Hoeveel pixels is een knuffel?

Dialogen over de toekomst van digitalisering en sociale relaties

Digitalisering

Rapport

Downloads

6-Foto-Marit-de-Jong.jpg Mensen aan een tafel die naar elkaar luisteren
Foto: Marit de Jong/Rathenau Instituut

Het Rathenau Instituut organiseert op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Dialoogprogramma digitale toekomst. Het instituut heeft het programma in drieën verdeeld. Het eerste deel, waarvan de resultaten nu worden gepubliceerd, focust op digitale technologie en sociale relaties. Later volgen digitalisering en democratische samenleving, en digitalisering en de leefomgeving.

Uit de eerste serie gesprekken blijkt dat de deelnemers bang zijn dat digitale metgezellen de vriendschappelijke en liefdesrelaties met mensen vervangen. Daardoor, zo vrezen ze, raken sociale interacties uitgehold en komt het vermogen tot menswaardig samenleven onder druk.

De opdracht die burgers geven aan beleidsmakers, politici en zichzelf: bepaal de grenzen van AI en digitale technologie in ons emotionele, sociale en liefdesleven. Zorg daarbij dat digitale technologie onze sociale relaties verrijkt in plaats van verarmt.

Een chatbot die zich voordoet als vriend of die een overleden dierbare simuleert. Het zijn twee voorbeelden van nieuwe technologie die een plek inneemt in ons sociale leven. Deze systemen vormen een fundamentele verschuiving in onze relaties tot machines. Eerder verbond digitale technologie mensen met elkaar. Nu gaan mensen een persoonlijke en intieme relatie aan mét de technologie. Deze ontwikkeling roept nieuwe sociale en ethische kwesties op: hoe dichtbij mag technologie komen? En hoe kunnen samenleving en politiek deze ontwikkeling in goede banen leiden? Dat vraagt om beleid.

Om dat beleid vorm te geven is het niet alleen van belang om bovenstaande ontwikkelingen te volgen, maar ook om te begrijpen wat deze ontwikkelingen betekenen in het toekomstige dagelijks leven van burgers. Welke veranderingen zien zij als een gewenste aanvulling, en welke baren hen zorgen? Door zicht te krijgen op een brede diversiteit aan perspectieven, krijgen beleidsmakers en politici scherper in beeld hoe we willen samenleven in de toekomst, en hoe zij daarop kunnen sturen.
Doel en aanpak

Het Rathenau Instituut heeft op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Dialoogprogramma digitale toekomst georganiseerd. Het dialoogprogramma beslaat drie inhoudelijke thema's: digitalisering en sociale relaties (dit rapport), digitalisering en democratische samenleving (volgt), en digitalisering en de leefomgeving (volgt). Per thema voeren we dialogen in vier provincies, zodat we aan het einde van het programma in alle provincies van Nederland mensen hebben gesproken.

Voor dit rapport voerden we gesprekken in Groningen, Drenthe, Zuid- Holland en Zeeland. Vragen die we stelden, zijn bijvoorbeeld: hoe kan opkomende digitale technologie sociale relaties in de toekomst versterken? Wanneer kan het in de weg gaan staan? Hoe ziet een menswaardige digitale toekomst eruit?

Het doel van de dialogen is om publieke en politieke oordeelsvorming over de toekomstige digitale samenleving te versterken. Dit doen we door een breed scala van mensen met uiteenlopende achtergronden en perspectieven te betrekken.

We organiseerden twee burgerpanels waarin een groep mensen met uiteenlopende achtergronden en perspectieven een dag lang met elkaar in gesprek ging. Daarnaast organiseerden we kortere, laagdrempelige dialoogsessies met een klein aantal deelnemers in verschillende maatschappelijke settings, zoals middelbare scholen en bibliotheken. Ook hielden we bijeenkomsten met ervaringsdeskundigen met een licht-verstandelijke beperking.

Opbrengst van de dialogen

De dialogen brachten een brede waaier aan inzichten aan de orde. Deze inzichten hebben wij geordend in drie categorieën, aan de hand van de plek die de besproken digitale technologie inneemt in het sociale leven.

