calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Biotechnologie en veiligheid

Foto: Gorodenkoff/Shutterstock

Image
Wetenschappers aan het werk
Ontwikkelingen in de biotechnologie zijn van maatschappelijk en economisch belang. Ze kunnen een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van enkele grote uitdagingen waar we als mensheid mee geconfronteerd worden. Maar biotechnologische ontwikkelingen kunnen ook risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld voor de menselijke gezondheid en het milieu. Daarmee is veiligheid in het gedrang. Wat is de rol van overheidsbeleid als het gaat om biotechnologie en veiligheid? En hoe kan de overheid samenwerken met de onderzoekers uit het veld om veilige biotechnologie, nu en in de toekomst, mogelijk te maken. Het Rathenau Instituut doet hier onderzoek naar, onder andere met het project T-TRIPP.

Biotechnologie betekent  in brede zin de toepassing van (wetenschappelijke) kennis uit de biologie om die met hulp van technologie voor praktische doeleinden te gebruiken. Er zijn verschillende typen biotechnologie. Het onderscheid wordt gemaakt op basis  van het praktische doel van  de technologie. De verschillende typenn krijgen  ter aanduiding vaak een kleur. We noemen nu de vier meest bekende typen ofwel kleuren, maar dit overzicht is niet allesomvattend. Daarnaast  is de scheiding tussen de verschillende typen niet altijd duidelijk te maken.

- Rode biotechnologie staat voor het medische vakgebied. Denk aan de ontwikkeling van vaccins, medicijnen en diagnostische tests met hulp van biotechnologie.

- Industriële of witte biotechnologie heeft betrekking op het gebruik van biotechnologie voor het verwerken en produceren van chemische stoffen, materialen, de bouwstoffen voor geneesmiddelen en energie. Voorbeelden hiervan zijn enzymen in wasmiddelen, chemische bouwblokken voor polymeren, olie voor in cosmetica en eiwitten in voedsel.

- Groene biotechnologie omvat de agrarische en levensmiddelentoepassingen. Denk aan genetische gemodificeerde soja en kaasstremsel dat niet uit de maag van een koe komt, maar dat door gemodificeerde bacteriën gemaakt is.

- Blauwe biotechnologie verwijst naar mariene biotechnologie. Denk hierbij aan genetisch gemodificeerde bacteriën die water zuiveren of afval afbreken. Of aan genetisch aangepaste algen die bouwstenen maken voor medicijnen of biobrandstof.

Kansen en risico’s

De overheid wil de innovatiekansen van biotechnologie benutten en stimuleert biotechnologie daarom door middel van subsidieregelingen voor onderzoek en ontwikkeling. Maar naast voordelen en kansen zijn er ook risico’s verbonden aan de ontwikkeling van nieuwe biotechnologie. Denk hierbij aan veiligheidsrisico’s, zoals het ontsnappen van een genetisch gemodificeerd organisme uit een lab. Ook milieurisico’s of biodiversiteitsrisico’s kunnen optreden. Denk aan een genetisch gemodificeerd plantje dat zo sterk is dat alle andere planten van die soort daardoor uitsterven. En er kunnen ook sociale gevolgen zijn voor een samenleving. Bijvoorbeeld wanneer één bedrijf de eigenaar is van al deze “superzaadjes” en alle macht hierover heeft.

Het belang van overheidsbeleid

Goed overheidsbeleid moet het mogelijk maken om als samenleving te profiteren van technologische ontwikkelingen en de negatieve gevolgen van de daaraan verbonden risico's tot een minimum te beperken. Maar dat is geen makkelijk opgave. De afgelopen jaren is het overheidsbeleid voor biotechnologie op verschillende manieren uitgedaagd:

  • Het tempo van innovatie in de biotechnologie ligt hoog en is er vaak weinig kennis over nieuwe biotechnologie en de daarbij horende risico’s voor mens en milieu bij zowel politici en beleidsmakers als bij wetenschappers.  
     
  • Moderne biotechnologie houdt zich bezig met complexe, levende systemen (op genetisch niveau, celniveau, organisme- en ecosysteemniveau) die zich kunnen verspreiden en evolueren. Dat maakt het lastig, zo niet onmogelijk, om alle mogelijke schade te voorspellen.
     
  • Sociale en culturele vraagstukken spelen vaak een rol bij de maatschappelijke toepassing en acceptatie van biotechnologie. Ook hier moet de overheid goed rekening mee houden.

Onderzoek voor een toekomstbestendig veiligheidsbeleid

De moeilijkheid van het beoordelen van risico’s van moderne biotechnologie roept de vraag op hoe biotechnologie toch op een veilige en maatschappelijk verantwoorde manier ontwikkeld kan worden. Binnen verschillende projecten doet het Rathenau Instituut onderzoek naar veiligheid in de biotechnologie. Een van die projecten is het T-TRIPP project (lees: Tools for Translating Risk research Into Policies and Practices).

Het doel van het T-TRIPP project is het versterken van de samenwerking en de communicatie tussen wetenschappers die zich bezighouden met biotechnologie en veiligheid  en  beleidsmakers. Deze samenwerking is belangrijk wanneer we ook in de toekomst de kansen van de biotechnologie willen benutten, en tegelijkertijd de veiligheid willen garanderen. Want om beleid te kunnen maken, heeft de overheid up-to-date kennis nodig over de risico’s van de biotechnologie. Deze kennis kan geproduceerd worden door de onderzoeker. En vervolgens kan de overheid leren van de nieuwe kennis en deze meenemen in het veiligheidsbeleid, zodat dit aansluit op de snelle ontwikkelingen in de biotechnologie.

