Kennisbasis voor academische vrijheid in Nederland
Status: Lopend
Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap doet het Rathenau Instituut in 2026 onderzoek naar een kennisbasis voor academische vrijheid in Nederland. Doel is te onderzoeken of het nodig is om academische vrijheid in Nederland te monitoren, en wat daarvoor nodig zou zijn. In onderstaand projectplan leest u waarom, wat en hoe we het onderzoek uitvoeren.
Waarom doet het Rathenau Instituut dit onderzoek?
Academische vrijheid is een belangrijk aspect van het wetenschapssysteem. Het Rathenau Instituut heeft als wettelijke taak om inzicht te geven in de werking van het wetenschapssysteem. Met dit onderzoek willen wij het inzicht in academische vrijheid binnen Nederland vergroten en ontwikkelingen rondom academische vrijheid in de tijd kunnen volgen. Doel is te onderzoeken of het nodig is om academische vrijheid in Nederland te monitoren, en wat daarvoor nodig zou zijn.
Het onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Vanuit het ministerie is er de wens om ontwikkelingen in academische vrijheid periodiek te onderzoeken. Vanuit de Tweede Kamer is hier ook in de motie Claassen om gevraagd. In dit onderzoek zullen we tevens de institutionele autonomie meenemen als factor van belang, tegemoetkomend aan de motie Abdi en Rooderkerk.
Welke onderzoeksvragen beantwoorden we?
In dit onderzoek beantwoorden we de volgende vragen:
- Wat wordt verstaan onder academische vrijheid in het Nederlandse wetenschapssysteem? Welke deelaspecten zijn hierbij te onderscheiden?
- Welke kennisbasis is er beschikbaar over academische vrijheid binnen het Nederlandse wetenschapssysteem? Welke indicatoren en data zijn al beschikbaar om academische vrijheid te meten?
- Ontbreken er indicatoren of data om academische vrijheid te meten? Zo ja, welke?
- Wat is de staat van academische vrijheid binnen het Nederlandse wetenschapssysteem op basis van de beschikbare indicatoren en data?
- Welke mogelijkheden zijn er om politiek en beleid te ondersteunen met aanvullende (periodieke) monitoring van academische vrijheid binnen het Nederlandse wetenschapssysteem? Welke indicatoren kunnen gebruikt worden om academische vrijheid periodiek te monitoren?
Hoe gaan we te werk?
Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen doorlopen we de volgende stappen:
Wat onderzoeken we niet?
Wij doen in dit onderzoek een voorstel voor eventuele (periodieke) monitoring. De daadwerkelijke monitoring en het opstellen van een survey valt buiten de scope van dit onderzoek en zal deel uitmaken van een eventueel vervolgonderzoek.
Wanneer wordt het onderzoek opgeleverd?
Wij bieden het eindrapport in november aan de minister van OCW aan. Het rapport over pluriformiteit in de wetenschap leveren we gelijktijdig op.