calendar tag arrow download print
artikel
08 december 2015

Het gaat niet om robots, het gaat om de mens

Robots Automatisering
Gaan robots ons werk overnemen of verrijken? Hoe willen we dat de robotsamenleving eruit komt te zien? Een longread aan de hand van verschillende toekomstbeelden die laat zien dat er meer is tussen schrikbeeld en ideaal.

Door Linda Kool en Rinie van Est

Even checken. Volgens deze tool van de BBC (gebaseerd op studies van Oxford en Deloitte) lijkt het werk van onderzoekers voorlopig nog lastig te automatiseren. De kans dat ons werk bij het Rathenau Instituut de komende twintig jaar door een robot wordt overgenomen, is slechts zeven procent. Maar voor iemand die werkt op de salarisadministratie of bij een bank is de kans dat zijn of haar werk straks door een slimme machine wordt overgenomen 97 procent.

Micro-elektronica zal grote verschuivingen op de arbeidsmarkt veroorzaken en de aard en inhoud van veel werk veranderen

De zorg van mensen of ze hun baan verliezen door technologische ontwikkelingen, is van alle tijden. Zo vreesden mensen voor hun baan bij het begin van de Industriële Revolutie. En recenter, in 1979, stelde de toenmalige regering een adviesgroep in onder voorzitterschap van de naamgever van dit instituut, Rathenau, omdat men zich zorgen maakte over de sociaaleconomische gevolgen van de micro-elektronica – zeg maar ICT.

De Adviesgroep concludeerde indertijd dat "micro-elektronica ten minste grote verschuivingen op de arbeidsmarkt zal veroorzaken en bovendien een krachtige inwerking zal hebben op aard en inhoud van veel werk". Om de te verwachten 'aanzienlijke' structurele werkloosheid op te vangen zou bij-, her- en nascholing van werknemers nodig zijn, evenals het voeren van een krachtig innovatiebeleid en een zinvolle verdeling van de arbeid.

De afgelopen decennia lijken het gelijk van de Adviesgroep te bevestigen; er zijn banen verdwenen, maar er zijn ook banen bijgekomen. Sterker nog, over het algemeen heeft het gebruik van micro-elektronica fors bijgedragen aan de groei van de welvaart. Dat blijkt ook uit het rapport 'Werken aan de robotsamenleving' van het Rathenau Instituut. Het instituut onderzocht in opdracht van de Tweede Kamer de impact van robotisering en automatisering op werk. Het rapport brengt de belangrijkste inzichten uit de wetenschap op hoofdlijnen in kaart met als doel een goed en actueel geïnformeerde discussie over dit onderwerp mogelijk te maken. Het onderzoek maakt deel uit van het thema 'Slimme samenleving' uit het werkprogramma 2015-2016 van het Rathenau Instituut.

Begin december reageerde het kabinet op het rapport. Het kabinet schrijft onder andere "Op de lange termijn kunnen veranderingen echter groter zijn – en zich op andere vlakken voordoen – dan op dit moment wordt voorzien."

Het tweede machinetijdperk kenmerkt zich door machines die ook denkkracht vervangen

De grote vraag is of de oude wijsheid dat technologie snel weer voor nieuwe banen zorgt, ook nu weer op zal gaan. In hun boek 'The Second Machine Age' stellen Brynjolfsson en McAfee (2014) dat dat deze keer waarschijnlijk niet het geval zal zijn.

Het eerste machinetijdperk, vanaf ongeveer 1800, kenmerkte zich door machines die spierkracht konden vervangen. Daardoor konden ze fysiek zwaar en repeterend werk van mensen overnemen. Het tweede machinetijdperk dat ongeveer in 1980 is begonnen, kenmerkt zich door machines die ook denkkracht kunnen vervangen. Daardoor kunnen ze kenniswerk van mensen overnemen.