In de eerste categorie neemt digitale technologie een plek in tussen mensen. Deelnemers staan nu en in de toekomst open voor digitale technologie die contact en relaties tussen mensen ondersteunt en mogelijk maakt. Zo zien zij dat mensen online meer vrijheid hebben om zichzelf te ontdekken, mogelijkheden hebben om een partner te vinden en om contact te onderhouden, zelfs als dit door fysieke afstanden of beperkte mobiliteit lastig is. Tegelijkertijd worstelen deelnemers met de veiligheid van online contact, en de bescherming van hun privacy. Naarmate digitale technologie het makkelijker maakt om via digitale simulaties en hologrammen op afstand 'aanwezig' te zijn, groeien ook de zorgen over authenticiteit en veiligheid. Deelnemers vragen zich af hoe ze in de toekomst zeker kunnen weten dat ze echt hun beste vriend, tante of geliefde zien of aan de lijn hebben.

In de tweede categorie gaat het over interacties tussen mens en machine, met als doel om contact tussen mensen te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het oefenen met sociale vaardigheden of het uitproberen van intieme handelingen in een veilige virtuele omgeving. Ook voor deze categorie staan de deelnemers open, maar ze zijn tegelijkertijd kritisch: kun je sociale ontmoetingen niet beter leren van een mens dan van een computer? Aan de inzet van chatbots als therapeut willen deelnemers graag duidelijke voorwaarden stellen: gebruik is tijdelijk, vindt plaats onder professioneel toezicht en wordt ontwikkeld en ingezet volgens bewezen therapeutische richtlijnen. Ook zijn deelnemers er niet gerust op dat hun persoonlijke gegevens voldoende beschermd worden. Bij rouwtechnologie zijn de zorgen nog uitgesprokener. Deelnemers vinden dat privacybescherming en zelfbeschikking niet ophoudt bij overlijden. Ze willen recht op digitale sterfelijkheid.

In de derde categorie is de mens-machine-relatie een doel op zich. Voorbeelden van toepassingen als digitale vrienden en partners veroorzaakten ongemak en verontwaardiging bij deelnemers, omdat het belangrijke waarden als oprechtheid en authenticiteit onder druk zet. Ook maken deelnemers zich zorgen over het welzijn van mensen als zij langere tijd dergelijke systemen gebruiken. Het gaat dan bijvoorbeeld over afhankelijk worden van een digitale 'metgezel', en het verlies van sociale vaardigheden, zoals omgaan met verschillen tussen vrienden, met tegenspraak van geliefden en tegenslag als rouwverwerking, zorgen voor elkaar en empathie voelen.

Deze zorgen van deelnemers hielden verband met hun inzicht dat een belangrijk aspect van het menszijn onder druk komt te staan. Relaties tussen mensen zijn essentieel voor een menswaardig bestaan. Ze zijn betekenisvol doordat ze wederkerig zijn en omdat er sprake is van medemenselijkheid. Beide partijen kunnen geleefde ervaringen en emoties delen. Een machine simuleert dit slechts. De deelnemers maken zich zorgen dat frictieloos contact er uiteindelijk toe leidt dat mensen niet meer de vaardigheden bezitten die nodig zijn voor essentiële aspecten van het menselijk leven. Denk bijvoorbeeld aan vriendschap, liefde en naast en met elkaar leven. Met andere woorden, ze zijn bang voor het verloren gaan van betekenisvolle verbinding met anderen. Deelnemers hebben het gevoel dat intieme relaties tussen mensen en machines de voorwaarden aantasten waaronder we mens kunnen zijn. Het risico bestaat dat opkomende digitale technologie die sociaal contact belooft, ongemerkt onze sociale interacties uitholt, en zo ons vermogen tot menswaardig samen leven onder druk zet.

Naar een beleidsagenda voor een menswaardige digitale toekomst

Opkomende digitale technologie, en daaraan verbonden ethische vragen, staan op het netvlies van Nederlandse en Europese beleidsmakers. Tegelijkertijd is er nog weinig aandacht voor de nieuwe lichting digitale systemen en de zorgen die uit deze dialogen naar voren komen. Het stimuleren van een menswaardige samenleving zien we daarom als de centrale opgave voor de toekomstige digitale beleidsagenda.

