We zijn niet verplicht om aan boord te stappen van de huidige AI-boot

Digitalisering

Opinie

Het lijkt soms wel de grootste collectieve angst van politici en opiniemakers: de boot missen. En dan vooral de AI-boot. Dat stellen onderzoekers Wouter Nieuwenhuizen en Quirine van Eeden in dit opinieartikel.

Een toerist kijkt vanaf de kade naar boten op de Maas
Foto: Shutterstock

Als we een aantal prominente figuren uit het bedrijfsleven en opiniemakers mogen geloven, staan we nu op het punt een grote fout te maken. Het missen van de AI-boot. Maar waar gaat die boot eigenlijk naartoe? En wie profiteert daarvan? 

Alsof er iets voor het oprapen ligt, en we alleen nog maar het lef hoeven hebben om het op te pakken. Kunstmatige intelligentie (AI) als term is omgeven door een dicht woud van ronkende toekomstbeelden. AI vervangt banen. Het maakt radicale transformatie mogelijk van domeinen als de zorg en het onderwijs. En als je niet mee wil doen, ben je conservatief, of zit je ‘in de weerstand‘. 

Als we ervoor kiezen om op deze boot te stappen, kiezen we voor de koers waarin het ondernemersperspectief dominant is. Dat is slechts één manier om naar de mogelijkheden van AI te kijken, maar in de politiek krijgt dit narratief nu vrij baan ten opzichte van andere visies op AI. Ministers van het vorige kabinet hebben opdracht gegeven tot het rapport Wennink en het AI Deltaplan, waarin verdienvermogen van het bedrijfsleven het uitgangspunt vormt. Op 26 maart organiseerde de Tweede Kamer een Rondetafelgesprek dat in het teken stond van ‘optimaal AI-kansen benutten‘. Voornamelijk ondernemers aldaar waarschuwden voor het missen van de boot en herhaalden marketingclaims van AI-bedrijven over de noodzaak om Europa vol te bouwen met datacentra.

Waar is de stem van de huisarts, de vertaler en de leraar in dit debat? De wijze waarop het gesprek nu gevoerd wordt, doet geen recht aan de alledaagse concrete impact van deze technologie op onze samenleving.

Het ontbreekt aan meerstemmigheid in dit politieke debat en dat heeft consequenties voor de koers die gekozen lijkt te worden. AI is een fundamenteel maatschappelijk vraagstuk; het raakt aan fundamentele rechten, onze leefomgeving en zeer waarschijnlijk ook aan de werkzaamheden van een groter wordende groep werknemers. Waar is de stem van de huisarts, de vertaler en de leraar in dit debat? De wijze waarop het gesprek nu gevoerd wordt, doet geen recht aan de alledaagse concrete impact van deze technologie op onze samenleving. 

Het is enorm verleidelijk om onze hoop te vestigen op een nieuw stukje glanzende technologie die maatschappelijke problemen, zoals tekorten in de zorg, voor ons gaat oplossen. Maar technologie an sich lost geen maatschappelijke problemen op, of kan oplossingen zelfs in de weg zitten.

Een oproep tot ‘versnelling’ en grootschalige investeringen leidt bovendien algauw tot een oproep tot versimpeling van regels, en we zien in Brussel waar dat op uit kan draaien: afzwakking van lang bevochten bescherming, bijvoorbeeld op het gebied van persoonsgegevens. 

Scheiding hype en wetenschap

Het is prijzenswaardig dat het huidige Kabinet niet meegaat in de lokroep van ‘giga AI-fabrieken’. Maar nogmaals, de glanzende beloften van AI zullen niet verstillen, en bedrijven zullen blijven wijzen op de noodzaak tot grootschalige investeringen. Zie alleen al de samenwerking die Estland op dit moment aangaat met ChatGPT, en zo de cognitieve ontwikkeling van hun kinderen deels in handen van een Amerikaanse techgigant plaatst. Daar moeten we ons tegen blijven verzetten.

Er zijn genoeg alternatieve visies voorhanden. De Coalitie Zorgvuldig en Zorgzaam Digitaal, bestaande uit wetenschappers, professional en burgers, is een van de groepen die een alternatief biedt: een zorgvuldige en zorgzame benadering van digitalisering en AI. Zij roepen net als het Rathenau Instituut op tot het scheiden van hype en wetenschap, het betrekken van alle stemmen uit de samenleving bij het vormen van beleid en het streven naar toegevoegde waarde voor iedereen. Politici en beleidsmakers zouden deze principes kunnen omarmen en AI-beleid ontwikkelen waar iedereen van profiteert.

Ook in Nederland kunnen we bouwen aan een ecosysteem van AI-systemen voor en door gemeenschappen.

Internationaal valt veel te leren van bewegingen die oproepen tot ontwikkeling van verschillende vormen van AI in handen van gemeenschappen zelf. Niet alleen meepraten en meedoen, maar ook echt eigenaar zijn over de ontwikkeling, dataverzameling en toepassing van AI-systemen. Dat vergt ook het verleggen van macht naar gemeenschappen.  Zo werken in Nieuw-Zeeland IT-professionals Keonie Mahelona en Peter-Lucas Jones samen met gemeenschappen aan AI-systemen die bijdragen aan de instandhouding van de talen tikanga en reo Māori. 

Ook in Nederland kunnen we bouwen aan een ecosysteem van AI-systemen voor en door gemeenschappen. Dat kan best nog wat ongemakkelijke gesprekken opleveren. Want echte controle en macht herverdelen kan lastig zijn, of leiden tot uitkomsten die minder privaat gewin opleveren. Maar zou dat niet ook de grote Europese uitdaging moeten zijn; iets samen te bouwen wat géén kopie is van het rücksichtslose “open”-AI? Dat kan beginnen door meer stemmen serieus te nemen in het huidige politieke gesprek rondom AI. 

De volgende keer dat iemand hard roept dat we de boot gaan missen, vraag je dan eerst af: door wie wordt die boot bestuurd en wil ik eigenlijk wel mee? Aan de kade kan het net zo gezellig zijn. En anders pak je de volgende boot, waar je zelf aan het roer kan zitten.