calendar tag arrow download print
Doorgaan naar inhoud

De waarde van denktanks

kennisgedreven democratie politiek Publieke kennisorganisaties
Image
denktank overleg

Melanie Peters is directeur van het Rathenau Instituut, een denktank over de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de maatschappij. In dit artikel schetst ze hoe denktanks een aanvulling zijn op het democratische debat en de publieke besluitvorming.

Dit artikel verscheen eerder in het magazine 'Idee' (nr 204). 

Het Rathenau Instituut als denktank

Het Rathenau Instituut is een onafhankelijke ‘denktank’ die werkt voor de politiek en voor de samenleving als geheel. Met als opdracht kennis te ontwikkelen over wetenschap en technologie, voor politieke besluitvorming en publieke meningsvorming.

De rapporten van het Rathenau Instituut zijn politiek neutraal. Ze zijn geschreven om te laten zien hoe het maatschappelijk belang in het geding kan zijn, dan wel bevorderd kan worden door ontwikkelingen in wetenschap en technologie. Onderzoek heeft de laatste jaren laten zien dat Nederlanders veel vertrouwen hebben in wetenschap, en dat zij verwachten dat politici en beleidsmakers wetten, regels en besluiten baseren op wetenschappelijke inzichten.

Dat is ook de achtergrond van ons instellingsbesluit. Daarin staat dat we de dialoog met kennis ondersteunen. En als er nog geen dialoog is, dan moeten we die organiseren met betrokkenen en de samenleving als geheel, en nieuwe issues agenderen.

Kennis is nodig voor besluitvorming, maar het zijn politici die verantwoordelijkheid dragen voor de samenleving die we willen met z’n allen.
Melanie Peters - directeur Rathenau Instituut

Onafhankelijkheid in een snel veranderende omgeving

De onafhankelijke positie van het Rathenau Instituut is de kern van ons instellingsbesluit. Ze wordt ook beschermd door een groot bestuur, en door het feit dat we beheersmatig zijn ondergebracht bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Daardoor ontstaat afstand tussen ons en zowel het ministerie dat ons heeft opgericht, als de actuele politiek. Dat is niet bepaald ‘agile’: Waarom zou je in een zo snel veranderende wereld baat hebben bij zo’n institutionele omgeving? Omdat in zo’n instituut de ruimte ontstaat om stil te staan bij de effecten van snelle ontwikkelingen. Ook is er de rust om die systematisch in kaart te brengen.

Toch is het heel belangrijk te benadrukken dat denktanks, hoe goed ze ook georganiseerd zijn, altijd een aanvulling moeten zijn op het democratische debat en de politieke besluitvorming. Ze mogen die nooit vervangen. Kennis is nodig voor besluitvorming, maar het zijn politici die verantwoordelijkheid dragen voor de samenleving die we willen met z’n allen.

Liever ‘evidence informed’ dan ‘evidence based’ policy

Een tijd lang was ‘evidence based policy’ een populaire term. Sommigen hoopten moeilijke ethische kwesties of een langdurige belangenstrijd te kunnen beslechten met ‘het juiste antwoord’ uit de wetenschap: ‘Zo zit het en niet anders’. Maar onze rationele kennis kan ons niet vertellen wat het goede leven is. Of hoe we als samenleving moeten omgaan met tegenstrijdige belangen. Niemand heeft het monopolie op kennis. Bovendien zijn heel veel zaken – zoals de toekomst – niet ‘kenbaar’ of bewijsbaar.

We spreken daarom tegenwoordig liever van ‘evidence informed policy’ als we het over besluitvorming hebben. Kennis kan namelijk wel helpen de uiteenlopende belangen in kaart te brengen, zodat betere afwegingen gemaakt kunnen worden. Het gaat er dus ook om duidelijk te maken wat precies is onderzocht als we ‘evidence’ bekijken en welke onzekerhedener zijn. Wetenschappers zijn het niet altijd eens en ook dat moet in dat geval duidelijk gedeeld worden met beslissers en de samenleving.