In eerste instantie ging het om eenvoudige administratieve werkzaamheden (zie bijvoorbeeld het CPB-rapport met cijfers over de Nederlandse situatie), maar op termijn zullen ook meer complexe zaken zoals het schrijven van berichten, het bedenken van kookrecepten of het diagnosticeren van ziekten geautomatiseerd kunnen worden. Dat betekent dat de komende automatiseringsgolf iedereen zal overspoelen, onafhankelijk van opleiding of sector.

Kenmerkend voor nieuwe organisaties zijn de veranderde arbeidsverhoudingen

De inzet van slimme machines en andere technologieën leidt bovendien tot andere manieren om werk te organiseren. Denk dan aan algoritmen om big data te verwerken en aan platformen zoals Uber en AirBnB die vraag en aanbod bij elkaar brengen in de cloud. Klanten gaan nu al meer dingen zelf doen zoals het scannen van boodschappen en online bankieren. Op termijn worden trusted third parties mogelijk overbodig voor het doen van transacties door de opkomst van de block chain, de techniek achter de bitcoin. Daardoor moeten ook de bankier, de notaris, de accountant en de belastingcontroleur ander werk gaan zoeken.

Een ander effect is de opkomst van organisaties met weinig vast personeel en weinig kapitaalgoederen. Exponenten daarvan zijn Uber, AirBnB, Helpling (schoonmaken) en Thuisafgehaald (koks). Ze brengen met slimme software vraag en aanbod bij elkaar. Dat leidt tot een hausse aan freelancers. En die waren al in opkomst in traditionele sectoren zoals de bouw, de postbezorging en de journalistiek.

Kenmerkend voor de nieuwe organisaties zijn de veranderde arbeidsverhoudingen. Mensen zijn niet meer in dienst maar op afroep beschikbaar en brengen vaak hun eigen bedrijfsmiddelen mee. Losse contracten leiden tot heftige discussies over arbeidsomstandigheden, kwaliteit van werken, vergoedingen, werktijden, sociale zekerheid en pensioenen en over de regelingen omtrent bijscholing en privacy. Het speelt zelfs een rol in de Amerikaanse verkiezingsstrijd, getuige de uitspraken van Hillary Clinton.

Een samenleving met robots als onmisbare kompanen, als bevrijders en als levensredders

Boeken als 'The Second Machine Age' hebben voor nogal wat beroering gezorgd in Nederland. In mei 2015 publiceerde een aantal mensen, waaronder de vooraanstaande natuurkundige Stephen Hawking en internet-ondernemer Elon Musk (Tesla) een open brief waarin zij impliciet waarschuwen voor een overvleugeling van de mens door de slimme machine.

De vraag is of de soep zo heet gegeten wordt als die wordt opgediend. Robots die banen inpikken en machines die, zoals supercomputer VIKI in de film I Robot, de wereld overnemen, schetsen wel een heel erg eenzijdig en tamelijk deprimerend beeld van de huidige ontwikkelingen in informatie-, communicatie- en robottechnologie. Het lijkt alsof er maar één mogelijke uitkomst is van die technologische ontwikkelingen: 'Modern Times 2.0' met een hedendaagse Charlie Chaplin als slaaf van de machine (zie deze recente speech van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Maar volgens Asscher kan het ook anders. Niet de mens als collectieve slaaf van de technologie, maar een samenleving met robots als onmisbare kompanen, als bevrijders en als levensredders. En een samenleving waarin menselijk inzicht onvervangbaar blijft. Deze longread sluit daarbij aan. Het laat zien dat er een waaier aan toekomstbeelden mogelijk is. Het laat zien dat er wat te kiezen valt. Maar dan moeten we ten eerste willen kiezen en ten tweede hard werken om het gewenste toekomstbeeld mogelijk te maken.

