calendar tag arrow download print
Image
Open Science op de oever - Publieke betrokkenheid bij onderzoek naar waterkwaliteit
Rapport
28 juli 2020

Open science op de oever

Publieke betrokkenheid bij onderzoek naar waterkwaliteit
open science publieke betrokkenheid Water
Foto: Hollandse Hoogte
Bij het onderzoek naar waterkwaliteit zijn veel burgers betrokken. Tienduizenden Nederlandse vrijwilligers tellen kikkers, salamanders, hagedissen en vissen en bemonsteren het water. We zien veel activiteit en veel enthousiasme. Tegelijkertijd kan de kwaliteit van de opbrengst nog best wat hoger, maar daar zijn wel investeringen voor nodig. Bovendien profiteren wetenschap en beleid wel, maar is het profijt voor de vrijwilligers minder tastbaar. Ook wordt er niet echt goed geluisterd naar burgeronderzoekers. Onderzoeksagenda’s komen bijvoorbeeld tot stand in samenspraak tussen overheden, uitvoeringsorganisaties, bedrijven en onderzoeksinstellingen, maar voor inspraak van een breder publiek is weinig ruimte.

Met deze publicatie beziet het Rathenau Instituut de publieke betrokkenheid bij wetenschappelijke kennisontwikkeling vanuit het streven naar een open wetenschap. Met de lessen uit het rapport kunnen wetenschappers, bestuurders en beleidsmakers de publieke betrokkenheid vergroten en streven naar echte open science.

Downloads

Downloads

Sluiten

Samenvatting

In de wetenschappelijke wereld is ‘openheid’ momenteel een belangrijke ambitie. Volgens voorstanders maakt open science de wetenschap effectiever en efficiënter. Daarnaast verwachten beleidsmakers dat de vragen die onderzoekers stellen, door open science beter aansluiten op maatschappelijke behoeften. Ook wordt de wetenschap creatiever en profiteert de bevolking door een hogere wetenschap­pelijke geletterdheid. Dit streven naar een meer open wetenschapsbeoefening is niet nieuw. Democratisering van wetenschap is door de jaren heen doel geweest van diverse wetenschapsbeleidskaders.

In hun poging om van wetenschappelijk onderzoek een meer open proces te maken, ligt de nadruk voor wetenschappers en beleidsmakers momenteel sterk op vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen en onderzoeksdata. Hier profiteren vooral mede-onderzoekers en het kennisintensieve MKB van, omdat zij onvoldoende budget hebben voor toegang tot relevante wetenschappelijke artikelen.

De openheid van wetenschap richting de samenleving raakt op de achtergrond. En juist wat meer focus op de samenleving kan ervoor zorgen dat wetenschappelijk onderzoek beter aansluit op maatschappelijke behoeften en meer impact krijgt. Voor open science richting samenleving is er behoefte aan voorbeelden en duiding van publieke betrokkenheid bij onderzoek.

Publieke betrokkenheid

Met het begrip ‘publieke betrokkenheid’ bedoelen we de participatie van burgers of maatschappelijke organisaties in het proces van wetenschappelijk onderzoek. ‘Het publiek’ is vaak een containerbegrip, waar veel verschillende groepen mensen in passen. Bij waterkwaliteit kijken we inderdaad naar een breed publiek. Iedereen heeft immers belang bij water van goede kwaliteit en iedereen is ook gebruiker van (drink)water. Maar binnen dit brede publiek hebben sommige groepen en instituties een specifieke interesse in waterkwaliteit. Denk hierbij aan belangenverenigingen zoals Natuurmonumenten, aan overheidsorganisaties zoals de waterschappen, en aan gebruikers van water, zoals agrariërs en vissers.

Er zijn veel redenen om publiek te betrekken. Een eerste principieel argument voor publieke betrokkenheid is dat de vrije toegang tot wetenschappelijke kennis en kennisontwikkeling een mensenrecht is. Een tweede argument is dat publiek­gefinancierd onderzoek moet aansluiten op de behoeften van het publiek. Een derde, meer instrumenteel argument, is dat wetenschappelijk onderzoek er beter van kan worden als professionals en belanghebbenden hun praktijkinzichten en (ervarings)kennis inbrengen. Een vierde argument is dat participatie het maatschappelijk draagvlak voor onderzoek kan versterken.

Doel en opzet

Dit onderzoek laat zien hoe publieke betrokkenheid vorm krijgt in onderzoek naar waterkwaliteit. We beantwoorden vier vragen op basis van literatuur, beleids­documenten en interviews met beleidsmakers van Rijkswaterstaat, onderzoekers bij verschillende kennisinstellingen, onderzoeksfinanciers en vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties. De vragen zijn:

  1. Door wie en hoe wordt publieke betrokkenheid ingevuld?
  2. Wat levert deze betrokkenheid op?
  3. Welke knelpunten zijn er?
  4. Welke lessen kunnen we hieruit trekken?

Dit rapport is deel van een korte serie van casusonderzoeken. De andere gaan over publieke betrokkenheid bij onderzoek in de psychiatrie en publieke betrokkenheid bij onderwijsonderzoek. Deze drie onderzoeksvelden dienen alle een duidelijk maatschappelijk belang.