Denken vervangt dus nooit de politieke besluitvorming. Dat is de kern van mijn betoog.
Melanie Peters - directeur Rathenau Instituut

Een voorbeeld uit de diepte

Een voorbeeld is het werk van het Rathenau Instituut rondom geothermie (aardwarmte), als mogelijke, toekomstige energiebron in Brabant. Ons onderzoek liet zien dat stakeholders, bedrijven, NGO’s, bewoners en bestuurders er in principe positief tegenover staan. Maar het onderzoek liet nog technische onzekerheden zien.

We kennen bijvoorbeeld de ondergrond op deze diepte niet. Dat betekent dat we slecht kunnen inschatten wat de risico’s zijn op verzakking of bijvoorbeeld aantasting van het grondwater. Ook kunnen we slecht inschatten wat de financiële kosten en baten zijn. Dit voorbeeld geeft aan dat er technische, onderzoekbare vragen zijn, en vragen over welke belangen een rol spelen, wie wat moet betalen en wie risico’s draagt als het mis loopt.

Die laatste vragen zijn politieke vragen waarvoor verantwoordelijkheid genomen moet worden. Het Rathenau Instituut weet nooit alles van een bepaalde techniek of van bepaalde wetenschapsgebieden. Daarvoor werken we samen met andere denktanks, in dit geval onder anderen afdelingen van TNO. Onze toegevoegde waarde is dat we de vaardigheid en voldoende eigen kennis in huis hebben om de juiste vragen te stellen.

We zorgen dat de kennisvragen opgelost worden waar dat kan, eventueel samen met anderen, en vooral dat helder wordt waar precies de overblijvende politieke vragen liggen. Denken vervangt dus nooit de politieke besluitvorming. Dat is de kern van mijn betoog.

Geen standpunten, wel visie op de lange termijn

Hoe sporen we die politieke vragen op? Het Rathenau Instituut kijkt bijvoorbeeld of grondrechten of mensenrechten niet in het geding komen door de introductie van bepaalde technologieën. Of, positief geformuleerd, welke nieuwe inzichten en technieken brengen maatschappelijke geformuleerde doelen dichterbij?

Denk aan een schoon milieu, bereikbaarheid van steden, en scholing op voldoende niveau. Zo zagen we dat de autonomie van Nederlanders gebaat en geschaad kan worden bij de introductie van kunstmatige intelligentie (AI), en dat er rechtsongelijkheid kan optreden bij automatische beslissingen van rechtbanken. Bedrijven, maatschappelijke organisaties – vakbonden, werkgevers – en politieke partijen zullen over zulke kwesties een standpunt innemen.

Een denktank heeft de lange adem om de kwestie te onderzoeken en uit te pluizen, en legt zoals boven geschetst, de implicaties en keuzes voor: De introductie van robots op de werkvloer en Artificial Intelligence vraagt bijvoorbeeld om omscholing en voldoende hoger en lager opgeleiden in deze vakgebieden. Wie dat zou moeten betalen, is een politieke kwestie.

Een denktank (als het Rathenau Instituut) zal daar geen standpunt over innemen. Onze visievorming zit in de urgentie aangeven van wat er maatschappelijk moet gebeuren. De verschillende politieke partijen moeten visie vormen op wat zijn vinden, hoe dat kan en wat eerlijk is.

denktank
Voorstellen voor hoe het anders kan – dat is nu juist wat denktanks van politieke partijen wel moeten doen. Zij mogen dromen formuleren; wenkende perspectieven die mensen enthousiasmeren en uitlokken tot discussie over het goede leven, de gewenste toekomst voor Nederland. Foto: flickr

Denktanks kunnen duidelijkheid geven

Burgers willen kunnen vertrouwen op wat experts melden. En ze willen kunnen meepraten over keuzes. Slechts een kleine groep burgers is daarbij volledig afgehaakt en vertrouwt wetenschap niet. Dezelfde groep, zo laten onze onderzoeken zien, vertrouwt ook politiek en beleid niet meer.

