calendar tag arrow download print
Image
Kennis bij ministeries
artikel
05 maart 2019

Nieuwe serie: hoe komen ministeries aan kennis?

Besluitvorming beleid Informatieuitwisseling
Op de foto: Kennisuitwisseling over de Open Overheid. Foto: Sebastiaan ter Burg / Flickr
In de blogserie 'Hoe komen ministeries aan kennis?' doen we onderzoek naar de vraag hoe ministeries organiseren dat ze tijdig over de juiste kennis beschikken voor beleid. Dit is het eerste deel. De komende maanden zoeken we uit hoe de 12 ministeries aan kennis komen om hun beleid te kunnen onderbouwen. Een zoektocht via interviews en dialoogsessies langs beleidsadviseurs, commissies van wijzen en publieke kennisorganisaties.

Beleid op basis van kennis en informatie

De rijksoverheid telt momenteel twaalf ministeries. Elk ministerie is verantwoordelijk voor een bepaalde sector van het maatschappelijk leven.

Dit zijn de 12 ministeries:

  1. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  2. Buitenlandse Zaken
  3. Defensie
  4. Economische Zaken en Klimaat
  5. Financiën
  6. Infrastructuur en Waterstaat
  7. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  9. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  10. Justitie en Veiligheid
  11. Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  12. Algemene Zaken

Op deze ministeries werken ambtenaren aan het beleid van de Nederlandse regering. Ze bereiden nieuwe maatregelen voor en zorgen ervoor dat deze goed uitgevoerd kunnen worden. Daar hebben zij kennis en informatie voor nodig. De meeste Nederlanders vinden dat het beleid moet steunen op goede en betrouwbare kennis en informatie. Alleen zo krijgt de politiek ruimte om weloverwogen een beslissing te nemen.

Kennis en beleid zijn nog vaak gescheiden werelden

Tegelijk blijkt uit recent onderzoek dat de werelden van kennis en beleid gescheiden werelden zijn, die maar moeilijk op elkaar aansluiten. Inhoudelijke experts en beleidsmakers weten elkaar lang niet altijd goed te vinden. Ook weten ze elkaar soms niet op tijd te vinden, of praten ze langs elkaar heen. Sommigen spreken zelfs van ‘vijandige’ werelden. [1]

Voor het Rathenau Instituut vormt deze observatie de aanleiding om te gaan verkennen hoe de aansluiting tussen kennis en beleid in de praktijk bij de verschillende ministeries georganiseerd is. Dat hebben we ons voorgenomen in het werkprogramma 2019-2020. We bouwen voort op ons onderzoek naar de vitale kennisecosystemen van Nederland en naar de kennisgedreven democratie.

We bouwen voort op eerder onderzoek

Uit eerder onderzoek weten we al, dat het hierbij om veel meer gaat dan eenvoudig ‘kennis in huis halen.’ Onder de term ‘kennis’ gaat bijvoorbeeld een veelvoud aan begrippen schuil. Het gaat lang niet altijd om een behoefte aan ‘kant-en-klaar-kennis’, maar vaak ook om de creatie van nieuwe ‘kennispraktijken’, of om samenwerkingsverbanden tussen verschillende vormen van expertise of om integratie en duiding van verschillende soorten kennis.

In het rapport Verstand op veilig schrijven we over de waarde van publieke kennisorganisaties voor de veiligheid van Nederland.

In het rapport Gezond Verstand schrijven we over publieke kennisorganisaties in de gezondheidszorg.

In het rapport Met gepaste afstand schrijven we over de onafhankelijkheid en integriteit bij onderzoek door rijkskennisinstellingen.

We zullen dus onderscheid maken (of ruimte laten voor onderscheid)  tussen verschillende soorten kennis. Bijvoorbeeld:

  • Soms is er behoefte aan heel specifieke en aan tijd en plaats gebonden kennis, bijvoorbeeld na een ramp of een gebeurtenis die het maatschappelijk vertrouwen in de rechtsstaat of de democratie geschaad heeft.
  • Soms is kennis en informatie nodig, die alleen door specialisten kan worden ontwikkeld.
  • Soms is er wel voldoende kennis en informatie, maar is die verspreid, versnipperd en/of tegenstrijdig.
  • Soms zijn er vragen die permanent onderdeel zijn van de beleidsprocessen en steeds opnieuw om een antwoord vragen.
  • En soms is er juist géén behoefte aan wetenschappelijke kennis of onderzoeksresultaten, maar aan duiding, advies, evaluatie, ervaring, cijfers, dialoog, een afwegingskader, of een manier om tegenstrijdige informatie te interpreteren. Dan is er geen behoefte aan expertise, maar aan experts.

Van commissies van wijzen tot maatschappelijke dialogen

We weten ook dat verschillende situaties om een andere aanpak vragen. In jargon heet het dat beleidsopgaven om verschillende kennisarrangementen vragen. Hieronder staan enkele voorbeelden.

  • Bij maatschappelijk of politiek ontwrichtende kwesties, waarnaar meer onderzoek gewenst is, wordt vaak een onderzoekscommissie van wijze mensen ingesteld.
  • Bij ontbrekende specialistische kennis kan een vraag uitbesteed worden aan universiteiten of aan andere kennisinstituten waar wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan.
  • Bij versnipperde of verspreide kennis is er behoefte aan een specialist die een kennissynthese kan maken, of aan een samenwerkingsverband, waarbinnen de belanghebbenden samen in kaart brengen of en in hoeverre bestaande kennis volledig is of elkaar juist tegenspreekt.
  • Bij beleidsondersteunende vragen is het nuttig dat er specifieke beleidsgerichte kennisinstellingen zijn, zoals publieke kennisorganisaties.
  • En bij complexe maatschappelijke problemen, waarin veel verschillende belangen spelen, kunnen adviesraden (al dan van experts), of maatschappelijke dialogen uitkomst bieden. Denk aan de discussie over onderzoek met embryo’s.

Afhankelijk van het doel waarvoor kennis gemobiliseerd moet worden, spelen ministeries ook verschillende rollen: ze kunnen kennisvrager zijn of opdrachtgever, co-creator of coördinator of juist verantwoordelijk voor het bredere kennisecosysteem.

Bij complexe beleidsopgaven is het bovendien vaak zo, dat er niet één beleidsdirectie is die om kennis vraagt. Dan moeten juist verschillende kennisagenda’s van verschillende beleidsdirecties, verschillende ministeries en verschillende maatschappelijk betrokken partijen op elkaar worden afgestemd.

Die veranderlijkheid speelt een rol in de manier waarop ministeries hun kennisbeleid organiseren. Er zijn in principe dan ook geen ‘goede’ of ‘foute’ oplossingen voor de organisatie van kennisbeleid voor ministeries. Om de tweede doelstelling van dit onderzoek te kunnen realiseren (ambtenaren die bij de ministeries betrokken zijn bij kennisbeleid de mogelijkheid bieden om van elkaar te leren), zullen we de komende maanden dus regelmatig met elkaar in gesprek gaan.  

Meer lezen over kennis voor beleid

Dit is het eerste deel uit een korte serie over hoe ministeries kennis in huis halen voor hun beleid. Binnenkort verschijnt het tweede deel. Lees ook:

Bronnen

[1] Van Hoesel, P.H.M., J.W.M. Mevissen en B. Dekker (eds.), Kennis voor beleid, beleidsonderzoek in Nederland, Van Gorcum BV, Assen, 2015; Derksen, W., Kennis en beleid verbinden, praktijkboek voor beleidsmakers, Boom/Lemma uitgevers, Den Haag, 2011