Internationale vergelijking omvang R&D-personeel

Geld

Datapublicatie

In deze datapublicatie tonen we voor een aantal landen het aandeel van het R&D-personeel ten opzichte van de beroepsbevolking. We maken daarbij onderscheid in de categorieën 'onderzoekers' en 'overig R&D-personeel'.

In het kort

  • In 2024 werkten 19 van de 1.000 mensen van de Nederlandse beroepsbevolking in R&D.
  • Finland, Denemarken en Zuid-Korea hebben het hoogste aandeel R&D-personeel. Nederland is zesde van de vergelijkingslanden, net boven Duitsland, Noorwegen en Zwitserland.
  • Vergeleken met 2013 (laatste trendbreuk) is dit met 3 personen per 1.000 leden van de beroepsbevolking gegroeid, vergelijkbaar met de gemiddelde groei in de EU.

Finland aan kop

In Finland werken relatief gezien de meeste werkers in R&D: 23 van elke 1.000 leden van de beroepsbevolking. In 2023 was dit België. Denemarken en Zuid-Korea hebben 22 en België 21 werkers in de R&D per 1.000 personen beroepsbevolking. In Nederland is dit aantal 19. Nederland zit daarmee boven de EU27- en OESO-gemiddelden van 15. Finland heeft ook de meeste onderzoekers per 1.000 personen beroepsbevolking: 18. In Nederland zijn het er 12 van de 1.000. Dat is boven de EU27- en OESO-gemiddelden van 10.


Stijging sinds 2013

De achterliggende data tonen sinds 2013 een toename voor het merendeel van de landen in zowel het aandeel R&D-personeel als het aandeel onderzoekers. Landen met een sterke groei van het totale R&D-personeel zijn bijvoorbeeld Belgié, Zuid-Korea, Polen, Griekenland en China. Het aandeel onderzoekers neemt sterk toe in onder meer China, België en Zuid-Korea. Het aantal onderzoekers per 1.000 personen lag in Nederland in 2011 nog onder het OESO-gemiddelde. In 2024 ligt het twee procentpunten boven het OESO-gemiddeld van 2023 en het EU27-gemiddelde. 
 

Voor een uitleg van de gebruikte definities en afkortingen verwijzen we graag naar de webpagina Definities en afkortingen.

Voetnoten

    Downloads