Verdienmodel van het internet moet op de schop

Digitalisering

Artikel

Datahandel is een belangrijke pijler van het verdienmodel van het ‘gratis’ internet. Daar betalen we een hoge prijs voor. Dat moet anders, betogen Francisca Wals en Linda Kool.

Locatie-aanwijzingen op een telefoon, dit soort locatiegegevens worden massaal verhandeld
Een internationaal team van journalisten tikte onlangs 278 miljoen locatiegegevens van 2,6 miljoen Belgische telefoons op de kop via datahandelaren. (Foto: Shutterstock)

278 miljoen locatiegegevens van 2,6 miljoen Belgische telefoons. Die tikte een internationaal team van journalisten onlangs via datahandelaren op de kop. De bewegingspatronen van deze mobieltjes verrieden wie er achter welke telefoon schuilging. Zo konden hoge EU-functionarissen worden geïdentificeerd en gevolgd tot in bordelen aan toe, meldde ook Het Financieele Dagblad na berichtgeving van BNR.  

Locatiegegevens zijn zeker niet de enige data die online als koopwaar rondgaan. Ongeveer alles wat we online doen – zoeken, klikken, tikken, kijken en kopen – kan worden gevolgd, opgeslagen en doorverkocht. Dat is hoe we betalen voor ‘gratis’ onlinediensten, voor mailaccounts, voetbalnieuwtjes, zoekmachines en sociale media.  

Data als miljardenindustrie

Datahandel is een belangrijke pijler van het verdienmodel van het internet. Datasporen die mensen achterlaten bij het surfen en scrollen zijn grondstof voor gedetailleerde profielen van hen. Die bevatten informatie over hun interesses, gezondheid, politieke voorkeur, financiële situatie, seksuele oriëntatie of persoonlijkheidstrekjes. Adverteerders gebruiken die informatie om hun advertenties zo precies mogelijk te richten op een doelgroep bij wie zij denken dat hun product of boodschap aanslaat. Zo krijgt een zwangere vrouw reclame voor positiekleding te zien, een sportfanaat advertenties voor proteïnepoeder, en een onzekere puber content van influencers met stappenplannen over hoe te leven. 

Deze handel in data en advertenties is de afgelopen decennia uitgegroeid tot een miljardenindustrie. En dat heeft serieuze consequenties. Het gevaar dat EU-functionarissen lopen doordat hun locatiegegevens op straat liggen is daar één voorbeeld van. Hun privacy én persoonlijke veiligheid zijn in het geding. Het maakt hen bovendien vatbaar voor spionage en chantage. Als gevoelige data van mensen die beschikken over vertrouwelijke informatie in verkeerde handen valt, staat dus ook onze collectieve veiligheid op het spel. Niet gek dus, dat toenmalig staatssecretaris voor Digitalisering Alexandra van Huffelen in 2023 TikTok op de werktelefoons van rijksambtenaren verbood.  

We betalen dus een hoge prijs voor gratis internet.

Personalisatie

Van een andere orde zijn de verleiding en beïnvloeding van alledaagse internetgebruikers die grootschalige dataverzameling mogelijk maakt. Commerciële adverteerders maar ook politieke groeperingen uit binnen- én buitenland kunnen inspelen op de wensen, behoeften en zelfs psychologische zwaktes van mensen op basis van hun dataprofielen. Het precieze effect van persoonlijke reclame op de keuzes, meningen en gedrag van mensen is lastig aan te tonen. Maar we weten uit onderzoek bijvoorbeeld dat op maat gesneden advertenties nét een zetje kunnen geven voor mensen die twijfelen tussen meerdere opties. Dat kan autonomie en welzijn van mensen schaden. En waar het gaat om politieke advertenties, ook de democratie.  

We betalen dus een hoge prijs voor gratis internet. De pogingen van beleidsmakers en toezichthouders om hier wat aan te doen stuiten al jaren op een weerbarstige praktijk en grote belangen. Strengere regels, boetes en rechtszaken ten spijt is het online tracken van mensen en de handel in hun data alleen maar toegenomen. Akkoordgaan met een cookie-pop-up komt soms neer op een data-superspread-event waarvan de gevolgen lastig zijn te overzien. Nieuwe AI-analysetechnieken en nieuwe neurotechnologieën die hartslag, pupilreflexen en breinactiviteit registreren doen daar nog een schepje bovenop. Online tracking en personalisatie van de online omgeving worden in de toekomst naar verwachting nóg invasiever en specifieker.  

Alternatieve verdienmodellen

Een systeemverandering is nodig om de risico’s van grootschalige dataverzameling te beperken. Een eerste stap zou kunnen zijn: het aan banden leggen of zelfs volledig verbieden van online tracking of persoonlijke advertenties. Zo’n ingreep gaat ver en schoffelt het verdienmodel van apps en websites onderuit. Maar veiligheid, privacy, democratie en autonomie zijn té belangrijk om via een pop-up weg te klikken. Een verbod past bovendien goed bij de voornemens van de Europese Commissie om de keten van wetten te versimpelen. Dat is een stuk eenduidiger dan de huidige lappendeken van regels omtrent online tracking en persoonlijke advertenties.  

Een ding is zeker: als we het huidige systeem laten voortbestaan, nemen we een hele hoop risico’s op de koop toe.

Uiteraard moeten online diensten ergens van betaald worden. Apps en websites bouwen, met inhoud vullen en onderhouden kost geld en tijd. Twee alternatieve verdienmodellen liggen voor de hand. De eerste is ‘contextueel adverteren’. Dat is adverteren zónder vergaande tracking, gebaseerd op de inhoud van de website of app waar de advertentie getoond wordt. Denk aan een reclame voor een pannenset op een kookblog, of voor een sportloterij op de website van Voetbal International. Anders gezegd: mensen ‘betalen’ nog steeds met hun aandacht, maar niet langer met hun gegevens.  

Een tweede optie is het ‘pay-or-nay’-model. Je betaalt dan in euro’s voor je apps en online diensten, zoals je in de offlinewereld ook voor je krant en voor je postzegels betaalt. Een simpel idee. Maar wel een dat het wijdverbreide ideaal van het internet als baken van gratis toegankelijke informatie betwist. Het geeft te denken. Zouden nieuwtjes, mailservers en sociale media gratis moeten zijn? Strookt dat met de marktplaats die het internet geworden is? En zijn gratis diensten onderaan de streep wel zo goed voor ons?  

Een ding is zeker: als we het huidige systeem laten voortbestaan, nemen we een hele hoop risico’s op de koop toe. Nadenken over het toekomstige verdienmodel van het internet moet daarom een prioriteit worden voor het nieuw te vormen kabinet.

Dit opinieartikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad en is geschreven door Francisca Wals en Linda Kool. Meer weten over dit artikel of De prijs van gratis internet? Contacteer dan Francisca en/of Linda.

Gerelateerde publicaties: