Monitor praktijkgericht onderzoek 2024
Downloads
-
Rapport
bestand type pdf - bestand formaat 1.43 MB
Download Monitor praktijkgericht onderzoek 2024 -
Format bestuursverslag Praktijkgericht onderzoek
bestand type pdf - bestand formaat 363.59 kB
Download VH-Praktijkgericht-onderzoek-format-bestuursverslag-voor-monitor-2024
Het Rathenau Instituut publiceert in dit rapport feiten en cijfers over en voorbeelden van het onderzoek van de 36 Nederlandse hogescholen. Deze publicatie gaat over het jaar 2024. De publicatie is op verzoek van de Vereniging Hogescholen.
Het Rathenau Instituut publiceert in dit rapport feiten en cijfers over en voorbeelden van het onderzoek van de 36 Nederlandse hogescholen. Deze publicatie gaat over het jaar 2024. Eerder publiceerden we over 2022 en 2023. De publicaties zijn een verzoek van de Vereniging Hogescholen. Ze volgen op het Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en wetenschap) waarin het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft toegezegd dat het vanaf 2023 100 miljoen euro extra per jaar investeert in de eerste en tweede geldstroom voor praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen.
Methode
De Vereniging Hogescholen heeft samen met het ministerie van OCW een format opgesteld (pdf) waarin per bestedingsdoel indicatoren zijn opgenomen. Deze dienen als basisinformatie voor het in kaart brengen van de onderzoeksmiddelen en de ontwikkelingen in het praktijkgericht onderzoek. Het Rathenau Instituut heeft deze gegevens verzameld uit de jaarverslagen van de hogescholen en aangevuld met andere relevante databronnen. Deze gegevens vormen de basis voor deze Monitor praktijkgericht onderzoek 2024. Eventuele wijzigingen in de financiering van het praktijkgericht onderzoek in 2025 en daarna zijn in deze Monitor dus niet zichtbaar.
Strategie en visie van hogescholen
Uit analyse van de strategie- en visieparagrafen in de jaarverslagen blijkt dat de hogescholen zich richten op twee kerntaken: het ontwikkelen van nieuwe kennis voor maatschappelijke vraagstukken1 en het vernieuwen van het onderwijs zodat de expertise van afgestudeerden goed aansluit op de arbeidsmarkt. Hogescholen werken daarbij samen met publieke instellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Docenten en studenten worden actief betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Zo ontstaat een doorlopende wisselwerking tussen leren, onderzoeken en toepassen, waarin kennisontwikkeling direct bijdraagt aan de praktijk.
De hogescholen kunnen de extra middelen inzetten voor drie bestedingsdoelen:
- Kwantitatieve verduurzaming, zoals opleiding en loon voor onderzoekspersoneel.
- Kwalitatieve verduurzaming, zoals het onderhouden van het functiehuis.
- Integratie van praktijkgericht onderzoek in het kennisecosysteem, zoals het opzetten van samenwerkingsverbanden.
Bestedingsdoel 1: kwantitatieve verduurzaming praktijkgericht onderzoek
In 2024 bedroegen de totale middelen voor praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen 511 miljoen euro (zie tabel pagina 8). Van deze middelen is 56% afkomstig uit de eerste geldstroom (rijksbijdrage), 36% komt uit de tweede geldstroom en minder dan een tiende uit de derde geldstroom en overige middelen samen. Ten opzichte van 2023 namen de totale onderzoeksmiddelen toe met 14%. De tweede geldstroom steeg het hardst, namelijk met 23%. De eerste en derde geldstroom stegen met respectievelijk 9% en 14%.
De rijksbijdrage die hogescholen ontvangen voor onderzoek wordt door de hogescholen aangevuld met middelen die bestemd zijn voor onderwijs (rijksbijdrage onderwijs). In 2024 ging het om 90 miljoen euro (31% van de middelen uit de eerste geldstroom was afkomstig uit de rijksbijdrage voor onderwijs). In 2023 was dit 76 miljoen euro (29%). Een deel van de extra middelen wordt gebruikt voor personele inzet.