We formuleren drie lijnen voor deze agenda. Lijn 1 is gericht op individuele menswaardigheid en bouwt voort op het huidige digitaliseringsbeleid. Naast het stimuleren van de ontwikkeling van technologie is daarin aandacht voor het verankeren van individuele mensenrechten en waarden zoals privacy, autonomie en veiligheid in het ontwerp van digitale systemen. Menswaardigheid vormt het fundament onder deze individuele mensenrechten. In deze lijn doen we drie aanbevelingen: het aanscherpen van bestaande juridische kaders, het versterken van toezicht en handhaving en het bevorderen van verantwoorde technologieontwikkeling.

Lijn 2 gaat uit van objectieve, of collectieve menswaardigheid, waarbij de mens als zodanig bescherming verdient, bijvoorbeeld tegen commercialisering en uitbuiting. We zijn daar vanuit de biotechnologie al aan gewend: aan de mens mag niet gesleuteld worden en menselijk materiaal mag geen verdienmodel worden. De 'digitale mens' dient echter steeds vaker als handelswaar. De nieuwe lichting digitale systemen, gericht op het tot stand brengen van mens-machine-relaties, commercialiseert bovendien onze meest intieme ervaringen op het gebied van liefde, vriendschap en rouw – essentiële zaken die ons mens maken. De aanbeveling in deze lijn is daarom om regulering te ontwikkelen om de commercialisering van intieme relaties te begrenzen.

Lijn 3 vormt het nieuwste pad voor het digitaliseringsbeleid en is gericht op hoe de nieuwe lichting systemen menswaardig samen leven onder druk zet. Liefde, vriendschap en intimiteit krijgen alleen vorm in relaties met anderen. Deze relaties zijn onontbeerlijk voor een menswaardig bestaan. Dat betekent dat de overheid niet alleen moet kijken naar technologieregulering, maar ook naar de samenleving. Dit kan door burgers te ondersteunen hoe zij verantwoord met nieuwe technologie om kunnen gaan. En door de maatschappelijke tendensen te adresseren die een digitale 'metgezel' zo aantrekkelijk maken, zoals toenemende eenzaamheid en druk op mentaal welzijn.

In de politiek en het beleid is er nog weinig aandacht voor de 'nieuwe lichting' digitale systemen, die gericht zijn op het simuleren en vervangen van menselijk contact, en hoe dat een menswaardige samenleving onder druk kan zetten. De opbrengst van de dialogen toont een duidelijke maatschappelijke opgave voor de toekomst: bepaal de rol en grenzen van digitale systemen in de emotionele, sociale en relationele sfeer en zorg dat digitale technologie onze sociale relaties verrijkt in plaats van verarmt. Kortom, investeer in een menswaardige, digitale samenleving.

In dit hoofdstuk (hoofdstuk 2 van het rapport) presenteerden we een breed scala aan inzichten over de wenselijke en niet wenselijke digitale toekomst aan de hand van de plek die digitale systemen in kunnen nemen binnen sociale relaties. Eén inzicht bleek breed gedragen. Tijdens de sessies was het moeilijk voor deelnemers met gewenste toekomsten te komen. Verreweg de meeste deelnemers hadden het gevoel geen controle te hebben over de digitale toekomst. Veel van de toekomstbespiegelingen vertrokken vanuit het idee dat de digitalisering toch wel komt, ook al waren de meeste mensen het niet eens over de richting die het nu op lijkt te gaan.

Ten eerste bespraken we in dit hoofdstuk de veelal bestaande digitale toepassingen zoals sociale media, locatietrackers en datingapps, die mensen verbinden met anderen. Er kwam een gemengd beeld op: deelnemers kennen de gevaren rondom veiligheid, privacy en vertrouwen en maken zich daar zorgen over. Verder zijn er zorgen dat digitalisering de ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen inperkt. Tegelijkertijd zien deelnemers de voordelen van de vele mogelijkheden om digitaal met anderen verbonden te zijn. Toch blijft fysiek contact altijd de voorkeur houden bij de meeste deelnemers.