Onderzoek naar waterkwaliteit moet zorgen voor veilig drinkwater en het verbeteren van de biodiversiteit in en om het water. Dit is nodig, omdat de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland onder druk staat. Een extra reden waarom we ons verdiepten in de publieke betrokkenheid bij onderzoek naar waterkwaliteit is dat natuuronderzoek een veld is waarbinnen al lange tijd amateurs actief zijn als dataverzamelaars.

Publieke betrokkenheid bij onderzoek naar waterkwaliteit

Beleid om de waterkwaliteit te verbeteren, en onderzoek om de kennisbasis te verstevigen, gebeurt in samenspraak tussen de vele spelers. Ministeries, lokale overheden, waterschappen, bedrijven, onderzoeksinstellingen en belangen­organisaties werken samen, maar hebben ook alle hun eigen verantwoorde­lijkheden, doelen en doelgroepen. Naast projecten waarin deze organisaties een rol spelen, zijn er steeds meer onderzoeksprojecten waarin burgers betrokken zijn. Er zijn langlopende onderzoekspraktijken waarin vrijwilligers natuurwaarnemingen in (online) databases doorgeven. En er zijn ook allerlei nieuwe initiatieven waarin burgers bijdragen aan kortlopende onderzoeksprojecten.

We onderscheiden vier typen deelnemers aan onderzoek naar waterkwaliteit:

Deelnemertype 1: weinig specifieke kennis, geen belang, eenvoudige taken
Ten eerste zijn er mensen die weinig of geen watergerelateerde kennis of vaardigheden hebben, geen specifiek belang of interesse hebben en vaak enkel bij eenvoudige taken betrokken zijn. Er is soms meer sprake van educatie door middel van onderzoek dan van echte wetenschappelijke kennisontwikkeling.

Deelnemertype 2: enige kennis, intensievere taken
Ten tweede zijn er mensen die geïnteresseerd zijn in waterkwaliteit, vaak ook enige (complementaire) expertise hebben en iets intensiever meedoen in projecten. Onderzoekers waarderen hun bijdragen vaak omdat ze nuttig zijn voor verdere wetenschappelijke analyses en onderbouwing voor beleid.

Deelnemertype 3: beroepsmatig meedenken
Ten derde zijn er mensen die vanuit hun beroep werken aan waterkwaliteit. Zij zijn vaak als kennisgebruiker nog intensiever betrokken en kunnen ook meedenken over onderzoeksvragen en de implicaties van de resultaten.

Deelnemertype 4: activistisch, agenda beïnvloedend
Ten vierde zijn er mensen die door middel van onderzoek een thema nadrukkelijker op de agenda willen zetten. Deze activisten zijn bezorgd over hun eigen leefomgeving of over waterkwaliteit en biodiversiteit in het algemeen. In de projecten met een activistisch oogmerk die wij zijn tegengekomen, spelen kennis­instellingen, zoals universiteiten en publieke kennisorganisaties, een minder prominente rol. De activisten proberen dus de onderzoeksagenda te beïnvloeden buiten de gangbare structuren om.

Onderzoek met diverse doelen

Zoals er meerdere typen deelnemers zijn, zijn er ook verschillende soorten onderzoek. Sommige onderzoeksprojecten hebben tot doel het bewustzijn van de verslechterende waterkwaliteit, en het draagvlak voor wetenschappelijk onderzoek en beleid, te verhogen bij de deelnemers zelf. De doelgroep van deze projecten is vaak de eerste categorie vrijwilligers; mensen die (nog) weinig affiniteit met waterkwaliteit hebben. In projecten waarin de tweede groep vrijwilligers deelneemt, is het verzamelen van data voor wetenschappelijk valide inzichten en als input voor beleidsmaatregelen belangrijker. Gezien het belang van doorlopende en consequente dataverzameling is de inzet van deze amateurs vaak voor een langere periode. Over de wetenschappelijke waarde van deze data is nog geen consensus onder onderzoekers. Regelmatig probeert men in onderzoeksprojecten het maatschappelijke motief (draagvlak, bewustzijn, en eventueel gedragsverandering) ter verenigen met het wetenschappelijke motief. Doordat deze motieven samenkomen, ontstaan er enthousiasme en energie voor dergelijke projecten.

De deelname van vrijwilligers blijft vrijwel altijd beperkt tot het verzamelen van relatief eenvoudige onderzoeksgegevens. Professionals, zoals mensen die bij waterschappen werken, natuurbeheerders, belangenbehartigers en agrariërs, zijn intensiever betrokken. Naast (eventueel) het verzamelen van data, zijn zij ook betrokken bij het formuleren van onderzoeksvragen en het stellen van prioriteiten. Toepassingsgerichte kennisinstellingen baseren hun onderzoek veelal op de vragen van deze professionals. Bovendien spelen professionals een belangrijke rol bij het benutten van onderzoeksresultaten, omdat zij daar in hun werk direct gebruik van kunnen maken.