De basis van het praktijkgericht onderzoek zijn de lectoraten, geleid door een of meer lectoren. In 2024 waren er 789 lectoren, een toename van 2% ten opzichte van 2023. 73% van hen heeft een vaste aanstelling. 44% is vrouw. Dat is drie procentpunten meer dan in 2023.
Lectoraten bevatten, naast lectoren, docent-onderzoekers, promovendi en ondersteunend personeel.2 Het totale personeel stijgt met 5% ten opzichte van 2023 (in fte, zie figuur pagina 9). De grootste groei in 2024 vond plaats bij het ondersteunend personeel (+31%). Ook het aantal fte aan promovendi (+11%) en postdocs (+20%) nam toe. Het aantal fte docent-onderzoekers daalde in 2024 licht, namelijk met 4%. De sterke toename van ondersteunend personeel duidt op verdere professionalisering van het praktijkgericht onderzoek.
Bestedingsdoel 2: kwalitatieve verduurzaming praktijkgericht onderzoek
Uit de jaarverslagen blijkt dat hogescholen diverse initiatieven nemen om de kwaliteit en duurzaamheid van hun onderzoeksgroepen te versterken. Een voorbeeld is de verdere ontwikkeling van het functiehuis. Ook besteedt bijna 90% van de hogescholen aandacht aan diversiteit en inclusie. Die aandacht verbreedt bovendien: waar voorheen vooral werd gekeken naar gender en gelijkheid, richten hogescholen zich nu ook op thema's als kansengelijkheid en inclusieve curricula. Daarnaast laten de jaarverslagen zien dat de professionalisering van personeel steeds meer structureel is ingebed. Hogescholen investeren verder in open science. Hierbij ligt de nadruk op de ondersteuning van onderzoekspersoneel, toegankelijkheid van onderzoeksdata en het delen van onderzoeksoutput. Tot slot werken de hogescholen aan het bevorderen van de medezeggenschap op het gebied van onderzoek en maken de meeste instellingen gebruik van onderzoeksinformatie- en datamanagementsystemen.
Bestedingsdoel 3: integratie praktijkgericht onderzoek in het kennisecosysteem
Hogescholen werken op verschillende manieren samen om nieuwe toepasbare kennis te ontwikkelen. Een belangrijk deel van deze samenwerking vindt plaats binnen de Centres of Expertises. Dat zijn publiek-private en publiek-publieke verbanden waarin onderzoekers, docenten, studenten en beroepsprofessionals gezamenlijk werken aan verschillende maatschappelijke vraagstukken. In 2024 telden hogescholen 46 Centres of Expertises. Het aantal Centres of Expertise groeide aanvankelijk snel, maar blijft de laatste jaren stabiel.
Naast samenwerkingen op regionaal niveau werken hogescholen ook in breder (inter)nationaal verband samen. In 2024 waren zij 1.035 keer betrokken bij een gehonoreerde subsidieaanvraag, waarvan 582 keer als hoofdaanvrager. Het totaal aantal gehonoreerde aanvragen steeg daarmee met 21% ten opzichte van 2023. Bij internationale programma's, het Nationaal Groeifonds en de NWA zijn hogescholen vooral betrokken als medeaanvrager, terwijl zij binnen het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en in projecten met kennispartners vaker optreden als hoofdvrager.
In 2024 honoreerde Regieorgaan SIA 393 projecten. In totaal ging het om 61 miljoen euro. Van deze projecten viel 61% onder thematische subsidieregelingen3 en 39% onder generieke subsidieregelingen4. 39% van de samenwerkingen binnen deze projecten is met een mkb-instelling, 25% met een publieke instelling, 11% met een koepel- of brancheorganisatie of beroepsvereniging, 7% met een andere hogeschool, 7% met een universiteit, 4% met een grootbedrijf, 3% met een andere kennisinstelling, 2% met een mbo-instelling en 2% met een overige instelling. De honoreringspercentages liggen in 2024 iets lager dan het gemiddelde over 2020-2023.