calendar tag arrow download print
Image
in open science toont zich de meester
Rapport
19 mei 2020

In open science toont zich de meester

Publieke betrokkenheid bij onderwijsonderzoek
open science publieke betrokkenheid Onderwijsonderzoek
Foto: Shutterstock
Hoe krijgt publieke betrokkenheid vorm in het onderwijsonderzoek? Dit rapport schetst op basis van interviews, literatuur en beleidsdocumenten de wereld van onderwijsonderzoek, van agendering tot implementatie. Naast vier lessen over publieke betrokkenheid geeft het duiding bij belangrijke vragen als: voor wie zetten we de wetenschap eigenlijk open? Hoe zorgen we voor tweerichtingsverkeer tussen wetenschap en samenleving? En wat levert publieke betrokkenheid bij wetenschappelijk onderzoek dan op voor de samenleving en de wetenschap?

Downloads

Downloads

Sluiten

Samenvatting

Open science is momenteel een belangrijke ambitie in de wetenschappelijke wereld. Meer openheid belooft de wetenschap niet alleen efficiënter te maken. Door open science sluiten de vragen die onderzoekers stellen ook beter aan op maatschappelijke behoeften, wordt de wetenschap creatiever en profiteert de bevolking door een hogere wetenschappelijke geletterdheid, zo is de verwachting van beleidsmakers. Dit streven naar open science is niet nieuw. Democratisering van wetenschap is door de jaren heen doel geweest van diverse wetenschapsbeleidskaders.

In de uitwerking van open science ligt de nadruk momenteel sterk op vrije toegang tot wetenschappelijke artikelen en onderzoeksdata. De openheid van wetenschap richting de samenleving raakt op de achtergrond, terwijl die er juist voor kan zorgen dat wetenschappelijk onderzoek beter aansluit op maatschappelijke behoeften en meer impact krijgt. Er is behoefte aan voorbeelden en duiding van publieke betrokkenheid bij onderzoek om deze aspecten van open science meer voor het voetlicht te brengen.

Publieke betrokkenheid

Met het begrip ‘publieke betrokkenheid’ bedoelen we de participatie van burgers of maatschappelijke organisaties in het proces van wetenschappelijk onderzoek. Mensen kunnen betrokken zijn als belanghebbende, als professional, of als louter geïnteresseerde in het onderzoek. Daarbij kunnen ze op verschillende manieren bij onderzoek betrokken worden. Bijvoorbeeld door kennisbehoeften te articuleren, door praktijkervaring in te brengen, door data te verzamelen of door inzichten uit onderzoek te vertalen in toepassingen voor de beroepspraktijk of het dagelijks leven.

Redenen om publiek te betrekken zijn er legio. Een principieel argument voor publieke betrokkenheid is dat de vrije toegang tot wetenschappelijke kennis en kennisontwikkeling een mensenrecht is. Daar komt bij dat publiek gefinancierd onderzoek moet aansluiten op de behoeften van het publiek. Er zijn ook instrumentele argumenten. Wetenschappelijk onderzoek kan er beter van worden als professionals en belanghebbenden praktijkinzichten en (ervarings)kennis inbrengen. Participatie kan bovendien het maatschappelijk draagvlak voor onderzoek versterken.

Doel en opzet

Dit onderzoek laat zien hoe publieke betrokkenheid vorm krijgt in onderwijsonderzoek. Op basis van literatuur, beleidsdocumenten en interviews met onderwijsonderzoekers, beleidsmedewerkers, leraren, leerlingvertegenwoordigers en oudervertegenwoordigers, beantwoorden we vier vragen:

  1. Door wie en hoe wordt publieke betrokkenheid ingevuld?
  2. Wat levert deze betrokkenheid op?
  3. Welke knelpunten zijn er?
  4. Welke lessen kunnen we hieruit trekken?

Dit rapport is het tweede in een serie van drie casusonderzoeken. De andere gaan over publieke betrokkenheid bij onderzoek in de psychiatrie en publieke betrokkenheid bij onderzoek naar waterkwaliteit. Deze drie onderzoeksvelden dienen alle een duidelijk maatschappelijk belang. Een reden om ons te verdiepen in het onderwijsonderzoek is bovendien dat de wisselwerking tussen wetenschap en onderwijspraktijk al lang een punt van aandacht is.

Publieke betrokkenheid bij onderwijsonderzoek

In onderwijsonderzoek krijgt publieke betrokkenheid vorm in de agendering, de uitvoering en de verspreiding van onderzoek, zij het vooralsnog op bescheiden schaal. In het agenderen en programmeren van praktijkgericht onderzoek spelen leraren en schoolleiders een rol op individuele basis. De aandacht voor praktijkonderzoek, bijvoorbeeld in academische werkplaatsen, is toegenomen. Het onderzoek dat daar wordt gedaan, is doorgaans gericht op een specifieke praktijk en niet op generieke kennisontwikkeling. De onderwijssector steekt daarnaast veel energie in het toegankelijk maken van resultaten uit onderzoek en in het bevorderen van het toepassen van deze inzichten om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Niettemin zijn de initiatieven om betrokken te raken weinig gecoördineerd en vindt de betrokkenheid van onderwijsprofessionals plaats op basis van individueel enthousiasme. Het betrekken van leerlingen en ouders gebeurt nauwelijks. Dit is volgens onze respondenten ‘een brug te ver’.

