Offline ervaringen beïnvloeden geloof in misinformatie op sociale media
Of mensen misinformatie op sociale media geloven, hangt voor een belangrijk deel samen met hun ervaringen in de offline wereld. Wie negatieve gevolgen van misinformatie op sociale media wil bestrijden, moet dus een brede aanpak hanteren, waarin ook aandacht is voor de voedingsbodem bij de ontvangers. Dat blijkt uit het rapport 'Wikken en weten' dat het Rathenau Instituut vandaag publiceert.
Er leven veel zorgen over berichten op sociale media met onwetenschappelijke claims, zoals: 'Nederlands kraanwater is ongezond voor je' en 'Zonnebrandcrème is net zo kankerverwekkend als verbranden in de zon.' Wat doen dit soort berichten met het vertrouwen in de wetenschap?
Het onderzoek van het Rathenau Instituut laat zien dat het van vele factoren afhangt of iemand een bewering op sociale media geloofwaardig en betrouwbaar vindt. Die factoren hebben deels te maken met het bericht zelf: de tekst, vormgeving, inhoud, het platform en de afzender. Daarnaast spelen ook persoonlijke kennis en ervaringen van de ontvanger mee, en basishoudingen ten opzichte van instituties, zoals wetenschap, media en politiek.
Breder mediagebruik van belang
De onderzoekers wilden ook weten of veel gebruik van sociale media altijd samenhangt met weinig vertrouwen in de wetenschap en veel geloof in misinformatie. Dat blijkt niet het geval. Het blijkt belangrijk of mensen naast sociale media ook op andere manieren in aanraking komen met wetenschappelijke informatie. Mensen voor wie sociale media het voornaamste kanaal zijn voor informatie over wetenschap hebben minder vertrouwen in de wetenschap. Ook vonden de onderzoekers dat bij mensen met bepaalde persoonskenmerken, zoals oudere leeftijd, een geloof in misinformatie wel samenhangt met de tijd die zij doorbrengen op sociale media.
'Het is belangrijk dat mensen die de negatieve gevolgen van misinformatie op sociale media willen tegengaan, zoals beleidsmakers en artsen, inzicht krijgen in de complexe relatie tussen misinformatie op sociale media en vertrouwen in de wetenschap', zegt onderzoeker Anne-Floor Scholvinck van het Rathenau Instituut. 'Onze resultaten laten zien dat zo'n aanpak zich niet alleen moet richten op de socialemediaberichten zelf, maar ook op de voedingsbodem waarop die berichten landen. Persoonlijke ervaringen in het dagelijks leven en met bijvoorbeeld artsen spelen daarbij een rol. Ook moeten interventies om geloof in misinformatie te bestrijden gericht zijn op de groepen die hier vatbaar voor zijn. Denk aan ouderen die veel tijd doorbrengen op sociale media en via weinig andere kanalen in aanraking komen met wetenschappelijke informatie.'
Voor het onderzoek analyseerde het Rathenau Instituut circa 8.500 vragenlijsten die werden ingevuld door een representatieve steekproef van de Nederlandse samenleving. Ook organiseerde het instituut zeven focusgroepen, waarin deelnemers verschillende socialemediaberichten kregen voorgelegd.