Het T-TRIPP project is een samenwerking van het Rathenau Instituut, de afdeling Biotechnology and Society en de afdeling Multi Actor Systems en GameLab van de TU Delft. T-TRIPP staat voor Tools for Translation of Risk research into Policies and Practices. Ook zijn er twee experts bij dit project betrokken: Huib de Vriend van LIS Consult en Tim Trevan van BioChrome Management.

Het T-TRIPP project wordt gefinancierd als onderdeel van het NWO-programma ‘Towards Modernisation of Biotechnology and Safety’ dat is opgezet in opdracht van het ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat. Het onderzoeksprogramma ging in 2018 van start en heeft als hoofddoel: het opbouwen van wetenschappelijke kennis over de risico’s en onzekerheden van toekomstige, moderne biotechnologieontwikkelingen en –toepassingen. En het verkrijgen van kennis over manieren om risico’s te minimaliseren en te beheren.

Instrumenten voor de vertaling van risico-onderzoek naar beleid en praktijken

Nieuwe ontwikkelingen roepen nieuwe vragen op voor beleid. Op welke wijze kunnen innovaties en de risico’s die daarmee samenhangen worden meegenomen binnen het bestaande kader van regels voor biotechnologie? Of maken nieuwe ontwikkelingen aanpassing van de huidige regulering noodzakelijk? Zowel wetenschappers als beleidsmakers kunnen een rol spelen om deze vragen te beantwoorden. Om deze samenwerking goed te laten verlopen, moet de kennis die gedeeld wordt regelmatig ‘vertaald’ worden. Zodat deze begrijpelijk en toepasbaar is voor de verschillende terreinen waar deze nodig is.

Wetenschappers kunnen niet vertellen hoe veilig ‘veilig genoeg’ is. Wel kunnen ze data aanleveren die nodig zijn voor het beoordelen van risico’s en de methodes die hiervoor gebruikt worden. Deze data moeten worden geïnterpreteerd en omgevormd worden tot beleid. En andersom zal een vraag vanuit beleid ‘vertaald’ moeten worden naar een vraag die begrepen en beantwoord kan worden door de wetenschap. Het T-TRIPP project ondersteunt deze vertaling door inzicht te geven in het leerproces tussen onderzoek en beleid en instrumenten te ontwikkelen die dit leerproces begeleiden en versterken. Dit doen we op de volgende drie manieren:

1.     Een rapport voor inzicht en beleidsopties

Aan de hand van literatuur, interviews en workshops brengt het T-TRIPP project in kaart  wie er  allemaal betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het veiligheidsbeleid in de biotechnologie en welk samenspel is er tussen de verschillende personen en instanties? Daarbij kijken we specifiek naar de interacties tussen het wetenschaps- en beleidsdomein. Op deze manier geven we een beter inzicht in de samenwerking en communicatie tussen onderzoek en beleid en formuleren we adviezen die deze interacties versterken. Al deze inzichten en adviezen verzamelen we in een rapport.

2.     Een protocol voor sociaal leren

Op basis van de inzichten uit het onderzoek ontwikkelen we binnen het T-TRIPP project een protocol voor sociaal leren. Zo bleek uit onze studie dat er nog te weinig samenwerking was tussen onderzoek en beleid. Dat kan leiden tot frustratie, omdat de verschillende groepen elkaar hierdoor niet goed begrijpen. Om deze spanning te verminderen, ontwikkelen we een protocol dat de interactie tussen verschillende belanghebbenden mogelijk maakt en ondersteunt. Ook helpt dit protocol bij het vergroten van het begrip van elkaars waarden en perspectieven op risico-gerelateerde zaken.

3.     Serious games voor wederzijds begrip en veiligheidsbewustzijn

De doos van MachiaCelli Teams

Daarnaast ontwikkelen we binnen het T-TRIPP project drie serious games, ofwel: spellen die niet zozeer plezier en vermaak als doel hebben. Maar vooral bedoeld zijn om de spelers iets te leren, ergens bewust van te maken of met elkaar over in gesprek te laten gaan. De verschillende spellen binnen dit project versterken elk op hun eigen manier de samenwerking tussen onderzoek en beleid

De eerste twee bordspellen, genaamd MachiaCelli Switch en MachiaCelli Teams, stimuleren de samenwerking tussen onderzoekers en beleidsmakers. Door de games te spelen, ervaren de spelers een biotechnologisch project vanuit het perspectief van zowel wetenschappers als beleidsmakers. Binnen de game wisselen ze van rol of werken samen als een team.

Een foto van het T-tripp spel

We zagen in ons onderzoek een tekort aan veiligheidsbewustzijn bij junior onderzoekers. Om deze onderzoekers te laten zien dat bioveiligheid leuk kan zijn, hebben we als derde game het kaartspel 'Cards for biosafety' gemaakt, waarmee onderzoekers leren over bioveiligheid. Dit doen ze door elkaar uit te dagen en te belonen om de meest passende (of creatieve) maatregel voor een bepaald risico te kiezen.

Hoe nu verder

Al deze verschillende onderdelen die we binnen dit project ontwikkelen, helpen het onderlinge leerproces tussen onderzoek en beleid te begeleiden en versterken. Zo hopen we een ruimte te creëren waarin onder andere onderzoekers, beleidsmakers en risicobeoordelaars gezamenlijk leren en reflecteren op wat er nodig is om in de toekomst veiligheid in biotechnologie te waarborgen. De komende tijd zullen we de resultaten van de serious games, het protocol en ons onderzoek op deze pagina publiceren.