Outing en naambeleid: waarom online omgevingen niet inclusief zijn
Waarom voelen mensen zich niet vrij en veilig op apps, platforms en andere online omgevingen? Welk gedrag en welke ontwerpkeuzes spelen daarbij een rol? Voor antwoorden op deze vragen hielden onderzoekers van het Rathenau Instituut ontwerpsessies met lhbtiq+-personen. Zij hebben online overmatig te maken met schadelijk gedrag, uitsluiting en ontwerpkeuzes die hun zeggenschap beperken. Onderstaande fictieve casus over Benjamin is gebaseerd op de ervaringen van lhbtiq+-personen.
Waarschuwing: deze casus bevat aanstootgevende en haatdragende termen en concepten. Uit overwegingen van transparantie en urgentie hebben we ervoor gekozen deze termen letterlijk weer te geven.
Benjamin, 34 jaar
Benjamin is een vierendertigjarige homoseksuele man die gelukkig samenwoont met zijn partner in Amsterdam. Hij komt oorspronkelijk uit Zeeland en heeft als jongere nooit durven dromen over het vrije leven dat hij nu leidt met zijn man Youssef. Benjamin groeide op in een strenggelovig gezin, waardoor het proces van zelfacceptatie voor hem een uitdaging was.
Als Benjamin veertien jaar is, beseft hij dat hij zich aangetrokken voelt tot jongens in plaats van meisjes. Hij krijgt een warm gevoel als hij voor het eerst de glimlach van zijn klasgenoot Kees ziet. Benjamin durft zijn gevoelens voor Kees niet te delen uit angst voor afwijzing. Hij kent geen andere jongens die ook homoseksueel zijn en zijn ouders spreken openlijk hun afkeuring uit over homoseksualiteit.
Acceptatie
Een paar jaar na zijn veertiende begint Benjamin zijn seksualiteit te ontdekken door op internet te lezen over homoseksualiteit. Ook besluit hij via een gaydatingapp in contact te komen met andere gayjongens van zijn leeftijd. Zo ontmoet hij zijn eerste vriendje. Door deze relatie voelt Benjamin zich voor het eerst volledig geaccepteerd en kan hij helemaal zichzelf zijn in het bijzijn van zijn vriend. Het blijft echter moeilijk voor Benjamin, omdat hij de relatie moet verbergen voor zijn ouders. Als de relatie eindigt, verhuist Benjamin naar Amsterdam. Daar ontmoet hij via vrienden zijn grote liefde, Youssef.
Zelfcensuur en outing
Benjamin weet dat zijn ouders het nooit accepteren als hij thuiskomt met een man als partner in plaats van een vrouw. Daarom houdt hij ook zijn relatie met Youssef geheim voor zijn familie. Dit is nu makkelijker omdat hij fysiek verwijderd is van zijn ouders. Daarnaast doet Benjamin zeer bewust aan zelfcensuur op sociale media. Zijn ouders en familieleden zijn namelijk ook actief op sociale media. Zo plaatst Benjamin geen foto's met zijn partner Youssef, liket hij geen lhbtiq+-gerelateerde content en volgt hij bijvoorbeeld geen belangenorganisaties voor lhbtiq+-rechten. Benjamin probeert hiermee te voorkomen dat hij via sociale media geout kan worden bij zijn ouders en andere familieleden. Outing is het ongevraagd kenbaar maken van iemands seksuele identiteit aan anderen. Helaas gaat dit toch mis als een van Benjamins vrienden een foto van hem en Youssef plaatst en hen daarin tagt. Benjamins ouders zien dit en verbreken het contact met hem.
Ook Benjamins partner Youssef doet overigens noodgedwongen aan zelfcensuur. Vanwege het authentieke naambeleid van veel platformen zijn gebruikers verplicht de naam uit hun identiteitsbewijs te gebruiken voor hun socialemediaprofiel. Youssef heeft nog goed contact met zijn familie in Saudi-Arabië en bezoekt hen regelmatig. In Saudi-Arabië staat de doodstraf op homoseksualiteit, waardoor ook Youssef zijn socialemediaprofiel moet censureren op lhbtiq+-gerelateerde content om zijn familie te kunnen blijven opzoeken.
