R&D-uitgaven in Nederland per uitvoerende sector en financieringsbron, type activiteit en kostensoort
Door welke organisaties wordt R&D uitgevoerd in Nederland? In deze datapublicatie geven we informatie over de organisaties die R&D uitvoeren in Nederland, onderverdeeld naar bedrijven, hoger onderwijs en researchinstellingen. We laten voor deze categorieën drie grafieken zien: de in Nederland uitgevoerde R&D onderscheiden naar a) financieringsbron, b) type R&D activiteit en c) kostensoort.
In het kort
- De meeste R&D wordt uitgevoerd door bedrijven, gevolgd door het hoger onderwijs en daarna de publieke instellingen.
- Voor alle sectoren samen gaat 47% naar toegepast onderzoek, 30% naar experimentele ontwikkeling en 23% naar fundamenteel onderzoek.
- De kosten van R&D bestaat voor 70% uit personeelskosten, 24% overige lopende kosten, 3% grond en gebouw en 3% apparatuur.
R&D-uitgaven in Nederland naar uitvoerende sector en financieringsbron
| Buitenland | PNP | Hoger onderwijs | Overheid | Bedrijven | |
| Bedrijven | 1745 | 136 | 20 | 1198 | 13613 |
| Researchinstellingen | 134 | 10 | 17 | 808 | 197 |
| Hoger onderwijs | 553 | 359 | 0 | 5045 | 370 |
| Totaal Nederland | 2432 | 505 | 37 | 7051 | 14180 |
Inhoudelijke toelichting
De totale R&D-uitgaven in Nederland bedroegen ruim 24,2 miljard euro in 2023. Hiervan werd 69% uitgevoerd door de bedrijvensector (16,7 miljard euro), 26% in de hoger onderwijssector (6,3 miljard euro) en 5% door de publieke onderzoeksinstituten (1,2 miljard euro).
Van alle in Nederland uitgevoerde R&D wordt meer dan de helft gefinancierd door bedrijven, bijna eenderde door de overheid, 10% door het buitenland en 2% door private non-profit organisaties. Waar bedrijven de belangrijkste financier zijn van de in de eigen sector uitgevoerde R&D, is de overheid de belangrijkste financier van de R&D in het hoger onderwijs en bij de researchinstellingen.
R&D-uitgaven in Nederland naar uitvoerende sector en type activiteit
| Experimentele ontwikkeling | Fundamenteel onderzoek | Toegepast onderzoek | |
| Bedrijven | 7081 | 1543 | 8086 |
| Onderzoeksinstituten | 210 | 427 | 530 |
| Hoger onderwijs | 0 | 3542 | 2786 |
| Totaal | 7291 | 5511 | 11402 |
Inhoudelijke toelichting
Als we kijken naar type activiteit, dan zien we dat voor alle sectoren samen het grootste deel toegepast onderzoek is met 47%. Verder is 30% experimentele ontwikkeling en 23% fundamenteel onderzoek. Binnen de sectoren liggen de verhoudingen anders: bij de bedrijven is 42% van uitgevoerde R&D experimentele ontwikkeling, 48% is toegepast onderzoek en 9% fundamenteel; onderzoeksinstituten kennen vooral toegepast onderzoek (45%) en fundamenteel onderzoek (37%), en nog een stukje experimentele ontwikkeling (18%). Bij de hogeronderwijsinstellingen is het experimenteel onderzoek opgenomen in de andere twee categorieën. Hier is 56% fundamenteel onderzoek en 44% toegepast onderzoek, en geen experimentele ontwikkeling.
R&D-uitgaven in Nederland naar uitvoerende sector en kostensoort
| Apparatuur | Grond en gebouwen | Overige lopende kosten | Personeelskosten | |
| Bedrijven | 547 | 381 | 3546 | 12237 |
| Researchinstellingen | 37 | 27 | 263 | 840 |
| Hoger onderwijs | 132 | 370 | 1886 | 3939 |
| Totaal Nederland | 716 | 778 | 5695 | 17016 |
Inhoudelijke toelichting
Bij de kosten zien we dat 70% van de R&D-uitgaven bestaat uit personele kosten, 24% zijn overige lopende kosten, 3% gaat naar grond en gebouwen en 3% naar apparatuur. Bij de bedrijven en researchinstellingen is de verdeling zeer vergelijkbaar. Het hoger onderwijs heeft minder personele kosten, maar besteedt meer aan overige lopende kosten en grond en gebouwen.