Ten tweede presenteerden we inzichten over systemen die gericht zijn op mens-machine-interacties die menselijke relaties ondersteunen. Deelnemers zagen voordelen in therapiebots, deepfakes of virtuele werkelijkheden die snel hulp kunnen bieden, om je sociale vaardigheden te oefenen of om afscheid te nemen van een overleden dierbare. Toch zijn deelnemers over het algemeen terughoudender over deze tweede categorie, want er zijn duidelijk nadelen. Voorbeelden zijn dat je iemand voorliegt (knuffelrobot Paro), dat er (nog) geen richtlijnen zijn (digitale therapeut) of dat je geen controle hebt over je gevoelige gegevens. Zeker over rouwbots hadden mensen twijfels omdat ze controle willen hebben over wat er met hun stem en beeltenis gebeurt na het leven.

Ten derde gingen we in op toepassingen die louter dienen om een langdurige liefdes- of vriendschapsrelatie met de machine zelf op te bouwen. Daarover hadden de deelnemers de sterkste zorgen. Deze zorgen hielden verband met hun inzicht dat een belangrijk aspect van het menszijn onder druk komt te staan. Mens-mens-relaties zijn essentieel voor een menswaardig bestaan. Deelnemers vroegen zich: als mensen zich verliezen in frictieloze sociale relaties met door AI-gedreven chatbots, verliezen zij dan essentiële sociale vaardigheden die nodig zijn om betekenisvolle verbindingen met andere mensen te maken? Bij rouwtechnologie speelt een vergelijkbare vraag. Verliezen mensen zich in het AI-contact? Leren mensen met het verlies van een dierbare te leven?

Een toekomst waarin we op grote schaal aspecten van ons sociale leven uitbesteden aan toepassingen van AI is voor veel deelnemers een schrikbeeld. Het bedreigt de voorwaarden voor menswaardig samenleven. Dat het gaat om kwetsbare mensen die ontvankelijk kunnen zijn voor digitale toepassingen die sociale, menselijke contacten vervangen, versterken de zorgen. Juist daarom vonden deelnemers het commerciële karakter van deze toepassingen problematisch. Dat kwam terug als het over verantwoordelijkheid ging: opkomende digitale technologie moet meer gereguleerd worden, we moeten kwetsbare mensen beschermen, en het is tijd om in te zetten op niet-digitale oplossingen voor de groeiende eenzaamheid in de samenleving. 

Het stimuleren en beschermen van een menswaardige samenleving zien we als de centrale opgave voor een toekomstige digitale beleidsagenda.

In hoofdstuk 3 van het rapport werken we uit wat deze opgave betekent. We formuleren drie lijnen, die we per paragraaf uitwerken. Alle drie de lijnen zijn gericht op het bevorderen van menswaardigheid, maar belichten elk een andere dimensie daarvan.

Lijn 1: Blijf inzetten op de ontwikkeling van menswaardige systemen 

(Zie rapport, paragraaf 3.2)

De eerste lijn is gericht op individuele menswaardigheid en bouwt voort op de huidige benadering van het digitaliseringsbeleid. Centraal in dit beleid staat het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe digitale technologie. Daarnaast is er aandacht voor het verankeren van mensenrechten en waarden zoals privacy, betrouwbaarheid en autonomie in het ontwerp van digitale systemen. De gedachte van deze verankering is dat mensen zelf moeten kunnen kiezen voor bijvoorbeeld het gebruik van een 'AI-metgezel', mits het systeem zorgvuldig omgaat met persoonlijke gegevens, hen niet misleidt en betrouwbare adviezen geeft. Hier ligt waardigheid besloten in de bescherming van individuele (keuze)vrijheid en autonomie. Menselijke waardigheid is hierbij het fundament onder individuele mensenrechten (zie voor meer uitleg Kader: Menselijke waardigheid als mensenrecht, p. 39). De aanbevelingen in deze lijn bestaan uit het aanscherpen en verhelderen van bestaande juridische kaders, het versterken van toezicht en handhaving en het bevorderen van verantwoorde technologieontwikkeling.