Ook al zijn zij in de minderheid, toch is het belangrijk ook deze groep te leren kennen en te zorgen dat ze hun belangen vertegenwoordigd zien. Het voordeel van een denktank is ook dat deze over een hele reeks van jaren data verzamelt, onderzoek doet en duidelijk boodschappen vanuit die opdracht communiceert. Wat de gezondheidsdenktank RIVM bijvoorbeeld continu meet – de uitstoot van de landbouw of de staat van de gezondheid van Nederlanders – is gebaseerd op wetenschappelijke methoden en de nieuwste inzichten.

Dat leidt in eerste instantie niet tot wetenschappelijke theorievorming. Wel tot inzichten voor beleid en tot ondersteuning van beslissingen. Daarmee ondersteunt het RIVM de behoefte van de politiek en van de samenleving als geheel. Daarnaast zijn handvatten nodig, zodat deze visie past in beleidsvorming en besluitvorming. Denktanks kunnen daar zelf onderzoek naar doen, door beleidsanalyse en voorstellen voor hoe het anders kan. Maar niet elke denktank heeft daarin evenveel ruimte, gezien de opdracht die het heeft.

Dromen formuleren

Voorstellen voor hoe het anders kan – dat is nu juist wat denktanks van politieke partijen wel kunnen en moeten doen. Zij mogen dromen formuleren; wenkende perspectieven die mensen enthousiasmeren en uitlokken tot discussie over het goede leven, de gewenste toekomst voor
Nederland.

Ook los van de uitvoerbaarheid. Dat is een belangrijke fase van ideeënvorming. Daarin kunnen net als ik eerder aangaf, weer kennisvragen en normatieve vragen verder worden uitgewerkt. Politieke denktanks kunnen dus goed de inzichten van anderen doordenken en langs hun eigen meetlat leggen.

Andere denktanks richten zich meer op beleidsanalyse en –commentaar. Zo versterken denktanks elkaar en daarmee de kennissamenleving. Zoals het Rathenau Instituut onderzoekt welke impact nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en technologie hebben op publieke waarden, zo kan een politieke denktank wegen welke van die waarden voor zijn achterban het belangrijkst is in een bepaalde kwestie.

Op zoek naar ‘common ground’

Samenwerking tussen instituten is dus heel belangrijk. Verder is het, meer nog dan voorheen, belangrijk om in verbinding te blijven met de samenleving. Er is veel meer mogelijk dan vroeger; nieuwe digitale kanalen maken het mogelijk om Kamerstukken en -debatten te volgen en er zijn interessante voorbeelden uit binnen- en buitenland hoe burgers, ervaringsdeskundigen en experts betrokken kunnen worden bij discussies online, in de gemeenteraad en in de Kamers. Daar moeten denktanks gebruik van maken.

Wat is succes voor een denktank? Wanneer er een rijk debat is waarin mensen een veelheid aan argumenten gebruiken en waarin ze durven te wijzen op normatieve aspecten. En durven te zeggen, “dit weet ik niet, maar het lijkt me wenselijk om hierover te praten”. Vaak zijn in een concreet voorbeeld de belangen van verschillende politieke partijen tegenstrijdig, maar kan er toch een ‘common ground’ gevonden worden, uitgangspunten waar uiteindelijke alle partijen het mee eens zijn.

Of afwegingen die voor de ene partij anders wegen dan de andere, maar waarmee wel een constructie gebouwd kan worden die voor de hele bevolking acceptabel is. We zijn er niet bij gebaat om onze kennis per definitie op een voetstuk te plaatsen, noch deze te wantrouwen. Wij, als samenleving en dat is de rol van politieke partijen om mensen daarin samen te brengen en visie te ontwikkelen, moeten eerst kiezen welke kant we op willen en dan volgt pas welke kennis we daarbij nodig hebben. Uiteindelijk gaat het in de wereld niet om de technologie en wetenschap, noch over al onze rationele overwegingen, maar om ons, wat wij samen bewerkstelligen.

Mijn boodschap is, verwar kennisvragen niet met normatieve vragen (Je zou deze uitspraak misschien niet verwachten van iemand in mijn positie, maar met dat denken komt het wel goed, de dialoog goed voeren is het belangrijkst).

Meer lezen over denktanks?