Dankzij big data kunnen slimme machines zichzelf trainen en beter worden

Voordat we ingaan op het kiezen en het harde werken, eerst iets meer over de verschillende technologieën en vooral over de kruisbestuiving daartussen. Daarbij gaat het, zoals gezegd, niet alleen om ontwikkelingen in de robotica en kunstmatige intelligentie, maar ook om het verzamelen en automatisch interpreteren van big data, de onbeperkte rekencapaciteit in de cloud en de opkomst van internetplatforms.

Dankzij big data bijvoorbeeld beschikken slimme machines over enorme hoeveelheden gegevens waarmee ze zichzelf kunnen trainen en nog beter worden. Zo gebruikt DeepFace de enorme fotobestanden van Facebook om steeds beter gezichten te herkennen. Inmiddels is DeepFace even accuraat als de gemiddelde mens.

Met dergelijke algoritmes kunnen robots straks niet alleen gezichten herkennen, maar ook leren om situaties te interpreteren en te anticiperen op mogelijke veranderingen. Overigens kunnen nu nog 'domme' robots effectief worden ingezet in de productie, maar daarvoor moet dan wel het proces worden aangepast aan de mogelijkheden en vooral ook de beperkingen van de robots.

Software-ontwikkelaars delen hun algoritmen, data en hardware design via online platforms

Dankzij de cloud kunnen robots hun geheugen- en rekencapaciteit uitbreiden voor herkenningstaken (wat is dit?) of voor het plannen van bewegingen (waar moet ik naartoe?). De robotauto van Google bijvoorbeeld staat continu in verbinding met servers om via online kaarten en satellietgegevens zijn weg te vinden.

Via de cloud kunnen robots ook samenwerken en kennis delen. In de pakhuizen van Amazon bijvoorbeeld bepalen de robots 'in onderling overleg' welke robot welk item zal vervoeren zonder te botsen met andere robots.

Online platforms zorgen ervoor dat ingenieurs en software-ontwikkelaars hun algoritmen, hun data en hun hardware design kunnen delen. Een voorbeeld is het Robot Operating System (ROS). Dat is een platform voor het ontwikkelen van software voor robots. Het is de afgelopen jaren een standaard geworden waardoor de ontwikkeling van robotsoftware enorm is versneld.

Volgens Martin Ford, auteur van Rise of the Robots (2015), is "the migration of leading-edge artificial intelligence capability into the cloud (…) almost certain to be a powerful driver of white-collar automation." Als om zijn woorden te bevestigen, heeft Google onlangs de broncode voor zelflerende software voor iedereen beschikbaar gemaakt in de cloud.

Samenwerking hoeft niet beperkt te blijven tot fysieke werkzaamheden

Verbeteringen in kunstmatige intelligentie en robotica (behendigheid) maken de ontwikkeling mogelijk van collaboratieve robots (co-robots), die niet meer afgeschermd hoeven te worden van menselijke medewerkers, maar met hen samen kunnen werken. Diezelfde medewerkers kunnen robots ook dingen leren zonder dat ze te programmeren, maar gewoon door taken voor te doen.

De samenwerking tussen mens en robots hoeft niet beperkt te blijven tot fysieke werkzaamheden. Zoals gezegd kenmerkt het tweede machinetijdperk zich door het fenomeen dat slimme machines ook kennistaken kunnen uitvoeren, maar dat wil niet zeggen dat ze kenniswerkers per definitie brodeloos maken.

Een financieel adviseur bijvoorbeeld kan het uitzoeken van de beste belegging overlaten aan een slimme machine en zich vooral toeleggen op een verantwoorde beslissing voor zijn klanten. Bovendien is een mens, in ieder geval nu nog, vaak beter in staat om te beoordelen of iemand kredietwaardig is. Zo wees een computer de hypotheekaanvraag van Ben Bernanke (oud-voorzitter van de FED) eerst af.

Evenals bij de co-robot, die saai, zwaar of gevaarlijk fysiek werk kan overnemen, kunnen slimme machines dus het werk van kenniswerkers verrijken. De opvolger van Deep Blue, Watson, produceert als 'chef' interessante kookrecepten op basis van beschikbare ingrediënten, maar is daarover wel 'ingefluisterd' door een aantal vooraanstaande chefs.

