calendar tag arrow download print
Image
factsheet
12 januari 2021

Financiering en uitvoering van R&D in Nederland

Geldstromen
Foto: NASA Gleen Research Center/Eyevine/Hollandse Hoogte
Welke financieringsbronnen heeft Research and Development (R&D) in Nederland? Dit factsheet geeft inzicht in de financiering van Nederlands onderzoek en ontwikkeling. We brengen in kaart wie het onderzoek financiert – en aan welke instellingen het onderzoek wordt uitgevoerd.

In het kort:

  • De totale omvang van de R&D-uitgaven zijn geleidelijk gegroeid, van 5.041 miljoen euro in 1990 tot 17.524 miljoen euro in 2019.
  • Bedrijven financieren iets meer dan de helft van het totaal aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingswerk (R&D) in Nederland, de rijksoverheid ongeveer een derde.
  • Het aandeel van het bedrijfsleven als uitvoerder van R&D is het grootst met 66% in 2019; daarna volgen het hoger onderwijs met 28% en uiteindelijk de researchinstellingen met 6%.

De Nederlandse R&D wordt uitgevoerd door verschillende soorten organisaties en gefinancierd uit verschillende bronnen. In 2019 was er 17,5 miljard euro beschikbaar voor onderzoek. Het bedrijfsleven is zowel de grootste financier als de grootste uitvoerder van wetenschappelijk onderzoek. Naast het bedrijfsleven is de overheid een belangrijke financieringsbron en krijgen Nederlandse onderzoekers geld uit het buitenland (bijvoorbeeld de Europese onderzoeksprogramma’s) en andere partijen, zoals private non-profit organisaties. Onderzoekers voeren hun onderzoek uit binnen bedrijven, hoger onderwijsinstellingen en andere researchinstellingen, zoals de NWO-instituten of het RIVM.

In onderstaande tabel wordt aangegeven wie in 2018 de financiers zijn van R&D in Nederland, wat ze hebben uitgegeven en door welke type organisatie deze R&D is uitgevoerd. (Deze gegevens zijn voor 2019 nog niet beschikbaar.)

Uitvoerende sectoren Financierings-bron: Bedrijven Financieringsbron: Overheid Financieringsbron: Overige Nationale bronnen Financierings-bron: Buitenland Totaal per Uitvoerende sector
Bedrijven 8905 707 101 1285 10998
Hoger onderwijs 399 3458 298 429 4585
Research-instellingen 89 731 16 135 971
Totaal per Financieringsbron 9393 4896 416 1849 16554

Financiering van R&D

De uitgaven voor R&D in Nederland worden gefinancierd uit verschillende bronnen: de Rijksoverheid, bedrijven, overige nationale bronnen en het buitenland.

57%
Bedrijfsleven
30%
De Rijksoverheid
11%
Buitenland.

Bedrijven

Bedrijven financieren iets meer dan de helft van het totaal aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingswerk (R&D) in Nederland. Financiering van bedrijven richt zich vooral op R&D binnen het eigen bedrijf en binnen de eigen sector (80-85 procent). Daarnaast financieren Nederlandse bedrijven wetenschappelijk onderzoek bij universiteiten en researchinstellingen. Ze financieren ook R&D in het buitenland: daaraan besteden ze 3,2 miljard euro, volgens de cijfers voor 2018 van het CBS.

De rijksoverheid

De rijksoverheid financiert ongeveer een derde van de Nederlandse R&D. Overheidsfinanciering van wetenschappelijk onderzoek vindt op verschillende manieren plaats.

-    Directe overheidsfinanciering

Dit gebeurt via:

  • Vaste bijdragen aan instellingen (zogenaamde institutionele financiering of basisfinanciering). Het grootste deel van deze vaste bijdrage gaat naar de universiteiten. Daarnaast zijn er vaste bijdragen voor bijvoorbeeld hogescholen, onderzoeksinstituten van NWO en KNAW en de aan de rijksoverheid gelieerde kennisinstellingen, zoals het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
     
  • Het financieren van onderzoek via intermediaire organisaties, zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek  (NWO: instrumenten), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO: subsidies & financiering). Onderzoekers kunnen bij deze organisaties financiering aanvragen voor hun projecten binnen verschillende onderzoeksprogramma’s.
     
  • Het rechtstreeks financieren van beleidsgericht onderzoek (via de financiering van projecten of programma's).