De tendens richting meer publieke betrokkenheid bij het onderzoek past in de overgang van top-downsturing van onderwijsvernieuwing vanuit de overheid, richting het aanmoedigen en ondersteunen van bottom-upvernieuwing. Hiervoor dienen scholen een onderzoekscultuur te ontwikkelen, waarbij onderwijsprofessionals vanuit een onderzoekende houding reflecteren op hun eigen lespraktijk en meer evidence-informed gaan werken. Met deze onderzoekende houding kunnen zij wetenschappelijke inzichten gebruiken in hun eigen klas of school en zo hun lespraktijk verbeteren.

Bij voorkeur citeren als:
Rathenau Instituut (2020). In open science toont zich de meester – Publieke betrokkenheid bij onderwijsonderzoek. Den Haag (auteurs: Scholvinck, A.F.M, S. van Ewijk, W. Scholten & P. Diederen)

Sluiten

Vier lessen

Uit de ervaringen binnen het onderwijsonderzoek trekken we vier algemene lessen over publieke betrokkenheid bij wetenschappelijk onderzoek.

 

  1. Coördineer betrokkenheid.

    Wanneer betrokkenheid bij onderzoek van mensen van buiten de wetenschap wordt overgelaten aan individuele initiatieven, wordt de stem van mensen die minder tijd hebben of minder ‘dicht bij het vuur’ zitten niet gehoord. Daarom is in onderzoeksvelden van groot maatschappelijk belang enige coördinatie van betrokkenheid wenselijk.

    Het onderwijsonderzoek is een onderzoeksveld waarin publieke betrokkenheid plaatsvindt zonder veel coördinatie. Hierdoor ontstaat het risico dat deze betrokkenheid zich beperkt tot de mensen die er de ruimte voor hebben, en dat dit leidt tot een tweedeling in het veld. Sommige scholen hebben de tijd en middelen om met onderwijsonderzoek bezig te zijn terwijl dit voor scholen in achterstandswijken of met veel kwetsbare leerlingen niet mogelijk is. Scholen die bij onderzoek en ontwikkeling betrokken zijn, kunnen innovatiever worden, ambitieuzere leraren aantrekken en hun voorsprong op anderen vergroten. Dit vergroot de kansenongelijkheid in het onderwijs.

    Financiers, zoals bijvoorbeeld NRO in het onderwijsonderzoek, kunnen een dergelijke tweedeling tegengaan door sterker te sturen op wie van hun initiatieven profiteert. Zo kunnen zij de uitgangspositie van deelnemers in acht nemen bij de toekenning van financiering, of partijen met weinig ruimte voor vernieuwing (financieel) stimuleren zich aan te sluiten bij bestaande projecten.
     
  2. Breng alle belangen aan tafel.

    Het vereist oog voor de brede diversiteit aan belangen die met onderzoek gemoeid zijn om alle relevante partijen bij onderzoek te betrekken. Betrokkenheid komt gemakkelijker tot stand naarmate belanghebbenden meer georganiseerd zijn en hun belangenorganisaties meer oog hebben voor wat onderzoek hen kan opleveren.

    In het onderwijs bemoeien organisaties van ouders en leerlingen zich nauwelijks met de kennisagenda, en vakverenigingen van leraren en vakbonden ook niet. Dit heeft invloed op de vragen die er in het onderwijsonderzoek worden gesteld. Om deze belangenbehartigers toch te betrekken bij onderzoek, kan het helpen hen uitdrukkelijk te vragen aan de onderzoeksagenda bij te dragen en hun invloed op de programmering zichtbaar te maken.

     
  3. Maak publieke betrokkenheid voor alle partijen aantrekkelijk.

    De criteria waarop onderzoekers beoordeeld worden, stuurt de manier waarop ze onderzoek doen. Binnen de wetenschappelijke gemeenschap krijgt publiceren in internationale tijdschriften meer waardering dan het vertalen van kennis naar de praktijk. Wil samenwerking met het publiek voor wetenschappers aantrekkelijk zijn, dan moet dat in het systeem van ‘erkennen en waarderen’ een plek krijgen.

    Evenzo moet onderzoek aansluiten bij de wensen en behoeften van mensen uit het praktijkveld. In het geval van onderwijsonderzoek moet het onderwijsprofessionals, ouders en leerlingen perspectief bieden op concrete resultaten waarmee ze aan de slag kunnen in de klas. Hoe meer onderzoek aansluit op de intrinsieke motivatie van belanghebbenden in het veld, des te eerder ze geneigd zijn eraan bij te dragen.
     
  4. Overbrug het verschil in tijdshorizon tussen onderzoek en de praktijk.

    Onderzoek en praktijk kennen vaak een andere tijdshorizon. Waar onderzoekers rekenen in termen van jaren, kijkt de praktijk vaak naar de problemen van vandaag. In het onderwijsveld zoeken docenten, belangenbehartigers en bestuurders een onmiddellijke oplossing voor urgente uitdagingen, zoals de grote diversiteit aan leerlingen in de klas, het nijpende lerarentekort en de thuisproblematiek die scholieren mee naar school brengen. Zij kijken daarom minder naar onderzoek, dat pas op termijn resultaat kan opleveren.

    Een manier om het verschil in tijdshorizon te overbruggen, kan soms gevonden worden door onderzoek meer stapsgewijs en interactief in te richten. Daarbij levert het onderzoeksproces tussentijdse inzichten op, die alvast toepasbaar zijn in de praktijk en waarmee het onderzoek ook weer kan worden bijgestuurd.
Meer laden