calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

Overheidsfinanciering van R&D

factsheet
20 mei 2021
R&D Overheidsfinanciering onderzoek

Foto: Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Image
Overheden zijn belangrijke financiers van R&D. In Nederland financiert de rijksoverheid ongeveer 30 procent van de totale R&D uitgaven. Deze factsheet geeft inzicht in de Nederlandse rijksoverheidsuitgaven aan Research & Development (R&D) en innovatie. Ook plaatst het deze uitgaven in internationaal perspectief. Daarnaast kijken we naar de regionale en Europese uitgaven.

In het kort

  • De absolute uitgaven aan R&D van de overheid stijgen van 4,7 miljard in 2012 naar 6,2 miljard in 2021.
  • OCW en EZK financieren 82% van de R&D-uitgaven.
  • De Nederlandse overheidsuitgaven aan R&D zitten net boven het EU-19 gemiddelde.

Deze factsheet is verdeeld in vijf paragrafen. We kijken naar:

  1. de rijksoverheidsuitgaven voor R&D;
  2. de rijksoverheidsuitgaven voor innovatie;
  3. de rijksoverheidsuitgaven in internationaal perspectief;
  4. regionale uitgaven;
  5. Europese uitgaven.
     


1. R&D-financiering door de rijksoverheid door de jaren heen

De overheid financiert R&D direct (via basis- of projectfinanciering) of indirect (in de vorm van fiscale steun).

De volgende figuur toont vanaf 2000 de twee vormen van overheidssteun voor R&D - zowel directe financiering als fiscale steun. De directe investeringen zijn ook weergegeven als percentage van het bruto binnenlands product om ze in de context van de economie te plaatsen.
 

         Directe en indirecte (fiscale) overheidsuitgaven aan R&D

Overheidsuitgaven en percentage bbp
Bron: Rathenau Instituut (TWIN)
Notities: De cijfers zijn gebaseerd op de diverse begrotingen van de ministeries. Het gaat om de budgetten voor R&D van de rijksoverheid: de budgetten van de provincies worden hierin niet meegenomen. Het fiscale deel betreft alleen de WBSO/RDA, die gericht is op R&D (MIA/VAMIL zijn alleen gericht op innovatie en hier niet meegenomen).


In bovenstaande grafiek zien we tot 2011 de directe R&D-uitgaven van de overheid (in euro’s) jaarlijks stijgen. In 2012 is er sprake van een daling. Vervolgens laat het totaal aan overheidssteun in de meerjarenbegroting een licht stijgende trend zien tot 2017. Vanaf 2017 stijgen de R&D uitgaven sterk, onder andere door de extra investeringen uit het Regeerakkoord 2017. De stijgingen vanaf 2021 komen met name door het Nationaal Groeifonds. 

De volgende tabel gaat in op de ontwikkeling van de R&D-uitgaven per departement in de periode 2019-2025. Binnen de uitgaven voor R&D kan een innovatie relevante component worden onderscheiden, daar komen we later in dit factsheet op terug. De uitgaven zijn conform internationale afspraken gebaseerd op de cijfers van de begroting 2021. 

             Overheidsbudgetten voor R&D per departement, in miljoenen euro's

2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Realisatie Voorlopig Begroting Meerjarenraming
Onderwijs. Cultuur en Wetenschap 4118.3 4201.9 4251.3 4276.3 4300.6 4320.8 4332.6
Economische Zaken en Klimaat 740.3 900.9 892 948.6 934.4 906 876.1
Volksgezondheid. Welzijn en Sport 332 344 485.7 358.4 359.2 335.1 297.9
Landbouw. Natuur en Voedselkwaliteit 212.4 231.6 217.9 209.2 207.8 208.3 208.2
Infrastructuur en Waterstaat 71.7 75.4 62.7 60.9 60 59 55.9
Defensie 69.4 76 76 76.1 76.1 76.1 76.1
Buitenlandse Zaken 39.3 52 43.3 41.2 40.7 40.2 40.2
Justitie en Veiligheid 22.4 22.7 22.7 23 23 23 22.9
Sociale Zaken en Werkgelegenheid 9.9 12.8 20.8 20.3 13.3 9.1 9.2
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 9.3 10.6 10.8 10.9 9.7 9.7 9.7
Algemene Zaken 0.7 0.6 0.6 0.6 0.6 0.6 0.6
Nationaal groeifonds 0 0 165.9 332.4 499.1 665.7 665.7
Totaal generaal 5625.6 5928.5 6249.7 6357.8 6524.3 6653.5 6595
Totaal in percentage bbp 0.69 0.74 0.75 0.74 0.75 0.75 0.74

De tabel laat zien dat binnen de Rijksoverheid ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Economische Zaken en Klimaat (EZK) de twee grootste financiers van R&D zijn, samen verantwoordelijk voor 82 procent van de uitgaven in 2021. Vanaf 2021 maken ook middelen van het Nationaal Groeifonds onderdeel uit van de R&D-financiering. Deze zorgen ervoor dat de R&D-uitgaven stijgen. Binnen de OCW-uitgaven neemt de universitaire eerste geldstroom het grootste deel voor zijn rekening. De R&D-uitgaven stijgen absoluut gezien door de jaren heen. Als percentage van het bbp stijgen de R&D-uitgaven en blijven redelijk stabiel vanaf 2020. In 2019 geeft de Nederlandse overheid 0,69 procent van het bbp uit aan R&D, in 2025 is dat 0,74 procent.