Uit de ervaringen binnen het onderzoek naar waterkwaliteit trekken we drie algemene lessen over publieke betrokkenheid bij wetenschappelijk onderzoek:

  1. Investeer in publieke betrokkenheid om de opbrengst te vergroten.
  2. Betrek deelnemers intensiever voor een democratischer proces van kennisontwikkeling.
  3. Laat publieke betrokkenheid een extra stimulans zijn voor de toepassing van kennis.

 

Sluiten

Aanbevelingen

Les 1: investeer in publieke betrokkenheid om de opbrengst te vergroten.

Er is een tijdsinvestering nodig om de volle potentie van vrijwilligers en professionals aan onderzoeksprojecten te benutten. De deelnemers moeten geïnstrueerd worden en de verzamelde gegevens moeten worden gecontroleerd en gevalideerd. Daarnaast moeten zowel wetenschappers als beleidsmakers en professionals bepalen welke waarde de bijdragen van de deelnemers hebben. Het betreft een manier van onderzoek doen die niet meer enkel in handen is van de wetenschappelijke expert. Daarom kan er (terechte) weerstand zijn om burger­wetenschap dezelfde waarde toe te kennen als wetenschap door professionele onderzoekers. Het vergt afstemming binnen en tussen organisaties om dit type onderzoek op waarde te schatten.

Bovendien draait publieke betrokkenheid niet alleen om de wetenschappelijke opbrengst, maar ook, en soms vooral, om wat deelname aan wetenschappelijk onderzoek teweegbrengt bij de deelnemers, zoals meer bewustzijn of gedrags­verandering. Het is vaak onduidelijk of de projecten dit doel ook behalen. Het vergt een investering om na te gaan wat het effect is van deelname aan onderzoeks­projecten bij de deelnemers, en welke voorwaarden daaraan bijdragen.

Les 2: betrek deelnemers intensiever voor een democratischer proces van kennisontwikkeling.

Hoewel het bijdragen aan onderzoek naar waterkwaliteit laagdrempelig is, is de intensiteit van deelname voor grote groepen deelnemers binnen het onderzoeks­proces ook laag. Hun taken zijn relatief eenvoudig en er is nauwelijks sprake van inspraak in het bredere onderzoeksproces. De ontwikkelde praktijken zouden een opmaat kunnen zijn naar meer gedeelde besluitvorming of democratisering van de wetenschap. In het onderzoek naar waterkwaliteit ontbreekt het echter vooralsnog aan structuren voor inspraak van groepen burgers. Voor professionals van beleids-, beheer- en belangenorganisaties bestaan er wel structuren om invloed uit te oefenen.

In het waterkwaliteitsonderzoek verschuift de verhouding tussen onderzoeker en deelnemers niet sterk. Het emancipatoire doel van de deelname richt zich vooraleerst op bewustwording en meer kennis over waterkwaliteit, en (nog) niet zozeer op meer inspraak. Wanneer meer inspraak van burgers nadrukkelijk wel het doel is van de publieke betrokkenheid, moeten beleidsmakers, financiers en onderzoekers zich realiseren dat alleen het bijdragen aan dataverzameling daar niet automatisch toe leidt. Een belangrijke stap zou zijn om het opstellen van de onderzoeksagenda te openen voor een diversere groep van burgers en maatschappelijke actoren. Die rol is nu hoofdzakelijk weggelegd voor directe kennisgebruikers en kennisvragers, zoals waterschappen, andere overheden, natuurbeheerders, drinkwaterbedrijven en andere bedrijven.

Les 3: laat publieke betrokkenheid een extra stimulans zijn voor de toepassing van kennis.

Voor wetenschappers heeft de deelname van vrijwilligers en professionals aan onderzoek concrete waarde. Ze gebruiken de door of met vrijwilligers verzamelde data voor hun werk. Ze schrijven er publicaties over, verdienen er hun brood mee en maken carrière in de wetenschap. Voor de deelnemers zelf is de waarde van deelname minder concreet. Ze hebben plezier in de ervaring en hopen een bijdrage te leveren aan de verbetering van hun eigen leefomgeving, de (drink)waterkwaliteit en de biodiversiteit.

De deelname van vrijwilligers en professionals aan het onderzoek is voor onderzoekers een prikkel om intensiever na te denken over de impact van hun werk. Dat gaat in eerste instantie over het informeren van de groep deelnemers over de resultaten van het onderzoek waaraan ze hebben meegewerkt. Maar de verantwoordelijkheid om deelnemers te laten profiteren van de samenwerking reikt verder. Het is belangrijk dat onderzoekers zich inzetten voor de wensen en belangen van de deelnemers aan hun onderzoek. Zo kan het betrekken van vrijwilligers en professionals de onderzoekers inspireren om meer in te zetten op valorisatie van het onderzoek. Hier ligt ook een kans voor de deelnemers zelf. Zij kunnen de impact van het onderzoek vergroten, bijvoorbeeld door te proberen invloed uit te oefenen op waterbeleid en waterbeheer en op de vorming van nieuwe onderzoeksagenda’s.

Meer laden