calendar tag arrow download print
Nieuw rapport Maakbare levens
Wezenlijk anders
Zes lessen voor de maatschappelijke dialoog over het combineren van menselijk en dierlijk celmateriaal
Image
Onderzoek met ruimtetelescoop
Rapport
26 april 2019

De impact van grootschalige onderzoeksinfrastructuren

Een nieuwe meetmethode voor de opbrengst van internationale onderzoeksfaciliteiten
Maatschappelijke impact Onderzoeksinfrastructuren Bedrijfsleven Wetenschapsbeleid
Grootschalige onderzoeksinfrastructuren, denk bijvoorbeeld aan deeltjesversnellers, supercomputers of ruimtetelescopen, zijn een terugkerend thema in onderzoek van het Rathenau Instituut. Sinds 2008 werken we aan verschillende studies waarin de impact van deelname aan internationale onderzoeksfaciliteiten wordt onderzocht. Met dit onderzoek willen we zowel de directe economische opbrengst voor het Nederlandse bedrijfsleven als de indirecte maatschappelijke impact, bijvoorbeeld in de vorm van het vinden van innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zichtbaar maken.

Op verzoek van NWO-I onderzocht het Rathenau Instituut in 2018 de 'return on investment' van een viertal grote onderzoeksinfrastructuren waar Nederland aan bijdraagt. Hiermee wordt bedoeld in hoeverre publieke investeringen worden ‘terugbetaald’ in de vorm van opdrachten voor de industrie voor onder meer ontwikkeling, bouw en onderhoud van instrumenten.

In dit rapport staat de directe financiële opbrengst voor het Nederlandse bedrijfsleven centraal. Overige vormen van impact zijn hierbij buiten beschouwing gelaten, maar krijgen wel aandacht in andere studies van het Rathenau Instituut. Onder aan deze pagina kunt u daar meer over lezen.

Parallel aan het rapport over de 'return on investment' organiseerden we een workshop voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De workshop was bedoeld om meer zicht te krijgen op knelpunten die Nederlandse bedrijven ondervinden bij het verwerven van opdrachten van grootschalige onderzoeksorganisaties. Een verslag van die workshop vindt u bij de downloads hiernaast.

Downloads

Downloads

Sluiten

Samenvatting

Nederland neemt deel in verschillende grootschalige onderzoeksinfrastructuren om kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken. Dit vergt grote en langdurige publieke investeringen. Deze investeringen leveren niet alleen goede en belangrijke wetenschap op, maar hebben ook economische en maatschappelijke meerwaarde. Het wordt steeds belangrijker om die economische en maatschappelijke impact goed in beeld te brengen, om daarmee de grote investeringen te kunnen rechtvaardigen.

Het Rathenau Instituut werkt en werkte in diverse projecten aan manieren om de veelzijdige impact van onderzoeksinfrastructuren zichtbaar en meetbaar te maken. In dit rapport presenteren we een door het Rathenau Instituut ontwikkelde methode waarmee een specifiek onderdeel van die bredere impact wordt gemeten, namelijk de directe economische return on investment. In welke mate vloeien de contributies van Nederland via opdrachten weer terug naar het Nederlandse bedrijfsleven? Specifiek gaat het om het aandeel van de opdrachten voor het Nederlandse bedrijfsleven die voortkomen uit de onderzoeksinfrastructuren, afgezet tegen het aandeel dat Nederland bijdraagt in de contributies. Daarbij richten we ons met name op opdrachten voor het ontwikkelen, bouwen en/of onderhouden van technologische onderdelen en instrumenten.

Bij voorkeur citeren als:
Tjong Tjin Tai, S.Y., J. van den Broek en J. Deuten (2019). De impact van grootschalige onderzoeksinfrastructuren Een meetmethode voor de return on investment van internationale onderzoeksfaciliteiten.Den Haag: Rathenau Instituut 

Vier grootschalige onderzoeksinfrastructuren onder de loep

Het Rathenau Instituut ontwikkelde deze methode op verzoek van ILO-net van NWO-I. We hebben de berekeningsmethode ontwikkeld en gevalideerd in een pilot met vier grootschalige onderzoeksinfrastructuren waar Nederland in deelneemt:

  • CERN: het Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica in Zwitserland;
  • ESRF: de European Synchrotron Radiation Facility in Frankrijk: een versneller als krachtige lichtbron voor ‘supermicroscopen’;
  • ITER: de grootste experimentele magnetische fusie-installatie ter wereld, de International Thermonuclear Experimental Reactor in Frankrijk;
  • LOFAR: een netwerk van 38 stations voor radioastronomie in verschillende Europese landen, de Low Frequency Array-telescoop.

Voor elk van deze vier onderzoeksinfrastructuren is de directe economische return on investment berekend. In essentie bestaat de gebruikte methode uit het bepalen van het aandeel dat Nederland verkrijgt uit de aanbestedingen, afgezet tegen het aandeel dat Nederland bijdraagt aan de financiering van de betreffende onderzoeksinfrastructuur.

Omdat de vier onderzoeksinfrastructuren allemaal anders georganiseerd zijn en een eigen aanpak en regels hebben voor de financiering en aanbesteding, is maatwerk noodzakelijk. Daarom is bij alle berekeningen vermeld welke gegevens er zijn gebruikt over publieke investeringen en verleende opdrachten, en hoe deze in de berekening zijn verwerkt.

Workshop Big Science en bedrijfsleven

De uitkomsten kunnen fungeren als nulmeting voor een toekomstige evaluatie van eventuele beleidsmaatregelen die de Nederlandse overheid zou kunnen nemen om de deelname van Nederlandse bedrijven in dit soort aanbestedingen te bevorderen.

Workshop voor stakeholders

Om de overheid beter inzicht te geven in de vraag of er aanleiding is voor dit soort beleidsmaatregelen, heeft het Rathenau Instituut parallel aan dit project in november 2018 een workshop met stakeholders georganiseerd voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het doel was om in beeld te brengen welke knelpunten en issues Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ervaren in het verwerven van opdrachten van grootschalige onderzoeksinfrastructuren. De workshop leverde input voor het ministerie bij de overweging of nieuw dan wel aangepast beleid nodig is om de return on investment te verbeteren. De uitkomsten van de workshop worden beschreven in een afzonderlijk verslag, dat eveneens te downloaden is op deze pagina.

Sluiten

Resultaten en conclusies

In dit rapport bespreken we een nieuw ontwikkelde methode voor het bepalen van de directe economische return on investment van de Nederlandse bijdrage aan grootschalige onderzoeksinfrastructuren. De nieuwe meetmethode is toegepast op vier internationale onderzoeksinfrastructuren waar Nederland aan bijdraagt:

  • CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica in Zwitserland;
  • ESRF, een versneller als krachtige lichtbron voor ‘supermicroscopen’ in Frankrijk;
  • ITER, de grootste experimentele magnetische fusie-installatie ter wereld in Frankrijk;
  • LOFAR, een netwerk van 38 stations voor radioastronomie in verschillende Europese landen. 

De ontwikkelde methode bestaat uit drie stappen:

  1. Het bepalen van het aandeel dat Nederland bijdraagt aan de financiering van de betreffende onderzoeksinfrastructuur. Hiervoor hanteerden we twee vragen: Wat is het totaal aan contributies (of bijdragen) dat de onderzoeksinfrastructuur ontvangt van deelnemende landen (a)? Wat is de Nederlandse contributie (b)?
  2. Het bepalen van het aandeel dat Nederland verkrijgt uit de aanbestedingen (F=e/d %). Dit deden we aan de hand van twee vragen: Wat is het totaal aan contracten of uitgaven van de onderzoeksinfrastructuur (d)? Welk deel hiervan komt bij Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen terecht (e)?
  3. Het bepalen van de returncoëfficiënt (R=C/F). Dit gebeurt aan de hand van het aandeel dat Nederland verkrijgt uit de aanbestedingen (C), afgezet tegen het aandeel dat Nederland bijdraagt aan de financiering van de betreffende onderzoeksinfrastructuur (F).

Deze meetmethode is in essentie eenvoudig. Tegelijkertijd vraagt de toepassing ervan om maatwerk, omdat onderzoeksinfrastructuren allemaal anders georganiseerd zijn en een eigen aanpak en regels hebben voor financiering en aanbesteding. Daarom is bij alle berekeningen in het rapport vermeld welke gegevens er zijn gebruikt over publieke investeringen en verleende opdrachten, en hoe die gegevens in de berekening zijn verwerkt.

We concluderen dat de ontwikkelde methode goed werkt om een kwantitatief inzicht te geven in de directe economische return on investment voor Nederland, bij vier sterk uiteenlopende grootschalige onderzoeksinfrastructuren.

De uitkomsten kunnen ook fungeren als een nulmeting voor een toekomstige evaluatie van eventuele beleidsmaatregelen die de Nederlandse overheid zou kunnen nemen om de deelname van Nederlandse bedrijven in dit soort aanbestedingen te bevorderen.

Workshop Big Science en bedrijfsleven

Om de overheid een beter inzicht te geven in de vraag of er aanleiding is voor dit soort beleidsmaatregelen, heeft het Rathenau Instituut parallel aan dit project in november 2018 een workshop met stakeholders georganiseerd voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel was om in beeld te brengen welke knelpunten en issues Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen ervaren in het verwerven van opdrachten van grootschalige onderzoeksinfrastructuren. De workshop leverde voor het ministerie input bij de overweging of nieuw/aangepast beleid nodig is om de return on investment te verbeteren. De uitkomsten van de workshop worden beschreven in een afzonderlijk verslag.

Onderzoek naar impact door het Rathenau Instituut

De methode die in dit rapport centraal staat, is een specifiek onderdeel van de bredere economische en maatschappelijke impact van grootschalige onderzoeksinfrastructuren. Het zichtbaar maken van deze bredere impact wordt steeds belangrijker om de flinke investeringen in die infrastructuren te kunnen rechtvaardigen. Het Rathenau Instituut werkt en werkte in diverse projecten aan manieren om de veelzijdige impact van onderzoeksinfrastructuren zichtbaar en meetbaar te maken. Meer over de eerdere onderzoeksprojecten naar die impact leest u hieronder.