorwaarden kunnen ontwikkelen;
  • kunnen rekenen op meer betrokkenheid van deelnemende partners en meer continuïteit;
  • aan het verwerven van een subsidie uit het SPRONG-programma een zekere faam ontlenen die geassocieerd wordt met kwaliteit.

Wel is er bij de groepen behoefte aan meer facilitering in hun ontwikkeling. Daarbij is het van belang dat de programmacommissie in het verdere proces (binnen de huidige SPRONG-ronde) meer oog heeft voor de diversiteit aan groepen die geselecteerd zijn.

Handelingsopties voor toekomstige SPRONG-rondes

Regieorgaan SIA zou, in toekomstige SPRONG-rondes, de volgende drie handelingsopties kunnen overwegen:

  • Het SPRONG-programma kan naast ondersteuning ook meer sturing geven aan de ontwikkeling van onderzoeksgroepen. Zo kan het programma eisen stellen aan de manier waarop onderzoeksgroepen hun werk organiseren, hun groep inrichten en samenwerken met andere lectoraten.
  • Verder kan het SPRONG-programma nauwer aansluiten bij de randvoorwaarden voor een succesvolle ontwikkeling van onderzoeksgroepen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de mate waarin de benodigde ervaring met het aanvragen en beoordelen van subsidies bij een groep aanwezig is. SPRONG kan daarnaast sturen op samenwerking in consortia van meerdere lectoraten.
  • Het scheppen van duidelijkheid over de bedoeling van het programma, om in een volgende ronde aanvragen van hogere kwaliteit te ontvangen. Bijvoorbeeld door meer contactmomenten met potentiele aanvragers te organiseren en de aanvraagprocedure aan te passen.
     

Een punt van aandacht is dat Regieorgaan SIA duidelijker kan formuleren wat zij verstaan onder krachtige onderzoeksgroepen en hoe deze zich in de toekomst zouden moeten ontwikkelen. Het SPRONG-programma leent zich als instrument goed voor meer sturing op die gebieden en kan daarmee bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het praktijkgerichte onderzoek op hogescholen.

Sluiten

Aanbevelingen

Regieorgaan SIA zou, in toekomstige SPRONG-rondes, de volgende drie handelingsopties kunnen overwegen:

  1. Het SPRONG-programma leent zich ervoor om naast ondersteuning meer sturing te geven aan de ontwikkeling van onderzoeksgroepen. Het programma kan eisen stellen aan de manier waarop onderzoeksgroepen hun werk organiseren, hun groep inrichten en samenwerken met andere lectoraten. De groepen met een toegekende SPRONG-subsidie kunnen vervolgens dienst doen als voorbeeld waar andere groepen van kunnen leren.
  2. Verder kan het SPRONG-programma nauwer aansluiten bij randvoorwaarden voor een succesvolle ontwikkeling van onderzoeksgroepen. Het programma kan er meer rekening mee houden dat niet elke groep de benodigde ervaring heeft met het aanvragen van subsidies en met commissiewerk voor het beoordelen van aanvragen. Er moeten daarom meer inspanningen komen om de verwachtingen van Regieorgaan SIA, de SPRONG-programmacommissie en potentiële aanvragers bij elkaar te brengen. Daarnaast is het wenselijk dat niet alle capaciteitsopbouw binnen lectoraten plaatsvindt, maar binnen consortia van meerdere lectoraten. SPRONG kan sturen op deze vorm van samenwerking en leiderschapsvaardigheden voor het leiden van dergelijke consortia promoten.
  3. Tot slot zijn er mogelijkheden om het SPRONG-programma beter te organiseren, met als primair doel om in een volgende ronde aanvragen van een hogere kwaliteit te ontvangen. Dat kan door meer duidelijkheid te scheppen over de bedoeling van het programma. Dit zou kunnen door bijvoorbeeld meer interactiemomenten tussen Regieorgaan SIA, de programmacommissie en potentiële aanvragers te organiseren. Meer tijd voor het opstellen van de aanvraag of een getrapte aanvraagprocedure kan helpen om tot betere aanvragen te komen. De programmacommissie moet zich verder ervan verzekeren, dat het duidelijk is met welke ideeën over kwaliteit, methodologie en de bedoeling van het programma zij naar de aanvragen kijken.

Discussie: meer sturing en regie

In het SPRONG-programma laat Regieorgaan SIA het relatief vrij hoe de subsidie moet bijdragen aan de hoge ambities en doelen van het programma (‘krachtige’ onderzoeksgroepen, focus en massa). Tijdens ons onderzoek is de behoefte naar voren gekomen aan een breed gedeeld beeld van hoe lectoraten zich in de toekomst zouden moeten ontwikkelen. Dit vraagt van Regieorgaan SIA om meer houvast te bieden ten aanzien van wat het verstaat onder krachtige onderzoeksgroepen en hoe het verwacht dat groepen zich ontwikkelen, niet zozeer qua inhoud, als wel qua structuur, organisatie, management en financiering. Meer sturing op deze gebieden kan bijdragen aan het proces van volwassenwording van het praktijkgerichte onderzoek op hogescholen. Het SPRONG-programma leent zich als instrument hiervoor.