calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Wat vinden Tilburgers van het dier als donor?

Foto: Ben Mater via Unsplash

Image
Een vrouw met een varken
Het Rathenau Instituut organiseert met NEMO Kennislink door het hele land de Donordier-dialoog. We spreken over het gebruik van dieren om voor mensen organen in te groeien. Midden oktober waren we in Tilburg. Daar vroegen we een groep ouderen en de bezoekers van het Living Museum naar hun ideeën bij het dier als donor. Een verslag.

In het kort:

  • Net als in de eerdere dialogen is dierenwelzijn een belangrijk thema.
  • De meeste ouderen vinden donordieren vooral voor jonge mensen een goede mogelijkheid.
  • Deelnemers in het Living Museum denken dat wetenschappelijke ontwikkeling niet tegen te houden is.

In Tilburg staan twee dialogen op de planning. De dialogen zijn onderdeel van de Donordier-dialoog, een brede maatschappelijke dialoog van het Rathenau Instituut en NEMO Kennislink. Eerder waren we in Leeuwarden waar we spraken met een een klas 6-vwo’ers, en in Den Bosch waar we op een beurs voor de varkenshouderij in gesprek gingen. In Tilburg spreken we in buurtcentrum Zuiderkwartier met een groep ouderen. Later op de dag begeven we ons naar het Living Museum. Daar zullen we praten met personen die dakloos, verslaafd of psychisch in de war zijn geweest.

In de donordialoog staat de volgende vraag centraal: wat vinden Nederlanders van het laten groeien van organen in dieren, geschikt voor transplantatie naar de mens? Het doel van de maatschappelijke dialoog is om zo veel mogelijk ideeën, vragen en zorgen over het gebruiken van dieren voor orgaandonatie te verzamelen, van burgers met verschillende achtergronden, leeftijden en overtuigingen. Met de mensen die we in Tilburg spreken verwachten we nieuwe perspectieven en meningen over het dier als donor op te halen.

Buurtcentrum Zuiderkwartier

​​Het Zuiderkwartier is een buurtcentrum en ontmoetingsplek voor bewoners van de drie Tilburgse wijken Trouwlaan, Uitvindersbuurt en Zeeheldenbuurt. Het buurtcentrum organiseert allerlei activiteiten voor bewoners uit de buurt. Zo ook de huiskamer, een wekelijkse bijeenkomst waar ouderen kunnen samenkomen voor gezelschap, vermaak en lunch.

De deelnemers die naar het buurtcentrum zijn gekomen, twintig in totaal, zijn gemiddeld 75 jaar oud. Na een korte introductie krijgen ze een animatie te zien, waarin nierpatiënt Lisa de keuze krijgt: wil ze een aangepaste varkensnier? Wil ze liever gebruikmaken van een nieuwe techniek waarbij haar eigen nier groeit in een varken, die vervolgens getransplanteerd wordt? Of kiest ze ervoor om te wachten tot haar arts een geschikte menselijke orgaandonor vindt?

Bij de ouderen, is net als bij de Friese scholieren, het gebruik van dieren en dierenwelzijn een belangrijk thema. ‘Altijd weer die arme dieren’, merkt een deelnemer op. Ze vindt dat mensen dieren al zo veel gebruiken en vaak niet goed behandelen. Dat zou anders moeten. Veel anderen zijn het met haar eens. Een deelnemer vraagt zich af of het houden van dieren voor de organen geen dierenmishandeling is. Een andere deelnemer reageert: ‘Het dier staat in dienst van de mens. Wij, de mensen, staan erboven. Iemand moet de klos zijn en je kan er moeilijk mensen voor gebruiken.’

Voor jonge mensen

Zouden ze zelf een orgaan uit een dier willen, als het erop aankomt? Daar zijn de deelnemers snel uit. Het is een mooie ontwikkeling, maar niet voor hen. ‘Je kan niet eindeloos doorgaan met mensen oppimpen,’ zegt een oudere. ‘Op een moment heb je het gevoel: het hoeft niet meer. Voor jonge mensen met nog een leven voor zich is het een goede optie, maar voor mij als oudere hoeft het niet.’ Deze stelling vindt weerklank bij de anderen. Iemand beaamt: ‘Je kan het orgaan wel vervangen, maar de rest blijft toch oud.’ Op de vraag wie dan moet bepalen wanneer het genoeg is geweest, antwoorden de meesten dat dat aan de patiënt zelf is. Een harde leeftijdsgrens waarop je te oud bent om een behandeling te ondergaan, is niet te bepalen vinden ze.