Zeker voor de overgangsperiode zijn actief beleid en investeringen nodig

Samenvattend doet zich een aantal technologische ontwikkelingen voor in de robotica, kunstmatige intelligentie en aanverwante gebieden, die gevolgen hebben voor de manier waarop we werken (zowel fysiek werk als kenniswerk) en de manier waarop dat werk is georganiseerd. In het maatschappelijk discours leiden die ontwikkelingen tot bezorgde gezichten en sombere toekomstbeelden. Is die zorg terecht?

Ja en nee. Ja, omdat groepen mensen hun baan kunnen verliezen. Daarbij is het onzeker om hoeveel mensen het zal gaan. En omscholing vergt inspanning en kan leiden tot inkomensverlies. Dus zeker voor de overgangsperiode is actief beleid nodig op het gebied van om- en bijscholing en zijn investeringen nodig in basis- en voortgezet onderwijs om kennis en vaardigheden van instromers op de arbeidsmarkt te laten aansluiten bij de veranderende vraag.

Nee, omdat er ook andere scenario's mogelijk zijn dan alleen de 'worst case' van een groeiende werkloosheid, verdwijnende middenklasse en toenemende vervreemding.

In het hart staat het 'business as usual'-scenario dat we kennen uit de geschiedenis

Op basis van technologische mogelijkheden hebben we een aantal toekomstbeelden geïdentificeerd (zie het klavervormige, blauwrode figuur van de waaier van toekomstbeelden). In het hart staat het 'business as usual'-scenario dat we kennen uit de geschiedenis. Het verleden leert dat nieuwe technologie eerst banen vernietigt, maar al snel nieuwe banen creëert. Overigens wil 'business as usual' niet zeggen dat er geen beleid en actie nodig is om de overgang voor iedereen zo gunstig mogelijk te laten verlopen.

Naast dit 'business as usual'-scenario hebben we een negatief en een positief toekomstbeeld geschetst. Daarbij hebben we vooral gekeken naar de interactie tussen mens en slimme machine en naar de rol van internetplatfoms bij de verdeling en organisatie van het werk.

Kansen en bedreigingen in de robotsamenleving

Een voorbeeld van ver doorgevoerde systeemdwang zijn de sterk gerobotiseerde pakhuizen van Amazon

Verregaande rationalisering en automatisering op de werkvloer leiden ertoe dat mensen alleen nog maar nodig zijn om het slimme machinepark te laten draaien. De machine als dwingeland die niet alleen voorschrijft wat er moet gebeuren en hoe, maar ook de mensen – net als de slimme machines zelf – voortdurend controleert.

Een voorbeeld van ver doorgevoerde systeemdwang (zie ook het figuur met het blauwrode klaverblad) zijn de sterk gerobotiseerde pakhuizen van Amazon, die volgens undercover journalist Jean Baptiste Malet een 'univers chronometrique' vormen.

Of denk aan moderne planningssoftware die in theorie met behulp van big data bijna real-time de personeelsbezetting inroostert, maar in de praktijk leidde tot zeer variabele werktijden die last-minute aan werknemers werden gecommuniceerd. De New York Times berichtte in 2014 over de schrijnende gevolgen die de steeds wisselende werkuren en de late aankondiging daarvan op een medewerker kunnen hebben. Gelukkig wordt inmiddels gekeken hoe het systeem ook de voorkeuren van de medewerkers kan meenemen.

Marc Andreessen – ooit oprichter van Netscape, de voorloper van internetbrowsers als Google Chrome, Firefox en Internet Explorer – voorziet een tweedeling op de werkvloer tussen hoogopgeleiden wier arbeid rijker wordt dankzij robotisering en automatisering en middelbaar en laagopgeleiden die het saaie en geestdodende werk moeten doen dat de machine (nog) niet kan.

De tweedeling op de werkvloer kan zich vertalen in een (verdere) tweedeling in de samenleving tussen hoogopgeleiden met goede, 'verrijkte' banen en middelbaar en laagopgeleiden die met meerdere, slechtbetaalde baantjes de eindjes aan elkaar moeten knopen.

Martin Ford (2015) gaat nog een stapje verder en denkt dat we bewegen in de richting van een tijdperk van techno-feodalisme (uit het klaverbladvormige figuur). Dat is een systeem waarbij een kleine elite van zeer rijke ontwikkelaars en producenten van technologie de dienst uitmaakt. Ofwel de 'Robber Barons en Silicon Sultans', zoals weekblad Economist ze in 2015 omschreef.

Bij digitale uitbuiting ontstaat een nieuwe onderklasse die op alle fronten achterblijft

Platformtechnologie kan die tweedeling nog versterken. Dankzij internet is het makkelijker geworden om flexibele arbeid te vinden, niet alleen lokaal, maar ook wereldwijd. Dat kan leiden tot een situatie, waarin mensen wereldwijd concurreren om snippers werk tegen steeds minder beloning. Tot een 'digitale sweatshop' (Zittran 2009) of tot een Mechanical Turk-economie (Reich 2015), waarin mensen voor een paar centen op lukrake tijden geestdodende minitaken doen.

In dit scenario van digitale uitbuiting ontstaat er een nieuwe onderklasse die op alle fronten achterblijft. Deze onderklasse wordt ook wel het precariaat genoemd, een samenvoeging van precair en proletariaat. De precaire klasse is vatbaar is voor populisme en extremisme dankzij kortlopende banen, lage inkomens, weinig sociale zekerheid, gevoegd bij het ontbreken van een politieke stem.

Los van het sociale isolement (door de verslavende werking van het in competitieverband deeltaken uitvoeren), ontbreekt in de Mechanical Turk-economie ook het zicht op en de verbondenheid met het grotere geheel. Mensen raken vervreemd van hun werk en weten vaak niet wat ze maken.

Dat blijkt ook uit het feit dat de Mechanical Turk, een dienst van Amazon om vraag en aanbod van routineklusjes bij elkaar te brengen, ook gebruikt wordt voor het produceren van spam of van politieke steunbetuigingen om een beweging groter te laten lijken dan ze is. De mensen die het werk uitvoeren, weten niet wat ze eigenlijk aan het doen zijn.

Technologie kan ook worden ingezet voor een 'betaalde-vrije-tijd'-scenario

De combinatie van slimme machines en platformtechnologieën kan dus leiden tot systeemdwang, tot digitale uitbuiting, tot vervreemding en tot een samenleving die zich laat omschrijven als techno-feodalisme. Diezelfde combinatie van technologieën kan echter ook een heel ander, positiever, toekomstbeeld opleveren

Het doemscenario van systeemdwang kan bijvoorbeeld worden omgebogen in de richting van taakverrijking, waarbij mens en machine elkaar aanvullen als partners. Denk daarbij aan de automonteur die de computer gebruikt om een diagnose te stellen. Of aan slimme zoekmachines die advocaten en notarissen helpen om snel de juiste jurisprudentie te vinden.

In plaats van een verdergaande tweedeling, waarbij een spijkerbroek-elite van feodale 'silicon sultans' de dienst uitmaakt, kan de technologie ook worden ingezet voor het realiseren van een 'betaalde vrije tijd'-scenario. Daarvoor moeten we wel nieuw sociaaleconomisch beleid overwegen. Denk bijvoorbeeld aan het invoeren van een basisinkomen of een negatieve inkomstenbelasting. Of geef de burger een groter aandeel in de groei van de arbeidsproductiviteit (zie bijvoorbeeld dit artikel van Richard B. Freeman van Harvard University). Door zulke maatregelen zijn burgers ook bij een werkweek van tien of twaalf uur verzekerd van voldoende inkomen om er goed van te leven.

Een scenario met de mens als micro-ondernemer met een wereldwijde afzetmarkt

Platformtechnologie biedt mensen de mogelijkheid om eigen baas te zijn en te werken op zelfgekozen tijden en vaak ook op een zelfgekozen plaats. Linda Gratton (London Business School) spreekt in dit verband van de 'micro-entrepreneur revolution': een scenario met de mens als micro-ondernemer met een wereldwijde afzetmarkt. Dus niet alleen in de Westerse wereld, maar ook in ontwikkelingslanden.

Platformtechnologie biedt ook de mogelijkheid om je steeds meer te specialiseren. Het platform Topcoder bijvoorbeeld splitst een programmeeropdracht in een aantal taken die vervolgens als een puzzel op het platform worden gepresenteerd. Als liefhebber en professional kun je je inschrijven om in competitie met anderen de puzzel op te lossen. Daarbij zijn aardige geldprijzen te verdienen.

Via dergelijke platformen kunnen mensen, waar ook ter wereld hun vaardigheden ontdekken of verder ontwikkelen en te gelde maken. Afgezien daarvan geldt TopCoder ook als een kweekvijver voor programmeertalent waarin grote bedrijven graag rondsnuffelen. Dat biedt mogelijkheden voor mensen die normaal minder kansen op een baan hebben, zoals jongeren, ouderen en minderheden.

Toekomstbeelden tonen dat we technologische ontwikkelingen kunnen sturen

Op basis van de technologische ontwikkelingen kun je zowel een utopie als een dystopie bedenken. In beide gevallen lijkt het alsof die technologische ontwikkelingen onbestuurbaar over ons heen walsen. Met het schetsen van de toekomstbeelden willen we laten zien dat technologische ontwikkeling geen onbestuurbare stoomwals is, maar dat we die ontwikkelingen kunnen sturen: Er valt iets te kiezen.

Verschillende partijen hebben dat idee al opgepakt aldus Melanie Peters, directeur van het Rathenau Instituut, in haar speech tijdens het robotiseringsdebat van NRC Live.

Zo zijn de grote steden bezig met nadenken over smart cities en over de vraag hoe ze om moeten gaan met initiatieven als Uber en AirBnB. En het Verbond van Verzekeraars heeft het insuranceLab opgezet om te experimenteren met apps en big data. En netbeheerder Liander heeft een Livelab voor de ontwikkeling van smart grids.

Drie zaken staan centraal: stimuleren van innovatie; zorgen voor scholing en nadenken over de verdeling van de welvaart

Wat nu? Wij denken dat beleidsmakers en politici een stap verder moeten kijken dan de horror- en hype-scenario's. We willen de samenleving uitdagen tot een fundamentele discussie over de betekenis van werken in de robotsamenleving. Drie zaken staan daarbij centraal: stimuleren van innovatie; zorgen voor scholing en nadenken over de verdeling van de welvaart (zie het Rathenau-rapport 'Werken aan de robotsamenleving').

In wezen verschillen die conclusies nauwelijks van die van de Adviesgroep Rathenau in 1979 rond de opkomst van de micro-elektronica. Daarbij gaat het erom dat we als samenleving zelf kunnen bepalen wat we willen met de technologie. Of zoals Melanie Peters het zegt: "Hoe de samenleving en ons leven er uit moeten zien, is aan ons. Het gaat niet om de robot. Het gaat niet om de technologie. Het gaat om de samenleving".

Een lange versie van dit essay vindt u als hoofdstuk 'Kansen en bedreigingen: negen perspectieven op werken in de robotsamenleving' in de WRR-verkenning ‘De robots de baas’.

Voor wie nog geen genoeg heeft van de kunsten van robots, zijn hier nog een paar filmpjes over vakken vullen, hamburgers bakken en komkommers plukken.