calendar tag arrow download print
Image
case
03 augustus 2018

Innovatie: de route van living labs

Innovatie gemeente
De gemeente Delft experimenteert met innovatiebeleid. Wethouder Ferrie Förster, wethouder van 2014-2018, vertelt over het Delftse proeftuinbeleid, welke rol de gemeente daarbij aanneemt en wat deze vorm van experimenteren oplevert. ‘Wij denken mee: hoe maken we deze uitvinding mogelijk?’

In het rapport Waardevol Digitaliseren gaan we in op de maatschappelijke uitdagingen van innovatie. Deze case illustreert hoe de lokale praktijk op dit vlak in beweging is. 

Delft staat bekend om de Technische Universiteit en heeft een hoge concentratie aan innovatieve bedrijven. ‘Dat gaat niet vanzelf’, vertelt de wethouder van economie, cultuur en ruimtelijke ordening Ferrie Förster, ‘de gemeente probeert het vestigingsklimaat in de stad te bevorderen en investeert daarom in kennis en innovatie.’ Onderdeel daarvan is het ‘proeftuinbeleid’.

Hoe het werkt

Initiatieven kunnen zich bij de gemeente melden als ze hun idee in de praktijk willen testen. Förster: ‘Er worden in Delft heel veel nieuwe dingen uitgevonden. Die moeten in de praktijk getest worden, voordat je ze op grote schaal kunt ontwikkelen. Wij willen bedrijven en studenten graag de kans geven om in “hun” stad te testen.’

Dat heeft al verschillende proeftuinen opgeleverd. Slimme straatverlichting loodst fietsers via minder drukke routes door het stadscentrum. En in het Delftse ziekenhuis is digitale operatie­assistente Dora getest, een soort Big Brother. Ze filmt de operatie – waarbij de patiënt is afgedekt – registreert de gebruikte instrumenten en inventariseert de apparatuur. Het systeem is een efficiënte manier om te checken of alles op de juiste plaats staat om zo fouten te voorkomen.

Beleid in ontwikkeling

De gemeente Delft werkte al langer mee aan incidentele aanvragen voor experimenten. Förster besloot twee jaar geleden de initiatieven te bundelen onder de noemer proeftuinen. ‘Zo hebben we meer overzicht. We denken mee over geschikte locaties, verbinden nieuwe partijen waar mogelijk aan bestaande spelers en informeren inwoners over experimenten in hun wijk.’

Soms doen ze ook suggesties voor inhoudelijke verbeteringen, maar de gemeente kiest niet actief de uitdagingen waar ontwikkelaars zich op moeten richten. Dat komt doordat ze de projecten ook niet zelf financieren. Förster sluit niet uit dat ze dit in de toekomst wel gaan doen, maar concrete plannen zijn er nog niet.

We denken mee over geschikte locaties, verbinden nieuwe partijen waar mogelijk aan bestaande spelers en informeren inwoners over experimenten in hun wijk.
Ferrie Förster

Voor nu richten ze zich op het faciliteren van proeftuinen. ‘Op de website proeftuinendelft.nl hebben we bepaalde onderwerpen centraal gezet: mobiliteit, bestuur, economie, milieu, wonen en samenleving. Maar in principe maakt het niet uit of de innovatie is gericht op duurzaamheid, mobiliteit of juist op sensoren en dataverzameling. Inhoudelijk is alles mogelijk.’

Rol van de gemeente

Omdat de proeftuinen uiteenlopende karakters hebben, verschilt de aanpak van de gemeente per geval. De ene keer werken ze mee aan vergunningen of regelvrije zones, een andere keer nemen ze het project zelf onder hun hoede. Voor alle gevallen geldt: eerst was de gemeente passief, nu denkt ze actief mee. Voor veel van deze experimenten is nog geen beleid of regelgeving. ‘Wij stellen onszelf de vraag: hoe maken we deze uitvinding mogelijk? Daarvoor moet je denken in termen van “Ja, mits...” in plaats van “Nee, tenzij...”.’

De gemeente houdt wel duidelijk de regie. Ze kijkt of de proeftuin past binnen bestaande wet­- en regelgeving, of wat er nodig is om dat mogelijk te maken. Daarnaast stelt ze een aantal aanvullende eisen. Zo moet het idee vernieuwend zijn en mag het niet ergens anders al worden getest. Bovendien moet het toe te passen zijn buiten de proeftuin.