-    Fiscale steun

Naast directe financiering voor R&D is er indirecte, fiscale steun voor R&D en innovatie. Deze fiscale steun maakt het via bijvoorbeeld belastingaftrek aantrekkelijker voor bedrijven om te investeren in R&D en innovatie. Dit is met name een belangrijk instrument binnen het innovatiebeleid van de overheid, maar word ook gebruikt om R&D te stimuleren. Dit instrument heeft aan belang gewonnen sinds het Kabinet Rutte de omslag heeft gemaakt van specifieke financiering (via programma’s en subsidies) naar generieke fiscale steun van innovatie


Fiscale stimulering is geregeld in de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), een regeling bedoeld voor bedrijven waarmee de Nederlandse overheid een deel van de kosten voor onderzoek en ontwikkelingswerk compenseert. De WBSO, die vanaf 1994 bestaat, heeft door de jaren heen een gestage groei doorgemaakt in budget en aantallen projecten. De omvang van de WBSO bedroeg in 2015 €769 miljoen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen Agentschap NL) voert namens de overheid de WBSO uit. De WBSO kent drie faciliteiten:

  • Een tegemoetkoming in de loonkosten van onderzoek en ontwikkelingswerk in de vorm van een vermindering van de af te dragen loonheffing
  • Een aftrek S&O (speur- en ontwikkelingswerk) voor zelfstandige ondernemers
  • Een extra tegemoetkoming voor startende ondernemers of ondernemingen

Vanaf 2012 is, als aanvulling op de WBSO, een nieuw fiscaal instrument in het leven geroepen, de Research & Development Aftrek (RDA). Waar de WBSO wordt gebruikt voor de personele kosten, is de RDA bedoeld voor de andere kosten die in het kader van R&D-projecten worden gemaakt (R&D-investeringen en R&D-exploitatiekosten). De omvang van de RDA in 2015 was € 238 miljoen. Per 2016 is de RDA samengevoegd met de WBSO (zie hierover de Kabinetsbrief van 7 juli 2015).

Meer over de directe overheidsfinanciering en de fiscale steun voor R&D is te lezen in de datapublicatie over de ontwikkeling van de directe en indirecte overheidssteun voor R&D in Nederland.

Fondsen

Een deel van de Nederlandse R&D wordt gefinancierd door private non-profit fondsen. De grootste bijdrage voor wetenschappelijk onderzoek komt van de gezondheidsfondsen. Nederland kent een aantal ’gezondheidsfondsen’, die zich richten op bepaalde aandoeningen of groepen van aandoeningen. De jaarverslagen van de fondsen laten zien dat ze in 2016 in totaal ruim € 171 miljoen aan wetenschappelijk onderzoek financierden. De twee grootste financiers van onderzoek zijn KWF Kankerbestrijding en de Nederlandse Hartstichting.
Negentien van deze fondsen bundelen hun krachten in de vereniging Samenwerkende GezondheidsFondsen (SGF).

Het buitenland

Naast financiering uit Nederlandse bronnen vindt de financiering van het onderzoek in Nederland ook plaats via buitenlandse bedrijven en onderzoeksmiddelen van de Europese Unie, met name vanuit de Kaderprogramma's. Buitenlandse financiering is in de loop der jaren een steeds belangrijkere bron geworden voor de Nederlandse R&D: vanaf 1994 is de financiering vanuit het buitenland geleidelijk gegroeid van € 497 miljoen tot € 2.223 miljoen in 2016. De buitenlandse financiering komt van:

  • Buitenlandse bedrijven, die vooral onderzoek in Nederlandse bedrijven financieren.
  • De onderzoeksprogramma's van de Europese Unie, met name de EU-Kaderprogramma's. Het Zevende EU-Kaderprogramma (KP7) had een looptijd van 2007-2013 met een totaalbudget van ruim € 50 miljard. Nederlandse onderzoekers wisten in deze periode 3,4 miljard euro binnen te halen, een aandeel van 7,4 procent van de totaal beschikbare middelen. Horizon 2020, de opvolger van KP7, heeft een looptijd van 2014-2020 en een totaalbudget van ruim 70 miljard euro.

In de datapublicaties over de EU-kaderprogramma's zijn ontwikkelingen te zien in de positie van Nederland in de Kaderprogramma's en het aandeel financiering van de EU-kaderprogramma's ten opzichte van de overheidsfinanciering voor R&D in Nederland.

Ontwikkelingen in de Nederlandse R&D-financiering

Onderstaande figuur laat de onderlinge verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen zien. Nederlandse bedrijven financieren ongeveer de helft van de in Nederland uitgevoerde R&D. De financiering van de overheid steeg van bijna € 3 miljard in 2001 tot € 4,9 miljard in 2018. Als aandeel van het totaal schommelde de overheidsfinanciering voor R&D tot en met 2009 rond de 35 procent. In de jaren daarna daalde hij tot 30 procent vanaf 2017. Het aandeel van het buitenland schommelt vanaf 1997 tussen 10 en 13 procent.

Uitvoering van R&D

66%
Bedrijfsleven
28%
Hoger onderwijs
6%
Researchinstellingen

De totale omvang van de R&D-uitgaven zijn geleidelijk gegroeid, van € 5.041 miljoen in 1990 tot € 17.524 miljoen in 2019. De sprongen in de uitgaven bij bedrijven in 2011 en 2013 worden verklaard door een verandering in de dataverzameling bij het CBS. Zie hiervoor de uitleg onder bovenstaand figuur en aan het einde van de factsheet.

Het aandeel van het bedrijfsleven als uitvoerder van R&D is het grootst met 66% in 2018; daarna volgen het hoger onderwijs met 28% en uiteindelijk de researchinstellingen met 6%.

Over de data