Een andere deelnemer kaart aan dat het belangrijker is om eerst te zorgen voor betere zorg en thuishulp, voordat dure dier-als-donortechnieken ontwikkeld worden. Anders heeft het ook geen zin om mensen zo lang mogelijk in leven te houden. De basis van zorg moet eerst goed geregeld zijn, voordat geld wordt uitgegeven aan ingewikkelde dure technologieën.

‘We moeten geen supermensen gaan maken, dan wordt het tricky’

Living Museum

Het Living Museum in Tilburg is opgericht voor mensen met een geleefde ervaring, bijvoorbeeld in de psychiatrie, verslaving of dakloosheid. Het museum is vrij te bezoeken voor ieder die wil. Het museum is een ontmoetingsplek en atelier in een. Iedereen die het museum binnenstapt is kunstenaar: bezoekers kunnen hier hun ervaringen omzetten in kunst. Overal hangen kunstwerken aan de muur en de ruimte staat vol met vrij te gebruiken materialen om te schilderen, te mozaïeken of te musiceren. Als we aankomen zit een aantal bezoekers te praten, te tekenen of te schrijven aan een grote tafel, met koffie en gebakjes in het midden. Aan een dialoog over het dier als donor doet het merendeel graag mee.

Bij de negen deelnemers zijn de meningen verdeeld na de animatie. Mag je een dier zo gebruiken? Net als bij de dialoog eerder op de dag bij de ouderen zijn er veel vragen en zorgen over dierenwelzijn en de relatie tussen mens en dier. Waar de oudere bezoekers van het Zuiderkwartier het erover eens zijn dat donordieren een goede ontwikkeling zijn die vooral bij jonge mensen gebruikt kunnen worden om levens te redden, denken sommige bezoekers in het Living Museum hier anders over. Zo is er een deelnemer die absoluut geen orgaan uit een dier wil, ook niet als dat zou betekenen dat ze aan de dialyse moet.

Wetenschap is niet te stoppen

Een deelnemer in het museum is onder de indruk van hoe ver de wetenschap is, en wat er allemaal mogelijk is. Wel maakt hij zich zorgen dat de wetenschap soms te ver gaat. Maar het laten groeien van een nier gemaakt van je eigen cellen in een dier, dat zou een goede ontwikkeling zijn. Iemand reageert: ‘We moeten geen supermensen gaan maken, dan wordt het tricky. Als die kennis er is kan die ook misbruikt worden, maar als het medisch verantwoord kan en voor een goed doel is dan ben ik er wel voor.’

Tegelijkertijd leeft bij de deelnemers het idee dat de ontwikkeling van donordieren niet tegen te houden is. De moderator vermeldde aan de start van de dialoog dat het geschetste toekomstbeeld een mogelijk toekomstperspectief betreft, en dat het nog maar de vraag is of de toepassing er ooit komt. Desondanks zijn velen ervan overtuigd dat donordieren er komen. Iemand zegt: ‘Technologische ontwikkeling is als een trein die je niet kan stoppen’. Een ander merkt op dat je wel regels kan opstellen, en dat het belangrijk is om in Nederland en daarbuiten afspraken te maken over wat wel of niet is toegestaan als het op onderzoek aankomt. De deelnemers vinden het lastig om de vraag te beantwoorden of onderzoek ook in Nederland mogelijk moet zijn. Iemand zegt: ‘Ik denk dat als je onderzoek toestaat, je impliciet zegt dat je het goedkeurt als land. En dat gaat mij iets te ver.’

Alternatieven

De deelnemers zijn verdeeld over de vraag of (onderzoek naar) het gebruiken van dieren om er organen in te laten groeien moet worden toegestaan. Er is wél overeenstemming over het belang van onderzoek naar alternatieven, dus zonder donordieren, om het tekort aan donororganen op te lossen. ‘Bijvoorbeeld door meer in te zetten op preventie van ziekten zodat er minder organen nodig zijn.’ oppert een deelnemer. Een ander ziet wel wat in het kweken van een orgaan in een lab, net als kweekvlees. Of deze opties een alternatief bieden en op welke termijn blijft de vraag. Desalniettemin vinden de bezoekers de alternatieven het onderzoeken waard.

Eerdere dialogen

Door zo veel mogelijk verschillende groepen mensen te betrekken in de Donordier-dialoog kunnen we een compleet beeld schetsen van de zorgen, angsten en vragen rond dit onderwerp. Naast de dialogen in Tilburg voor ouderen en mensen met een geleefde ervaring organiseerden we ook dialogen in Leeuwarden (voor 6-vwo’ers), Den Bosch (varkensboeren, dierenartsen en sectorspecialisten) en Amsterdam (breed publiek). Er staan nog dialogen op het programma in Leiden (breed publiek) en twee in Utrecht (burgers met migratieachtergrond en studenten diergeneeskunde).

 

Meer over donordieren: