Vertrouwen in wetenschap onverminderd hoog
Nederlanders geven in 2026 gemiddeld een 7,4 voor hun vertrouwen in de wetenschap. Dat was een jaar geleden 7,5. De rechtspraak volgt met een 6,4 (was 6,5). Dat blijkt uit een representatieve steekproef van het Rathenau Instituut onder 4.554 respondenten.
Nederlanders zijn de afgelopen jaren wel sceptischer geworden over kunstmatige intelligentie. In 2026 denkt nog maar 37% dat AI grote wetenschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering en ernstige ziekten zal oplossen. In 2024 was dat 60%.
Minder politieke bemoeienis, meer toepassing
Van de ondervraagden zou 46% willen dat hun vertrouwen in de wetenschap wordt vergroot. Op de open vraag wat daarvoor nodig is, antwoorden ze vaak dat ze minder bemoeienis van de politiek met de wetenschap willen en dat commerciële belangen vermeden moeten worden. Verder noemen ze dat het voor het vertrouwen helpt als wetenschap toepasbaar is en iets voor hen doet.
Artsen die wetenschap gebruiken wel, vrienden niet
Voor het eerst keek het Rathenau Instituut naar wat mensen ervan vinden als andere beroepsgroepen conclusies trekken op basis van wetenschappelijk onderzoek. De respondenten vertrouwen de conclusies van artsen, wetenschappelijke adviesraden en docenten, maar hebben zo hun twijfels bij vrienden, journalisten en politici.
EU wel, VS niet
Verder blijkt dat als Nederlandse wetenschappers samenwerken met Europese landen of met Japan of Australië het onderzoek wordt vertrouwd. Minder vertrouwd worden samenwerkingen met de VS, India, Zuid-Afrika, Brazilië, China en Rusland. Het Rathenau Instituut noemt de lage waardering van de VS en China opvallend, omdat veel Amerikaanse en Chinese universiteiten tot de wereldtop behoren.
Rondkomen belangrijker dan opleidingsniveau
In vorige jaren leken hoogopgeleiden een hoger vertrouwen te hebben dan laagopgeleiden. Dit jaar heeft het Rathenau Instituut, geïnspireerd door internationale vragenlijsten, voor het eerst onderzocht of het gevoel rond te kunnen komen van het huishoudinkomen, een rol speelt voor vertrouwen in de wetenschap. Dat bleek zo te zijn. Mensen die het gevoel hebben dat ze goed rond kunnen komen, hebben meer vertrouwen dan mensen die vinden dat ze niet goed kunnen rondkomen, ongeacht opleidingsniveau. 'Het is geen definitief bewijs dat opleiding helemaal niets doet,' zegt Jelle Slief, leider van het onderzoek. 'Maar, het huishoudinkomen lijkt een betere voorspeller dan opleidingsniveau, en dat zet zeker aan het denken.'
Heel hoog vertrouwen levert kans op polarisatie
Naar aanleiding van het vorige onderzoek stelde het Rathenau Instituut extra vragen om te kijken of er gevaar is voor polarisatie tussen de groep mensen met veel vertrouwen en die met weinig vertrouwen. Dat blijkt genuanceerd te liggen. Mensen met een hoog vertrouwen staan positief richting gelijkgestemden en negatief tegenover mensen met een laag vertrouwen. Mensen met weinig vertrouwen zijn milder. In vervolgvragen blijkt dat een meerderheid van de mensen, zowel met hoog als met laag vertrouwen in de wetenschap, best in gesprek wil gaan met iemand met andere opvattingen.
Sinds 2012
Het Rathenau Instituut publiceert vanaf 2012 over het vertrouwen van mensen in de wetenschap. Dat gebeurde tot 2025 elke drie jaar met een wisselende steekproef. Vanaf 2025 wordt het onderzoek vier jaar lang elk jaar uitgevoerd onder dezelfde mensen. Daardoor kan er in de komende jaren meer gezegd worden over individuele verschuivingen.
Rapport
Rathenau Instituut (2026). Vertrouwen in de wetenschap. Enquête 2026 – verdiepende inzichten en eerste longitudinale meting. (auteurs: Slief, J. H., Huffnagel, I. C., & Vennekens, A.). Downloadpagina