Wat gaat er hier mis?
Platformen hebben vaak 'openbaarheid als standaardinstelling'. Volgens media-antropoloog Alexander Cho is dat een reden waarom lhbtiq+-personen zich hyperbewust zijn van hun online zichtbaarheid. Dit demonstreert zich in het volgende: als een lhbti+-persoon een queerorganisatie start te volgen op bijvoorbeeld Facebook is dat zichtbaar voor al diens Facebookvrienden. Hierdoor ontstaat er een zogeheten 'context collapse' waarbij verschillende contexten van iemands sociale leven, zoals vrienden, familie, collega's samenvoegen terwijl die offline gescheiden kunnen zijn. Voor lhbtiq+-personen kan dit zeer onwenselijk zijn als het bijvoorbeeld niet veilig is om bij hun familie of werkgever hun queeridentiteit te laten zien. Daarom zijn er lhbtiq+-personen die op sociale media hun lhbitq+-identiteit niet uiten. Ze plegen bijvoorbeeld zelfcensuur op onderwerpen als seksuele oriëntatie en politiek, uit angst voor ongewenste zichtbaarheid en context collapse.
Zelfcensuur en outing
Naast context collapse zijn ook mogelijke censuur op lhbtiq+-content vanuit platformen en haatuitingen vanuit andere gebruikers redenen waarom lhbtiq+-personen online vaker aan zelfcensuur doen. Dit kan je het 'chilling effect'' noemen: Als iemand bang is om zichzelf te uiten uit angst voor repressie en daardoor aan zelfcensuur doet. Het kan bijdragen aan de onzichtbaarheid van bepaalde mensen of uitingen in het publieke debat.
Online kunnen lhbtq+-personen worden geout door andere gebruikers of door mechanismen afkomstig uit platformontwerp zoals context collapse. Outing is het ongewenst openbaar maken van iemands seksuele identiteit of genderidentiteit. Dit kan gebeuren door andere gebruikers of door het platform bij bijvoorbeeld context collapse.
Authentiek naambeleid en verificatie
Communicatiewetenschapper Tarleton Gillespie merkt op dat sinds een aantal jaar steeds meer platformen, zoals Facebook en LinkedIn, een authentiek naambeleid hanteren. Dit houdt in dat gebruikers verplicht zijn een gebruikersnaam te kiezen die identiek is aan hun naam zoals vermeld in hun identiteitsbewijs. Een authentiek naambeleid verwerpt daarmee de mogelijkheid tot anonimiteit of pseudonimiteit.
Het authentieke naambeleid maakt het ingewikkeld voor trans personen of non-binaire personen die inmiddels met een andere naam door het leven gaan dan vermeld op hun paspoort. Communicatiewetenschapper Vanessa Kitzie benadrukt het belang van anonimiteit voor lhbtiq+-personen, omdat dit aan hen juist de mogelijkheid biedt informatie te zoeken zonder dat hun identiteit daarbij wordt vrijgegeven.
Het authentieke naambeleid resulteert er verder in dat platformen, zoals LinkedIn, gebruikers de mogelijkheid bieden zichzelf te verifiëren. Door jezelf als gebruiker te verifiëren kan je bewijzen dat je een 'echt' persoon bent. Het addertje onder het gras van deze functionaliteit is dat gebruikers zich alleen kunnen verifiëren indien zij een gebruikersnaam hebben die hetzelfde is als de naam in hun officiële identiteitsbewijs. Gevolg is dat trans personen en non-binaire personen die een andere naam gebruiken dan op hun identiteitsbewijs, zichzelf niet kunnen verifiëren en daarmee kans hebben als minder betrouwbaar te worden gezien op het platform.