Pluriformiteit binnen de wetenschap

Status: Lopend

Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap doet het Rathenau Instituut in 2026 onderzoek naar pluriformiteit binnen de wetenschap. In onderstaand projectplan leest u waarom, wat en hoe we het onderzoek uitvoeren.

Werking van het wetenschapssysteem

Project

Universiteitsbibiliotheek_Leuven_Jaime-Romero-Requejo-shutterstock_2568457473.jpg De Universiteitsbibliotheek in Leuven
De universiteitsbibliotheek van Leuven (Foto: Jaime Romero Requejo - Shutterstock)

Waarom doet het Rathenau Instituut dit onderzoek? 

De motie Heite vraagt de minister van OCW om de zorgen over gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap te inventariseren en te staven. De minister heeft het Rathenau Instituut verzocht dit onderzoek uit te voeren.  

Dit onderzoek staat los van het verzoek van de minister van OCW om de stand van de academische vrijheid in Nederland te onderzoeken en periodiek te monitoren. Dit project voeren we wel gelijktijdig uit.

Welke onderzoeksvragen beantwoorden we?   

In dit onderzoek beantwoorden we de volgende vragen:  

  1. Wat verstaan mensen binnen en buiten de academische gemeenschap onder het begrip pluriformiteit in de wetenschap?
  2. Zijn er zorgen over een gebrek aan pluriformiteit in de Nederlandse wetenschap, en zo ja: welke zorgen zijn dit en door wie worden ze geuit?
  3. Hoe worden deze zorgen onderbouwd en in hoeverre wordt de onderbouwing van deze zorgen ondersteund door beschikbare informatie?
  4. Op welke aspecten van het wetenschapssysteem hebben de zorgen betrekking? Zijn er patronen te identificeren in de geuite zorgen?
  5. In hoeverre hangen zorgen samen met verschillende normatieve opvattingen over pluriformiteit in de wetenschap? 

Hoe gaan we te werk? 

In dit onderzoek inventariseren, staven en duiden we de zorgen die bestaan over (gebrek aan) pluriformiteit in de wetenschap. Het onderzoek wordt ingedeeld in verschillende fasen.

In deze fase verhelderen we het begrip pluriformiteit in de wetenschap en bakenen we het onderzoek waar mogelijk inhoudelijk verder af. In een iteratief proces inventariseren en staven we daarnaast zorgen over een gebrek aan pluriformiteit binnen de wetenschap. 

We starten dit onderzoek met een documentanalyse van relevante beleidsrapporten, mediaberichten en politieke debatten. Dit is het startpunt van zowel het definiëren van het begrip pluriformiteit in de wetenschap, als van de inventarisatie van zorgen over een gebrek aan pluriformiteit binnen de wetenschap. Ook scherpen we in deze fase de inhoudelijke afbakening van het project verder aan: als de geuite zorgen over een gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap zich voornamelijk blijken te richten op bepaalde wetenschappelijke disciplines, of specifieke delen van het wetenschapssysteem, dan zullen wij het onderzoek daar verder op toespitsen. 

Naast deze documentanalyse gaan wij met verschillende partijen en individuen in gesprek over hun definitie van pluriformiteit in de wetenschap, en om hun eventuele zorgen over een gebrek aan pluriformiteit binnen de wetenschap op te halen. In deze dataverzamelingsfase zoeken wij contact met zowel bronnen binnen als buiten de academische wereld, waarbij we een zo groot mogelijke diversiteit aan stemmen en standpunten betrachten te bereiken. Ook nemen we in deze fase contact op met alle Tweede Kamerfracties, om hun zorgen (inclusief onderbouwing of argumentatie) over een gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap schriftelijk en/of middels een gesprek in kaart te brengen. 

In de tweede fase van het onderzoek analyseren wij de opgehaalde gegevens en inzichten. In een kleinschalige werkbijeenkomst dragen experts bij aan deze analyse. We onderzoeken mogelijke patronen in oorzaken van een gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap, expliciteren (normatieve) opvattingen ten aanzien van gewenste pluriformiteit in de wetenschap, en brengen in kaart welke kennisvragen er liggen met betrekking tot pluriformiteit in de wetenschap.

In deze laatste fase rapporteren we onze bevindingen en beantwoorden we de onderzoeksvragen. De resultaten uit fase 1 en 2 vormen de input voor het rapport, evenals de methodologische verantwoording en een inleiding waarin we de context, onderzoeksvragen, afbakening, etc. van het onderzoek schetsen. 

Wat onderzoeken we niet?

De zorgen over een gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap kennen geen natuurlijke conceptuele afbakening. Dit onderzoek start daarom met een open vizier, waarna we het onderzoek mogelijk verder toespitsen. Daarnaast hanteren we enkele algemene criteria voor het inventariseren van zorgen over een gebrek aan pluriformiteit in de wetenschap. We nemen deze zorgen mee in het onderzoek zolang deze;  

  1. betrekking hebben op de Nederlandse wetenschap, of een duidelijke weerslag hebben op de situatie in de Nederlandse wetenschap;
  2. betrekking hebben op één of meerdere disciplines binnen het academisch onderzoek (dus niet specifiek betrekking hebben op het hoger onderwijs of praktijkgericht onderzoek);   
  3. betrekking hebben op de werking van het wetenschapssysteem (dus niet een op zichzelf staande casus beschrijft);
  4. recent (sinds 2023, het aantreden van de vorige Tweede Kamer door wie de motie-Heite is aangenomen) relevant en/of van oorsprong zijn. Daar waar nodig kijken we verder terug in de tijd om context en duiding te geven;
  5. onderbouwd en verifieerbaar zijn;
  6. Tot slot is de beperkte beschikbare tijd (ca. 5 maanden) voor dit onderzoek een afbakenende factor. Daar waar we op kwesties stuiten die nadere analyse vergen, zullen we dit aangeven als agenda voor vervolgonderzoek. 

Wanneer wordt het onderzoek opgeleverd?  

Dit project werkt toe naar een rapport waarin we antwoord geven op bovenstaande onderzoeksvragen. Wij bieden het eindrapport in november aan de minister van OCW aan. Het rapport over een kennisbasis voor academische vrijheid in Nederland leveren we gelijktijdig op.  

In gesprek? 

Wilt u meer weten over dit onderzoek, of wilt u graag met ons in gesprek over dit onderwerp? Neemt u dan contact op via info@rathenau.nl.