 

2. Innovatie en innovatierelevante uitgaven

Vanaf 2014 worden tegelijk met de overheidsuitgaven voor R&D ook de overheidsuitgaven voor innovatie verzameld. De verzameling van de innovatie-uitgaven staat nog in de kinderschoenen. 

De volgende tabel laat de verschillende vormen van overheidssteun voor R&D en innovatie zien voor de periode 2019-2025. Van de totale rijksbijdrage aan R&D en innovatie bestaat in 2021 73% uit directe uitgaven voor R&D. 18% bestaat uit indirecte fiscale steun voor R&D en innovatie. Directe innovatie-uitgaven beslaan 9%. 

     Directe en indirecte financiële steun voor R&D en innovatie, in miljoenen euro 

2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Realisatie Voorlopig Begroting Meerjarenraming
Uitgaven voor R&D 5625.6 5928.5 6249.7 6357.8 6524.3 6653.5 6595.0
waarvan innovatierelevant 1159.2 1327.2 1416.3 1550.9 1619.3 1671.5 1641.6
Uitgaven voor innovatie. niet zijnde R&D 376.1 752.9 744.9 871.2 1057.6 1184.5 1155.1
Fiscale instrumenten voor R&D en innovatie 1344.0 1436.0 1582.0 1487.0 1425.0 1425.0 1425.0
waarvan alleen voor innovatie 156.0 149.0 139.0 139.0 139.0 139.0 139.0
Totale uitgaven voor R&D en innovatie 7345.7 8117.3 8576.7 8716.0 9006.9 9263.0 9175.1


3. Internationale vergelijking van de overheidsfinanciering van R&D

Hoe verhouden de Nederlandse R&D-uitgaven zich tot die van andere landen? In de volgende figuur vergelijken we de overheidsuitgaven voor R&D in 2019 van een aantal Europese landen op basis van hun relatieve uitgaven (in procenten BBP). De figuur laat zien dat Nederland  zich bevindt in de middenmoot van de landen in de figuur. Wel heeft Nederland een positie net boven dat van het gemiddelde van de EU-19 en EU-27 landen.

Voor een goede vergelijking zou ook de indirecte (fiscale) steun moeten worden meegerekend bij de directe R&D-uitgaven. De meeste landen kennen dergelijke fiscale faciliteiten, enkele (nog) niet (Duitsland, Zwitserland en Finland). Als we de directe en indirecte steun samen nemen dan zien we dat Nederland in vergelijking tot de referentielanden redelijk gemiddeld is (cijfers 2018, zie datapublicatie Overheidssteun voor R&D, in % van het BBP (internationaal)). De fiscale faciliteiten als percentage van het bbp in 2018 varieert van 0 tot 0,29 procent; in Nederland is dit 0,14 procent.


4. Regionale uitgaven

Ook op regionaal niveau zijn er activiteiten op het gebied van kennis en innovatie, zij het dat deze nog nauwelijks in kaart zijn gebracht. Voor de TWIN-publicatie 2013-2019 is een eerste inventarisatie uitgevoerd naar de financiering van kennisontwikkeling en innovatie op regionaal niveau. Het gaat om Europese middelen, provinciale middelen en matchingsmiddelen vanuit de rijksoverheid. Verder zijn er naast de provincies, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, management autoriteiten en andere regionale organisaties betrokken. Voor 2019 worden de regionale middelen voor kennis en innovatie, vooral bestaande uit EU-middelen en provinciale middelen, geschat op ongeveer € 250 miljoen. De verwachting is dat deze middelen de komende periode jaarlijks op eenzelfde niveau zullen blijven, met uitzondering van 2020 waar een stijging wordt verwacht in verband met de extra middelen in verband met COVID-19.
 

5. Europa

Ook de Europese Unie draagt bij aan de financiering van de wetenschap in Nederland. Sinds 1984 gebeurt dit vooral via zogenoemde Kaderprogramma’s, die een toenemende omvang kennen. Nederlandse instellingen, zowel publiek als privaat, haalden tot dusver met een retour van bijna anderhalf maal de Nederlandse bijdrage relatief veel middelen uit H2020. Het aandeel van de Europese financiering in de totale publieke R&D-financiering in Nederland steeg van 9 procent tijdens het 7e Kaderprogramma tot ongeveer 12 procent in Horizon2020. Tussen 2014 en 2019 haalden Nederlandse onderzoekers jaarlijks gemiddeld ongeveer € 700 miljoen uit H2020. De inkomsten uit de EU-kaderprogramma's blijven naar verwachting de komende jaren toenemen.