Lijn 2: Ontwikkel regulering om commercialisering van intieme relaties te begrenzen 

(Zie rapport, paragraaf 3.3)

De tweede lijn roept een fundamentelere vraag op, en is gericht op de beschermingswaardigheid van de mens als zodanig. Dit wordt de objectieve, ook wel collectieve dimensie van menselijke waardigheid genoemd (Van Beers, 2010), zie kader: Menselijke waardigheid als mensenrecht, p. 39). De gedachte is dat onder omstandigheden de vrijheid van het individu ingeperkt kan worden, als de beschermwaardigheid van de mens zelf op het spel staat. Er is dus sprake van een 'ondergrens', niet alles mag. In de biomedische wereld vormt dit perspectief de legitimering voor overheidsingrijpen: aan de mens dient niet gesleuteld te worden. Ook commercialisering en uitbuiting van het menselijk lichaam wordt op deze manier beschermd: menselijk materiaal mag geen verdienmodel worden. Individuele mensenrechten kunnen de mens als zodanig hier onvoldoende beschermen (Van Beers, 2010, 2025). Dan kan een beroep worden gedaan op menselijke waardigheid als zelfstandig rechtsbeginsel en mensenrecht om de ontwikkeling of het gebruik van technologie te begrenzen.

In dit licht wordt steeds vaker de toenemende commercialisering van de mens in de digitale wereld als een probleem gezien (Stellinga et al., 2025; Wang en Blok, 2025; Roessler 2015; Zuboff, 2019). In de digitale wereld wordt de mens vaak gereduceerd tot handelswaar – dat is mensonwaardig. Voor het reguleren van digitale technologie is de collectieve dimensie nog ongebruikelijk, maar wel aan een opmars bezig (Van Beers, 2025). Bozdag (2024) markeert de nieuwe lichting systemen die gericht zijn op het simuleren en vervangen van menselijk contact als volgende stap in dit proces, en noemt dit de opkomst van de 'intimiteitseconomie'. Ook onze meest intieme ervaringen op het gebied van liefde, vriendschap en rouw – essentiële zaken die ons tot mens maken – kunnen nu gereduceerd worden tot handelswaar. De opbrengsten van de dialogen sluiten hierbij aan en roepen daarmee de vraag op of er geen fundamentelere begrenzing nodig is dan individuele mensenrechten kunnen bieden. Daarom is de aanbeveling in deze tweede lijn om de komende jaren regulering op basis van de collectieve dimensie vorm te geven.

Lijn 3: Verbreed de beleidsfocus naar menswaardig samenleven 

(Zie rapport, paragraaf 3.4)

Dit punt brengt ons bij de derde lijn, die gericht is op menswaardig samenleven. Want liefde, vriendschap en intimiteit zijn niet enkel zaken van het individu, die krijgen alleen vorm in relaties met anderen, en zijn van wezenlijk belang voor ons menszijn. Want hoe privacyvriendelijk en betrouwbaar bijvoorbeeld een 'AI-metgezel' ook wordt ontworpen, in de basis blijft een dergelijk systeem gericht op het simuleren en vervangen van menselijk contact. En juist die eigenschap kan menselijke waardigheid tekortdoen.

Het gaat hier dus om menswaardigheid in relatie tot anderen. Stellinga et al. (2025) verwijzen hiervoor naar Arendt (1981, 2013), die stelde dat mensen betekenis geven aan hun omgeving – in en door interactie met anderen. Dat is een essentieel onderdeel voor een menswaardig bestaan. Daar hoort ook bij dat mensen deel uitmaken van een gemeenschap en dat ze kunnen handelen in een democratische samenleving (Stellinga et al., 2025). Het risico bestaat dat digitale systemen bijdragen aan de uitholling van gemeenschapsbanden, van publieke deliberatie en van collectieve actie (De Alencar, 2025). Inmiddels laat empirisch onderzoek ook zien hoe wezenlijk sociale verbindingen zijn voor de gezondheid van mensen: 'het verschil in levensverwachting tussen mensen die wel of niet sociaal verbonden zijn, is zelfs even groot als tussen mensen die dagelijks tot vijftien sigaretten roken of helemaal niet roken', aldus RVS in het rapport 'Gezond Verbonden' (RVS, 2026). Het is dus zaak dat beleid en politiek het belang van sociale relaties erkennen voor een menswaardig bestaan, en dit belang verankeren in beleid, wetgeving, systemen én de samenleving.