Het is namelijk de bedoeling dat succesvolle innovaties op grote schaal verder kunnen worden ontwikkeld. Zo werd een slim straatverlichtings­ netwerk getest op een Delftse parkeerplaats, en nu internationaal uitgerold. ‘Het concept is eigenlijk heel simpel,’ zegt Förster. ‘Als er geen mensen voorbij lopen of fietsen, dimmen de lantaarnpalen. Zo bespaar je energie. Want waarom moeten die lampen altijd branden?’

Economische meerwaarde

Delft kiest om verschillende redenen voor gecontroleerd experimenteren. Allereerst wil de gemeente graag het vestigingsklimaat verbeteren. In de proeftuinen doet ze dat door meer vrijheid te bieden voor bedrijven. Een voorbeeld is de Green Village Campus. Hier heeft de gemeente het bestemmingsplan flexibel gemaakt, in overleg met de provincie en nationale overheid. Zonder vergunning kunnen mensen sneller handelen. Dit versnelt het proces van innovatie. Op deze campus bouwden studenten uit Delft hun prototype voor een ‘hyperloop’, een supersnel toekomstig transportmiddel waarbij je in een capsule door een vacuümbuis wordt gestuwd. Hiermee wonnen ze de ontwerpwedstrijd van het bedrijf SpaceX, van uitvinder Elon Musk. Met bouw­bedrijf BAM realiseerden ze binnen enkele weken het prototype. ‘Dat proces zou normaal gesproken maanden of jaren duren,’ vertelt Förster.

Oplossingen voor de maatschappij

Daarnaast dragen de proeftuinen bij aan een ander doel: technologische oplossingen ontwikkelen om maatschappelijke uitdagingen op te lossen. Förster: ‘Door te testen kom je erachter of een innovatie wel of niet werkt in de praktijk.’ Hij geeft het voorbeeld van de Mudtrap, een speciaal ontwikkelde bak werd in een sloot geplaatst om onder water slib op te vangen. Er hoeft daardoor veel minder te worden gebaggerd, was de gedachte. Dit bleek uiteindelijk niet goed te werken. ‘Dan weet je dat ook maar. Dat geeft de ontwikkelaars twee opties. Terug naar de tekentafel of stoppen.’

Soms werkt een innovatie wel, maar leert de gemeente een andere les. Zo ontwierpen studenten de ‘kroboot’, een robot die kroos eet in de grachten. In de zomer is dat een groot probleem in deze regio. De robot werkt goed, maar het bleek symptoombestrijding. Förster: ‘Daarmee lossen we het eigenlijke probleem niet op, namelijk dat er te veel voedingsstoffen in het water komen doordat boeren in de regio veel mesten. We hebben besloten dát nu aan te gaan pakken.’

Door de proeftuinen wordt technologie – en haar meerwaarde – zichtbaar in de stad.

Draagvlak

De derde uitkomst van de proeftuinen is dat technologie – en haar meerwaarde – zichtbaar wordt in de stad. Bijvoorbeeld voor inwoners en toeristen. Daarmee is de cirkel rond. ‘Want die zichtbaarheid creëert weer meer draagvlak voor ons economisch beleid voor technologie en innovatie,’ vertelt de wethouder.

Dat draagvlak is niet vanzelfsprekend. Inwoners hebben bij experimen teren ook vragen of bedenkingen, bijvoorbeeld over privacy. De wethouder geeft het voorbeeld van Sensorcity, waarbij sensoren temperatuur, luchtvochtigheid, maar ook bezoekersstromen meten in de binnenstad. Die gegevens worden vervolgens gekoppeld aan andere data, zoals omzet van winkeliers. ‘We hebben uitgelegd wat we testen, waarom en wat het kan opleveren. Omdat het experiment in eerste instantie een tijdelijk karakter had, gingen mensen toch akkoord.’ Op basis van de verzamelde informatie bepaalt de gemeente wat ze kunnen doen om meer mensen naar de binnenstad te krijgen, bijvoorbeeld op regenachtige dagen. Die resultaten waren reden voor de inwoners en winkeliers om Sensorcity permanent te maken.

Beleid in beweging

Het proeftuinbeleid van Delft laat zien dat beleid voor innovatie lokaal in beweging is. Economische redenen zijn vaak een belangrijke drijfveer om nauwer samen te werken met bedrijven of inwoners. Zullen maatschappelijke uitdagingen in de toekomst vaker een aanleiding vormen?

Lees het rapport:
Lees het rapport: